Joystick in plaats van spierballen

De moderne havenarbeider hoeft niet meer met bamboestokken de spanten van het ruim leeg te steken. Alles draait om techniek en veiligheid. Vies blijft het wel.

Ze kunnen alles aan, de mannen – en twee vrouwen – die op de Maasvlakte erts- en kolenschepen lossen. Het grootste ertsschip ter wereld, de Vale Italia, hadden ze in minder dan vier dagen leeg. Een bulkcarrier van 326 meter lang, 65 meter breed en een diepgang van 23 meter. Enorme brugkranen schepten de lading met tientallen tonnen tegelijk op de transportbanden. Aan de andere kant van het terrein stonden de ertswagons al klaar om te vertrekken naar de staalindustrie in het Duitse Ruhrgebied.

„Nee, zwaar werk is dat niet allang niet meer”, lacht Richard van Ooijen, 49 jaar oud en 27 jaar in dienst van het op- en overslagbedrijf EMO. „Vroeger hing ik nog wel eens aan één arm met een riek in het ruim te bungelen, maar nu gaat alles met een computer en een joystick.”

Hij hoeft alleen nog maar naar de schop te grijpen als de transportband mankementen vertoont en er lading vanaf rolt. „Wat wel een enkele keer gebeurt.” Het bedrijfsterrein, waar 400 mensen werken, is 160 hectare (240 voetbalvelden) groot en intern verbonden door een transportbandsysteem van 47 kilometer.

De havenarbeider van 2012 kijkt vooral op computerschermen: op de gigantische brugkraan, bij het laden van wagons, binnenvaartschepen of kustvaarders en in de controlekamer, de ‘lichtwacht’, waar alle processen op het terrein nauwlettend worden gevolgd. Vies blijft het wel tussen de bergen steenkool en ijzererts. Het zwarte en bruine stof kruipt overal tussen.

En het blijft ook altijd oppassen. Op de tientallen meters hoge kranen en loopgangen, maar ook in de silo’s van waaruit de steenkool en de erts volautomatisch worden geladen in schepen en in treinwagons. Daar mag Van Ooijen niet binnen zonder een koolstofdioxidemeter bij zich. Het blijft gevaarlijk werk.

Hier, zegt Van Ooijen, terwijl hij zijn pick-up langs een berg steenkool stuurt. „Ruik je dat? Dat is broei.” Er hangt een lucht die aan rotte eieren doet denken. Broei kan ontstaan als er teveel lucht tussen de steenkool komt. „Dat kan altijd gebeuren, net als bij hooi. Zelfs in de winter.”

De temperatuur van iedere berg afzonderlijk wordt daarom continue in de gaten gehouden vanuit de controlekamer, en de kolen worden in elkaar gewalst om er zo weinig mogelijk lucht bij te laten. De Milieudienst Rijnmond (DCMR) houdt toezicht op de veiligheid en de overlast in het hele havengebied, ook bij EMO. „De DCMR loopt hier voortdurend rond om te kijken of we het wel goed doen”, zegt Van Ooijen. Er wordt intensief samengewerkt met de inspecteurs. „Als er een begin van broei is, moeten we dat onmiddellijk melden aan de milieudienst.”

Het is een merkwaardige wereld, een maanlandschap met onafzienbare bergen kolen en erts, brugkranen, beladers, stortmachines en andere stalen monsters. En daartussen mannen in overalls met felgekleurde helmen op en gezichten vol zwarte vegen. Allemaal in direct contact met de controlekamer.

Toch voelt ook de natuur zich hier thuis. Boven de zwarte hopen vliegen grote hoeveelheden luid krijsende zeemeeuwen. Ze brengen er zelfs hun jongen groot. De pluizige grijze bundeltjes lijken zich op hun gemak te voelen tussen de steenkool.

In een kwart eeuw is er veel veranderd. Van Ooijen hoeft niet meer met bamboestokken de spanten van het ruim leeg te steken. Alles draait tegenwoordig om techniek en veiligheid. En met succes. Hij kan zich geen persoonlijk ongeluk heugen.

De werknemers worden voortdurend bijgeschoold om nieuwe kranen en machines te kunnen bedienen. Aan de kade wordt juist een gigantische nieuwe brugkraan gereed gemaakt voor gebruik. Hij komt uit Polen. „Daar weten ze nog hoe je een goeie kraan bouwt.”

De havenromantiek is gebleven: sterke mannen die volcontinu werken om de Nederlandse economie op gang te houden. En dat vaak tientallen jaren bij dezelfde baas.

Machtige mannen ook. De haven is een van de laatste bolwerken van de vakbeweging. Als er gestaakt wordt in Nederland, dan legt ‘de haven’ als eerste het werk neer. Bijna iedereen is hier lid van een bond, vertelt Van Ooijen. Hij zelf ook.

Om geld gaat het zelden meer. „Bij het cao-overleg is het tegenwoordig driekeer vergaderen en dan zijn ze er al uit.” Over zijn salaris, ongeveer 56.000 euro bruto per jaar (inclusief toeslagen), maakt hij zich geen zorgen. De haven komt vooral in actie als het om landelijke principes gaat: langer doorwerken of versoepeling van ontslagrecht.

Vanuit zijn kraancabine ziet hij hoe de Europese economie worstelt. Op het hoogtepunt van de overslag, begin 2008, vulden ze bij de EMO wel 14 treinen per dag, allemaal met 44 wagons. Maar de hoogovens in het achterland draaien door de Europese schuldencrisis maar op 85 procent dit jaar. „We leveren nu veel minder voor de staalindustrie, we merken echt dat er minder vraag is.” In 2011 is in totaal 32 miljoen erts en steenkool ton aangevoerd.

Het gaat inmiddels niet meer alleen om overslag. Op het terrein ligt ook veel steenkool en ijzererts dat nog geen bestemming heeft. „Dat is van speculanten die net zo lang wachten tot de prijs omhoog gaat.”

Lachend vertelt Van Ooijen dat hij en zijn maten wel eens aan de directie hebben voorgesteld om zelf in zaken te gaan. Zelf de lading opkopen en laten liggen tot zij meer waard is. Maar daar voelde de directie helemaal niets voor. Met de op- en overslag wordt voorlopig nog een goede boterham verdiend.

De twee vorige afleveringen van deze serie stonden in de kranten van 18 en 22 augustus.