'Ouderenzorg is hier drie keer zo duur als in Duitsland en twee keer zo duur als in Frankrijk'

De aanleiding

We moeten nodig bezuinigen op de zorg, vindt minister Edith Schippers van Volksgezondheid (VVD). Het beste kan dat volgens haar door te snoeien in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) waaruit onder meer de verpleegzorg voor ouderen wordt betaald. Schippers wil die zorg niet langer onderbrengen bij grote instellingen, maar bij mensen thuis of in de buurt. „Het roer moet om”, zei ze maandag in het Financieele Dagblad. En om haar punt kracht bij te zetten: „De ouderenzorg is hier drie keer zo duur als in Duitsland en twee keer zo duur als in Frankrijk.” Meerdere lezers vroegen next.checkt de bewering te controleren.

Waar is het op gebaseerd?

Schippers baseert zich volgens haar woordvoerder op een rapport van het eigen ministerie over de oorzaken en gevolgen van de stijgende zorgkosten. In ‘De zorg: hoeveel extra is het ons waard?’ staat dat stijgende zorguitgaven een internationaal verschijnsel zijn, maar dat de situatie in Nederland nog problematischer is. Nederland is nog minder vergrijsd dan veel andere landen, waardoor het nog een kostenstijging te verwerken krijgt die anderen al hebben gehad. Bovendien heeft Nederland een relatief grote langdurige zorg met veel verzorgings- en verpleeghuizen waar veel geld naartoe gaat.

De cijfers waar minister Schipper zich op baseert staan in een grafiek over ‘langdurige zorg’. Daarin is het percentage van het bruto binnenlands product (bbp) besteed aan langdurige zorg uitgesplitst voor verschillende landen. Nederland besteedt volgens de grafiek 3,5 procent van het bbp aan langdurige zorg, Duitsland 1,3 procent en Frankrijk 1,7 procent. Relatief zijn de kosten voor Nederland dus bijna drie (2,7) keer hoger dan voor Duitsland en ruim twee (2,1) keer hoger dan voor Frankrijk. Bron van de grafiek zijn cijfers uit 2008 van de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OECD).

En, klopt het?

Voor het vergelijken van zorgkosten is de OECD de best mogelijke bron, zeggen meerdere deskundigen. Expertgroepen van de OESO, een verbond van 34 landen, steken veel tijd in het standaardiseren van zorgstatistieken volgens vooraf bepaalde definities. Omdat dat veel tijd kost en zorgkosten in de verschillende landen eerst moeten worden gedeclareerd, lopen de cijfers wel wat achter. Cijfers zijn er over 2008 en inmiddels ook over 2009. Uit die laatste cijfers blijkt het verschil nog groter te zijn: Nederland besteedde 3,8 procent van het bbp aan langdurige zorg, Duitsland 1 procent en Frankrijk 1,8 procent. In 2009 scoorde Nederland dus respectievelijk 3,8 keer en 2,1 keer hoger.

De kans dat de verschillen sindsdien enorm zijn teruggelopen is klein, zegt Michael van den Berg van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hij onderzoekt onder meer de prestaties van verschillende zorgsystemen en is auteur van de Zorgbalans. Er zijn in deze landen sinds 2009 geen opvallende trendbreuken geweest. „In alle vormen van zorg nemen de kosten toe en die stijging zie je bij andere landen ook.”

Maar wat zegt ‘langdurige zorg’, de term die de OECD gebruikt, over ‘ouderenzorg’, waar Schippers over spreekt?

De definitie van ouderenzorg verschilt sterk per land en er bestaat niet zoiets als een internationale definitie, zegt Van den Berg. Strikt genomen kan de vraag hoe de kosten van ouderenzorg zich verhouden tot die in Duitsland of Frankrijk dus niet worden beantwoord.

Maar langdurige zorg is wel een hele goede indicator voor ouderenzorg. Er vallen weliswaar ook gehandicapten en chronisch zieken onder, maar in vrijwel alle landen is het percentage ouderen ruim oververtegenwoordigd. Gemiddeld is ruim driekwart van de mensen met langdurige zorg boven de 65 jaar en de helft boven de 80 jaar. Zo ook in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Langdurige zorg zou je dus kunnen zien als een soort hele ‘brede’ definitie van ouderenzorg – al vallen sommige langdurig zorgcliënten er dus niet onder. Er is ook een smalle definitie van ouderenzorg: de kosten voor verpleeg- en verzorgingshuizen. Die omvatten een substantieel deel van de ouderenzorg: naar schatting zo’n tweederde.

Voor zowel de brede als de smalle definitie heeft de OECD in 2008 ook op een andere manier de landen vergeleken: jaarlijkse kosten in dollars per inwoner (gecorrigeerd naar koopkracht). Kijken we ‘smal’, naar de kosten van verpleeg- en verzorgingshuizen per inwoner, dan scoort Nederland ook veel hoger dan Duitsland of Frankrijk: 1.107 dollar per inwoner versus 328 in Duitsland en 225 in Frankrijk. Dat is respectievelijk 3,4 keer hoger en 4,9 keer hoger. ‘Breed’ gekeken, naar de kosten van langdurige zorg per inwoner, is Nederland nog duurder uit – het duurste van alle OECD-landen: 1.431 dollar per inwoner versus 470 en 564 in Duitsland en Frankrijk. Dat is 3 keer meer dan Duitsland en 2,5 keer meer dan Frankrijk.

Overigens impliceert de door Schippers gebruikte term ‘duur’ dat Nederland een hoge prijs betaalt voor iets wat wellicht minder waard is. Maar voor al dat geld krijgt Nederland wel meer zorg dan Duitsland of Frankrijk. De hoge kosten, vergelijkbaar met die van Zweden, zijn vooral het resultaat van de zorgcultuur in Nederland. Ouderen krijgen hier meer sociale hulp en gaan veel vaker naar verpleeghuizen dan in andere landen, waar familie voor hen zorgt. Ook is de eigen bijdrage voor ouderen die zorg nodig hebben veel lager.

Conclusie

Minister Schippers baseert zich op cijfers van de OECD, een goede bron, maar er bestaat geen internationale definitie van ouderenzorg. Wel is er een brede definitie van ouderenzorg (langdurige zorg) en een smalle definitie (kosten voor verpleeg- en verzorgingshuizen) die goed te vergelijken zijn. Op welke manier je er ook naar kijkt, Nederland scoort altijd hoger. Sterker, in haar vergelijking met Duitsland en Frankrijk heeft Schippers zich nog voorzichtig uitgedrukt. next.checkt beoordeelt de stelling daarom als waar.