Schim met stofkam

Vijftig jaar na het verschijnen van John Steinbecks ‘Reizen met Charley’ trekt Geert Mak in diens voetspoor door Amerika, om land en volk nader te verklaren. Mak schminkt Steinbeck af. En wat geeft hij van zichzelf bloot?

In de herfst van 1960 ging de Amerikaanse schrijver en latere Nobelprijswinnaar John Steinbeck in een tot camper omgebouwde GMC-truck op reis door Amerika. Steinbeck had in de achterliggende jaren veel van de wereld gezien, maar hij had zijn eigen land, door hem vastgelegd in romans en novellen als Cannery Row, Of Mice and Men, The Grapes of Wrath en East of Eden, grotendeels verwaarloosd.

‘Ik, een Amerikaanse schrijver die over Amerika schrijft, werkte aan de hand van herinneringen,’ zo noteerde hij in het pas verleden jaar vertaalde reisverslag Reizen met Charley, ‘en het geheugen is op zijn best een gebrekkige, verwrongen vraagbaak. [...] Daarom besloot ik nogmaals te gaan kijken om te proberen dit reusachtige land te herontdekken.’ De Charley in de titel was Steinbecks poedel, de truck had hij Rocinante gedoopt, naar het paard van Don Quichot – een toepasselijke naam gezien het vermetele en uiteindelijk tot mislukken gedoemde plan.

In Reizen zonder John vertelt journalist en historicus Geert Mak, zelfverklaard Amerikafanaat, over zijn eerste kennismaking met Steinbecks travelogue. ‘Wat een aanstekelijk boek! Het bracht me op het idee om ook een keer zo’n inspectietocht door Europa te maken – ik deed er een vol jaar over, het werd een totaal ander project [In Europa], maar het begin lag bij Travels. Daarna vroeg ik me af of ook Steinbecks reis niet eens herhaald zou moeten worden, met de oren en ogen van nu.’

Aldus ondernam Mak, precies een halve eeuw na Steinbeck, dezelfde reis, met een iets andere vraag als uitgangspunt. Waar Steinbeck de ziel van Amerika en zijn volk op het moment zelf wilde vatten, is Mak meer historicus. Hij pleegt vergelijkend warenonderzoek. Niet alleen: wie zijn deze mensen en wat is dit land? Maar ook: wie waren ze en hoe zijn ze zo geworden?

De route die beide reizigers namen begon in Sag Harbor, de kustplaats waar Steinbeck woonde, en voerde grofweg door New England, Michigan, langs Chicago, richting Fargo – een stad die precies in de vouw van een dubbelgevouwen kaart ligt. Vandaar naar de Westkust en met een slinger door de Mojave-woestijn naar Texas en New Orleans, waar raciale spanningen op scherp stonden en staan.

Helaas komt Mak er al snel achter dat Reizen met Charley een charmant maar gemankeerd model is om na te volgen. Steinbeck was vooral aan het jakkeren op amfetamine en vermeed eerder het contact met Amerika dan dat hij het zocht. Vele ontmoetingen onderweg zijn waarschijnlijk uit zijn dikke schrijversduim gezogen.

Het resulterende reisverslag van Steinbeck is meanderend en warrig. Persoonlijke bespiegelingen worden afgewisseld met beknopte essays over van alles en nog wat. ‘Ik lees gretig alle borden,’ schrijft Steinbeck, ‘en ik heb gemerkt dat het staatsproza zijn glorieuze en meest lyrische hoogtepunt bereikt op de historische gedenkplaten. Verder heb ik vastgesteld, tenminste voor mezelf, dat staten met de kortste geschiedenis en de minst wereldschokkende gebeurtenissen de meeste historische gedenkplaten hebben.’ Zo’n observatie staat naast natuurbeschrijvingen als ‘de Badlands zijn het werk van een kwaadaardig kind’, stukjes (onbetrouwbare) journalistiek, en het malen van Steinbecks gedachten. Een ratjetoe, gered door de bindende kracht van een dwingende literaire stem.

Het stelt Mak voor een probleem, dat hij ondervangt door meer historische reizigers op de bijrijderstoel te noden: John Gunther, de fameuze journalist die in 1947 Inside U.S.A. schreef, vakgenoot Ernie Pyle, die het vooroorlogse Amerika vastlegde, maar ook de Franse politicoloog Alexis de Tocqueville, die samen met vriend Gustave de Beaumont in 1831 door de jonge republiek trok, een reis die de basis vormde voor het klassieke De la démocratie en Amerique (1835).

Mede met hun hulp gaat Mak met een grote stofkam door de Amerikaanse geschiedenis. Alles komt voorbij: van Custer’s Last Stand tot het schandaal rond tv-quiz The $ 64.000 Question, van de migratie van vrijgemaakte slaven naar het Noorden tot de financiële crisis, van de opkomst van de suburbs tot Katrina.

‘Voor ons, kinderen in de provincie, was Amerika een droomland,’ memoreert Mak, ‘met een losse levensstijl waarvan een enkele keer een flard over de oceaan kwam zeilen.’ Vooral in de decennia na de oorlog wierp Amerika, dankzij haar politieke, militaire en economische armslag en de soft power van culturele dominantie, een onvergelijkbare slagschaduw over de wereld. Amerika is daardoor, indirect, van iedereen. De enige die meer gefascineerd is door het vraagstuk van de Amerikaanse identiteit dan wij, is de Amerikaan zelf.

Het maakt het land tot een vrij uitgekauwd onderwerp, maar het is tegelijk ook een lastig onderwerp om vat op te krijgen. De immense veelheid van het land, landschappelijk, cultureel, sociaal en politiek, is nauwelijks terug te brengen tot heldere lijnen. Het is alsof Amerika, zo jong als het is, hard zijn best heeft gedaan op alle fronten waanzinnig veel meters te maken. Het ‘lege’ canvas moest vol worden gekliederd, met steden, stijlen, mensen, wegen, ideologieën, schandalen en religies. Dat verklaart mogelijk een aantal defecten waaronder vooral de eerste helft van Reizen zonder John te lijden heeft.

Elke minimale aanleiding baart een anekdote, een statistiek, een historische analyse – vaak interessant, maar met weinig samenhang en geregeld ook zonder dwingende noodzaak. Het is een boek over alles, en dan ook nog eens over Steinbeck. Mak krijgt daardoor iets van een onderhoudende maar richtingloos keuvelende geschiedenisleraar. En zoals dat in het klaslokaal gaat: het ene moment luister je geboeid, het volgende tel je de condensstrepen aan de strakblauwe hemel buiten het klaslokaal.

De reis is de motor die de eclectische dis kan voortstuwen en samenbinden. Meermaals werd ik bekropen door het gevoel dat Mak grote delen van dit boek had kunnen schrijven zónder op reis te gaan. Alsof hij toch vooral op reis was geweest in de bibliotheek. Iets wat, vermoed ik, niet los kan worden gezien van bescheidenheid. Zo weinig moeite als Steinbeck heeft om zichzelf op te voeren, zo terughoudend is Mak.

Naarmate Reizen zonder John vordert, begint Mak beter zijn weg te vinden in het materiaal. De gewrongen bruggetjes worden schaarser, de urgentie neemt toe. De naoorlogse politieke ontwikkeling, en hoe die zich heeft vertaald naar een volkomen vastgelopen systeem, komt steeds meer centraal te staan, en dan is Mak op zijn best. Hij begint soepeler verbanden te leggen, grote bewegingen inzichtelijk te maken. Bovendien worden de ontmoetingen en observaties tijdens het reizen relevanter.

Mak haalt het motto van Tony Judts Ill Fares The Land aan, verplichte kost voor elke hedendaagse politicus: ‘Wee het land, waar haast het zijn bepaalt, waar rijkdom groeit, maar de mens verschraalt.’ Hij maakt duidelijk hoe Amerika tot zulke dramatische cijfers kan komen waar het de gelijke kansen van kinderen betreft, het aantal Amerikanen in de gevangenis, de miljoenen die van voedselbonnen leven. De conclusie is wrang. ‘Met zulke verhoudingen kom je, althans in economisch opzicht, aardig in de buurt van de 18de-eeuwse standensamenleving waarvan de Amerikaanse revolutionairen zich juist met zoveel moeite hadden losgemaakt.’

Wat Reizen zonder John daarnaast doet, is Steinbeck en Reizen met Charley afschminken. De grote schrijver was op de vlucht, niet op zoek – op de vlucht voor de tijd, welteverstaan. Met bravoure schrijft Steinbeck: ‘Ik heb altijd wild geleefd [...] en mijn katers op de koop toe genomen.’ Hij verzette zich tegen de onvermijdelijke bedaagdere leven dat de ouderdom vereist. ‘Mijn vrouw is met een man getrouwd, ik zag geen reden waarom ze een baby zou erven.’

Mak: ‘In werkelijkheid had Steinbeck, zoals we weten, ernstige gezondheidsproblemen. Zijn spraak werd soms onduidelijk en zijn vingers raakten regelmatig hun gevoel kwijt, waardoor hij moeite had om bepaalde dingen op te pakken.’ Iets wat niet los kon worden gezien van de attaque die hij in 1959 had gehad.

Maar juist in de leugens, de grootspraak en de soms van depressie doordrenkte zinnen leren we Steinbeck kennen. Hij poseert vitaliteit en optimisme, maar iedereen voelt dat het wringt. Hoe langer Steinbeck onderweg is, ziek van eenzaamheid, hoe meer hij begint te klagen over wat hij tegenkomt.

De opkomst van de geschiedenisloze mobile homes, het hart dat uit de oude steden wordt gerukt, de niet te stoppen vooruitgang, ‘de bars in de vorm van grote schelpen met kunstleren krukken’, het voedsel dat ‘ovenvers, smetteloos en smakeloos’ is. Hij vindt het moeilijk om over zijn geboortestreek Salinas te schrijven. ‘Wat het is, is beladen met herinneringen aan wat het was, en dat weer met wat me daar is overkomen, en het geheel wordt zo’n puinhoop dat objectiviteit amper meer mogelijk is.’

Mak blijft veel meer op afstand – een schim in zijn eigen boek. Ik ervaar dat als een gemiste kans. Het intrigerende van reizen is niet alleen wat je in de buitenwereld tegenkomt, maar juist wat dat bij je losmaakt. Elke reis is een innerlijke en het decor is een spiegel. Steinbeck weet dat. ‘Onze ochtendogen beschrijven een andere wereld dan onze middagogen, en onze vermoeide avondogen kunnen vast alleen verhalen over een vermoeide avondwereld.’ Mak boetseert liever een journalistieke en historische waarheid uit feiten.

Het wordt me daardoor nooit precies duidelijk wie Mak is en waarom Amerika zo sterk bij hem resoneert. Het enige waarin zijn persoonlijkheid echt doorschemert is in de politieke grondtoon, die ongegeneerd én sterk onderbouwd links is. Daarin zijn Mak en Steinbeck overigens zielsverwanten.

Steinbeck was in 1960 zowel fysiek als mentaal aan het eind van zijn Latijn. Daarom wringt zijn optimistische conclusie dat Amerika, ondanks de enorme geografische afmeting, en de samengebrachte rassen uit alle delen van de etnische wereld ‘een natie, een nieuw ras’ vormt.

Mak, een veel opgeruimder mens, ziet juist weinig reden om te jubelen. Main Street, USA is verdwenen, en daarmee een belangrijke bron van sociale samenhang, de invloed van geld heeft het politieke systeem gecorrumpeerd, en op vrijwel elke index – kwaliteit van onderwijs, gelijke kansen voor kinderen, mensen onder de armoedegrens – is het land al decennia gestaag aan het duikelen. Maar de Amerikanen, overtuigd van het exceptionele van hun continent-overspannende experiment, weigeren hun land in het juiste perspectief te zien. Het maakt ze sterk en kwetsbaar tegelijk.

Maks treurigste conclusie betreft indirect Europa. Waar Amerika demografisch, en daarmee qua economisch potentieel, onverminderd vitaal is, dreigt bastion Europa te veranderen in een bejaardentehuis dat instort onder het gewicht van onhoudbare kosten. Dus toch: God bless the United States of America!