Schilders van de nieuwe Renaissance

Programmeurs zijn de kunstenaars van nu, vinden de jongens van startup Wercker. Maar het kost wel het nodige. Op jacht naar geld in Silicon Valley.

Medewerker Technologie

In het vliegtuig van Amsterdam naar San Francisco pik je ze er zo uit: jonge internetondernemers die hun geluk willen beproeven in Silicon Valley. Ze zijn casual gekleed met spijkerbroek en gympen, hebben hun laptop en iPad binnen handbereik en barsten van ambitie. Silicon Valley is waar je moet zijn, als je een technologische startup van de grond wilt krijgen. Jonge bedrijven kunnen er binnen enkele jaren uitgroeien tot een miljardenzaak. Maar de meeste aspirant-Zuckerbergs komen lang niet zo ver, of keren onverrichter zake naar huis.

Eén van de jongens die de gok wil wagen is Micha Hernández van Leuffen (32). De Amsterdamse ondernemer is een paar weken in Silicon Valley om investeerders te zoeken voor zijn beginnende bedrijf Wercker, een online platform waar programmeurs webapplicaties kunnen testen op programmeerfouten. Hij wil er „geld ophalen”, oftewel investeerders achter zijn bedrijf krijgen, zodat Wercker verder kan groeien. Vlak voor hij terugvliegt naar Nederland vertelt hij in een café in San Francisco hoe het hem in ‘the Valley’ is vergaan.

Goede voorbereiding is essentieel, zeggen experts. Hoe heb jij dat aangepakt?

„Eerst wilde ik en mijn compagnon Wouter Mooij direct drie maanden naar Silicon Valley gaan. Maar toen hoorden we van het acceleratorprogramma Rockstart [een programma dat bedrijven helpt te groeien] in Amsterdam. Uit 354 aanmeldingen zijn er tien bedrijven geselecteerd, waaronder Wercker. Dat heeft ons geholpen ons product en onze pitch verder uit te werken. Op de laatste dag hadden we een ‘demoday’, waar we ons bedrijf presenteerden aan geïnteresseerden. Onze pitch was de beste. Verschillende investeerders toonden interesse.”

Maar blijkbaar was dat niet genoeg. Anders zou je hier niet zijn.

„Het gaat niet alleen om het geld. Wercker is voor programmeurs, het is een typisch product dat in Silicon Valley moet worden gelanceerd. We hebben gespecialiseerde investeerders nodig, die de markt goed kennen. Die kunnen ons niet alleen van geld voorzien, maar ook in contact brengen met potentiële klanten en adviseren hoe we ons bedrijf verder kunnen laten groeien.”

Hoe kom je met investeerders in contact?

„Alles loopt via introducties. Ik ben hier in de eerste weken daarom vooral veel koffie gaan drinken met bedrijfjes zoals Wercker die al een investeringsronde verder zijn. Er zijn hier ongelooflijk veel netwerkbijeenkomsten voor startups, als je wilt kun je iedere avond wel ergens heen. En ik heb hier vorig jaar computerwetenschappen gestudeerd aan de universiteit van San Francisco, daardoor ken ik veel mensen. Maar ook vrienden overhandigen niet zo maar een lijstje met investeerders. Pas als ze echt overtuigd zijn van het product, komt het tot een introductie.”

Verliepen de gesprekken met investeerders zoals je had verwacht?

„Aanvankelijk niet. Onze pitch werkte goed in Amsterdam, maar bleek in Silicon Valley minder aan te slaan. Je moet veel agressiever pitchen dan in Nederland. Dat wist ik wel, maar toch moest ik hier zijn om het te snappen. Je moet hier een een visie uitdragen. Wat is het grotere plan? Hoe ga jij de markt domineren? Waarom is dit bedrijf the next big thing?

„Met hulp van vrienden heb ik in de eerste week mijn pitch omgegooid. Ik doe nu makkelijker grote uitspraken. ‘This is the future for how software gets delivered on the internet’, zeg ik dan. Het kan hier niet groot genoeg zijn, dat moet je constant in je achterhoofd houden. En je moet er zelf in geloven.”

Geloof je er zelf in?

(lacht) „Ja, natuurlijk!”

Je denkt nooit: gaat het wel lukken?

„Voor twijfel is hier geen ruimte. Je moet je niet laten ontmoedigen, ook als het een keer niet lekker loopt. Investeerders stellen altijd moeilijkere vragen dan je kunt beantwoorden. Vragen ze: heb je klanten? ‘Ja’. Dan komt daarna: heb je ook betalende klanten? ‘Eeh...’ Dat doorvragen, dat is hun werk. Het is niet erg als je nog niet groot bent, zolang je maar scherp voor ogen hebt hoe je dat gaat worden.”

Hoe weet je of een gesprek succesvol is verlopen? Komt een investeerder dan gelijk met een voorstel?

„Ik heb geen toezeggingen gekregen, dat is niet gebruikelijk na een eerste kennismaking. Het beste wat je kunt krijgen, is een concrete vervolgafspraak. ‘Klinkt interessant, ik laat het nog wel weten’ betekent: einde verhaal.

„Als het goed gaat, merk je dat de investeerder een beetje verliefd op je wordt. Althans, verliefd op je bedrijf. Dan neemt het gesprek een andere wending, er ontstaat een wisselwerking. Je kunt het hele proces van investeren in een startup vergelijken met wanneer je met iemand een relatie begint: je wordt eerst verliefd, later komt het – misschien – tot een formele overeenkomst.”

Is er de afgelopen weken iemand verliefd op je geworden?

(grijnst) „Meerdere investeerders hebben geflirt.”

Geen toezeggingen?

„Zolang er nog geen deals rond zijn, mag ik daar niets over zeggen.”

Hoe ga je nu verder?

„In september heb ik een aantal vervolggesprekken. Vorige week ben ik gevraagd om deel te nemen aan het acceleratorprogramma van Mozilla in oktober. Daar zijn mentoren als voormalig Apple-marketeer Guy Kawasaki en Mozilla-directeur John Lilly, zware jongens. Het klinkt misschien gek om weer aan een acceleratorprogramma deel te nemen, maar ik denk dat het nieuwe kansen biedt. „Als het allemaal lukt, hoop ik naar San Francisco te verhuizen. Iedereen is hier bezig met dingen die ik ook doe. Hier is de vibe, hier worden dingen gemaakt. Het is alsof hier een tweede Renaissance plaatsvindt, met programmeurs als kunstenaars van deze tijd. Zoals een beeldhouwer met een vormeloos stuk steen begint of een schilder met een blanco canvas, beginnen programmeurs met een leeg scherm op hun laptop. Wij kunnen vanuit het niets iets maken. Iets wat waarde heeft voor anderen, iets wat de toekomst verandert. Hier in Silicon Valley wordt de toekomst gebouwd. En ik wil daar bij zijn.”