Ik zweef dus ik denk

De meeste kiezers weten nog niet op welke partij ze op 12 september gaan stemmen. Maar is ‘de ziekte van kweenie’ wel zo dodelijk als altijd wordt beweerd? Arjen van Veelen diagnosticeert en opereert.

Wat is er gebeurd met een weldenkend en intelligent mens zoals jij? Voor het eerst in je leven heb je totáál geen idéé op wie je moet stemmen. Voor je kiesrecht is keihard gevochten. Dus wie niet stemt is nihilist en wie twijfelt een sukkel. Ben je nu zelf zo’n trieste Zwevende Kiezer, zo’n emotioneel spookbeest dat peilingen laat flipperen en het land in chaos stort? Zo ken je jezelf niet.

Maar het lijkt wel of de echt leuke mensen niet meer de politiek ingaan. Dat we alleen mogen kiezen uit kneusjes, engerds, lunatics, cultfiguren. Alleen maar mensen met een deukje. Zelfs voor de partij waar je vroeger op stemde, schaam je je nu. Die partij maakte ruzie, heel gênant. Of ging in zee met foute types en is nu besmet. Of lijkt je perfect geknipt voor een nineties-feestje. De glans is er gewoon af.

Waar zijn de helden? Waar is de bezieling? Je stembiljet voelt als een kledingbon die je alleen mag besteden in suffe winkels, waar je de keuze hebt uit een paar stomme jurkjes, die je met wat pech vier jaar lang draagt.

Je wist het altijd zo zeker, maar nu heb je de ziekte van kweenie. Het enige wat je nog zeker weet is op wie je absoluut níét stemt. Waarom is het dit keer zo moeilijk? Wat te doen?

Eerst je diagnose: zeven redenen waarom je zweeft. Dan de remedie, in drie tips.

1. Je bent je oma niet

Je bent autonoom en hoogopgeleid. En je denkt na. Dat deed men vroeger niet. Je opa en oma zaten klemvast in een zuil. Ze mochten niet eens zweven. In 1954, bijvoorbeeld, verboden de bisschoppen hun stemvee om naar de VARA te luisteren. Arbeiders stemden op arbeiders, katholieken op katholieken. Wel zo makkelijk. Maar dat waren geen verkiezingen, zeggen politicologen, dat was een soort volkstelling.

Tegenwoordig verandert ruim de helft van de kiezers weleens van partij. De zuilen zijn weg. Je stemt nu zonder zijwieltjes – lastig. Maar het is goed nieuws: politiek gaat niet meer om afkomst, maar om inhoud. We zijn niet langer passief stemvee. ‘Kiezers zijn begonnen te doen wat ze behoren te doen: kiezen’, staat in Kieskeurige kiezers, een onderzoek naar de veranderlijkheid van Nederlandse kiezers 2006-2010, door Tom van der Meer (en anderen).

Juist de mensen die nooit zweven zijn verdacht: die zijn waarschijnlijk vastgeroest. Zweven is geen ziekte, maar je burgerplicht.

2. Je wilt een partij die echt helemaal bij je past

„Dit is wie ik ben en ik ben op zoek naar iemand die écht bij me past”, zegt een vrouw in een tv-commercial van koppelbureau Parship. Velen zien stemmen als een persoonlijkheidstest: je moet de partij vinden die echt helemaal bij je past. Die je kunt omhelzen met volledige overgave en passie. Gaat natuurlijk niet lukken. Je zoekt Ware Liefde in een piepkleine pool. Het is bovendien egoïstisch: je wilt per se een partij die past bij jouw kleine niche.

3. Je gebruikt stemwijzers

De eerste online stemwijzer werd in 1998 ingevuld door 6.500 kiezers, bij de laatste verkiezingen 4,2 miljoen keer – we zijn dol op zelftestjes. Maar de Stemwijzer is vooral een Twijfelzaaier. Wie al weet wat te stemmen, kan hier bevestiging vinden, maar loopt juist risico op het tegendeel. Wat!? Partij voor de Dieren? Piratenpartij? ChrístenUnie? Over my dead body.

De Stemwijzer vraagt je mening over tientallen uiterst complexe vraagstukken, elk op zich al voldoende voor maanden debat. En jij hebt dertig seconden. Het was toch juist de bedoeling van democratie dat je zulke ingewikkelde kwesties kon toevertrouwen aan professionals en specialisten: de volksvertegenwoordiging? Wees eerlijk: die kwesties gaan boven je pet, van sommige had je zelfs nog nooit gehoord. Het is bullshit om ze dan braaf in te vullen (en voor wie wél perfect op de hoogte is, zijn de keuzemogelijkheden juist weer te simplistisch).

Tuurlijk, er zijn ook alternatieven. Veel zelfs. Héél veel. Het Kieskompas. De Stemmentracker. Kopsnel.nl, voor stemmen op basis van uiterlijk. De BouwStemWijzer, voor professionals in de bouw. De Programmavergelijker Ouderen. En zo heb je ze ook voor kinderen, freelancers, natuurliefhebbers, expats, internetters, wietgebruikers, diepgelovigen, homo’s, enzovoorts.

Maar hoe weet je welke stemwijzer je moet kiezen? Daar heb je de Stemwijzer voor Stemwijzers voor nodig. Maar die is er dan weer niet.

4. I have géén dream

Het zou makkelijk kiezen zijn als politici hun dromen vertelden. Maar dromen zijn uit en cijfers zijn in. Het draait in de politiek alleen nog maar om de feiten. En wie wel een vergezicht toont, krijgt meteen het deksel op de neus: is uw droom wel doorberekend, meneer? Het is professionalisering en bureaucratisering in de slechte zin des woord. Procentpuntenretoriek. Excelsheetpolitiek.

Dat zie je aan de verkiezingsprogramma’s. Dat zijn lijvige rapporten zonder visie, maar met tabellen en verklarende woordenlijsten. Kijkt u naar de volgende tabel:

SP, Nieuw Vertrouwen, 76 pagina’s.

VVD, Niet doorschuiven maar aanpakken, 54 pagina’s.

CDA, Iedereen, 86 pagina’s.

PvdA, Nederland sterker & socialer, 77 pagina’s.

D66, En nu vooruit, 72 pagina’s.

ChristenUnie, Voor de verandering, 80 pagina’s.

Ter vergelijking. Het Communistisch manifest van Marx en Engels telt 50 pagina’s, het Plakkaat van Verlatinghe 14 velletjes, Pim Fortuyn deed het in 2002 met negen A4’tjes en I have a dream van Martin Luther was een column.

5. Politici zweven zelf

„De kiezers doen maar wat”, zei Hans van Mierlo in 2009 tegen Vrij Nederland. Hij bedoelde: ze doen niet wat ik wil. Want juist politici doen vaak maar wat. Verzinnen bijvoorbeeld een langstudeerboete, maar willen die vervolgens weer kwijt. Dus als je als burger consequent wilt zijn qua standpunt, moet je soms wel van partij wisselen. Partijen draaien niet alleen, ze lijken ook steeds meer op elkaar. Kijk naar de posters op verkiezingsborden. Je krijgt geen enkel signaal dat dit over ónze tijd gaat, zelfs al staat er op veel posters ‘juist nu!’. Een archeoloog zal later moeite hebben dit te dateren. Als je er langsfietst, doe eens het volgende gedachte-experiment: verwissel bij alle posters lukraak de gezichten of slogans. Wedden dat het niets uitmaakt? Geloof de verhalen niet over de gepolariseerde samenleving. Vroeger, toen de SP nog maoïstisch was en PvdA-leiders nog geen stropdas droegen, toen waren we misschien gepolariseerd. Nu is alles flets en idem dito. En zelfs dat vond men in de jaren zestig ook al.

6. Omdat je naar verkiezingsdebatten kijkt

Er is geen slechtere tijd om je keuze te bepalen dan nu, tijdens verkiezingstijd. Dan zijn de politici op hun huichelachtigst en de media op hun hijgerigst. Het is de tijd van ballonnetjes en gratis bier; de tijd van peilingflauwekul, breekpuntengezever, gekrakeel over vakantiekiekjes en lievelingskleuren. Carnaval, kortom, iedereen is dronken, heeft een masker op – en jij hebt een serieuze vraag over ontslagrecht, zorg, woningmarkt? Vergeet het. Volg het nieuws niet. Volg zeker de peilingen niet. Denk aan in het verleden geleverde prestaties.

7. Omdat je in Nederland woont

Bij schaarste is kiezen simpel. In de woestijn aarzel je niet tussen Sourcy of kraanwater of, nee, wacht, doe toch maar een flesje San Pellegrino. Stel je eens de Stemwijzer in Syrië voor. Vraag 1: uw huis wordt gebombardeerd, (a) Ja (b) liever niet (c) kweenie. Maar op ons zorgeloze eilandje praten we over het al dan niet terugdraaien van een kleine verhoging van de toegestane snelheid op delen van sommige snelwegen. Kweenie, hoor. Den Haag is de Efteling voor opiniemakers, politiek een fight for your right to party (geloof trouwens niet alle verhalen over de Ergste Crisis Ooit: in de jaren tachtig en ook negentig was de werkloosheid hoger dan nu).

Tip 1: Sukkels stemmen ‘strategisch’

Strategisch stemmen klinkt heel intelligent, heel tactisch, echt als kiezen voor academici. Maar het is dom. Je houdt van rode wijn, maar toch bestel je bokbier, want, denk je, straks… Ja, wat, straks? In Nederland stem je niet op de regering, maar op de controleurs van de macht. En niemand weet wat er na 12 september gebeurt. Peilingen zitten er doorgaans naast. En denk aan de vorige verkiezingen: het CDA verloor flink, maar mocht volop regeren.

Of wil je alleen op Machtige Partijen stemmen? Bang dat het land anders onbestuurbaar wordt? Ook onzin. Juist de kleine partijen zijn de laatste jaren buitensporig belangrijk. Splintergroepjes kregen ministers. En over bestuurbaarheid: vroeger, toen alles nog goed was, waren kabinetten ook heel labiel. In de jaren vijftig, zestig, zeventig heb je allerlei kabinetten die het nog geen jaar uithielden – veel korter nog dan Rutte.

Wil je zeker weten dat je níét stemt op de partij van je hart, stem dan strategisch.

Tip 2: Je hebt allang gestemd

De echte macht zit niet in Den Haag of Brussel, maar – het is geen samenzweringstheorie – zit waar het geld is. En jij hebt geld. Niet veel misschien, maar je geeft het dagelijks uit, soms wel tienduizenden euro’s per jaar. Geld uitgeven is stemmen. En jouw briefgeld weegt veel zwaarder dan je stembriefje. De meest directe democratie is in de supermarkt. Daar stem je dagelijks voor of tegen plofkippen. Wie consequent is, kiest een partij die past bij z’n koopgedrag. Koop je biologisch, stem je GroenLinks. Rij je Audi, stem je VVD. Dat is ook het idee achter brandvoting.nl, waar je een partij vindt op basis van je merkenvoorkeur: ‘Kopen is kiezen. Kiezen is kopen.’

Zuilen bestaan nog wel degelijk. Alleen niet meer op basis van geloof of ideologie, maar bijvoorbeeld van consumptie: type huis, type auto. Je hebt typisch VVD-gedrag en typisch GroenLinks-gedrag, bleek ook uit atlas van kiezers van bureau Synovate.

Wees dus eerlijk, en hou je bij je eigen zuil. Je hebt allang gestemd.

Tip 3: Je twijfelt helemaal niet

Je denkt dat je zweeft, maar dat valt wel mee. De meeste zwevers aarzelen over een cluster van partijen die sterk op elkaar lijken, blijkt uit het eerder geciteerde rapport Kieskeurige kiezers.

Bijvoorbeeld: je weet zeker dat je eerder links dan rechts bent. Maar je twijfelt nog tussen het cluster PvdA, GroenLinks en SP. Die partijen verschillen nauwelijks (anders twijfelde je niet zo). Niet voor niets pleitte Job Cohen voor een linkse fusie.

De vraag is dus: ben je links of rechts? Daarna hoef je alleen nog naar smaak te verfijnen (progressief, conservatief, gelovig of ongelovig). Ben je niet echt links of rechts? Dan heb je keuze uit D66 of PVV. Als je dan nog aarzelt, kijk dan op welke partij je in elk geval níét wilt stemmen, en neem daar de tegenpool van.