Ik zoek nog steeds naar wat normaal is

Filosoof Eva-Anne Le Coultre analyseerde Boer Zoekt Vrouw. Ze is gefascineerd door het leven van ‘gewone mensen’. „Ik wil niet raar zijn.”

Als vroeger haar moeder en haar zusje met het bord op schoot naar GTST wilden kijken, vond ze dat maar niks. Eten doe je aan tafel. Hoe het hoorde was een vraag die in het jaren-70-hippiemilieu van haar ouders geheel irrelevant was, maar zelf dacht Eva-Anne Le Coultre (36) daar anders over. Niet alleen ontbrak in haar eigen anti-autoritaire opvoeding vrijwel iedere structuur ( „Ik herinner me geen bedtijden of andere regels”), haar beide oma’s, de ene een vrijgevochten Amsterdamse bohémienne, de andere een Veluwse boerin, hadden zo’n uiteenlopend bestaan dat ze nog meer in verwarring raakte over wat nu normaal was en wat niet. Ze raakte verslingerd aan damesbladen, eerst Margriet, later Yes, Flair, Viva en zelfs Mijn Geheim, die haar vertelden hoe andere mensen leefden, en hoe je je moet gedragen. Inmiddels is Le Coultre filosoof, maar dat weerhoudt haar er niet van om in het dagelijks leven nog altijd graag de mainstream te volgen. Waar haar moeder een tijdlang macrobiotisch kookte, bakt ze nu zelf blijmoedig vlees voor haar kinderen, ook al is ze zelf vegetariër. „Ik wil dat ze weten wat de heersende norm is. Dan kunnen ze later kiezen om daarvan af te wijken.”

Ook haar fascinatie voor de levens van andere gewone mensen is Le Coultre niet kwijtgeraakt. De opdracht van haar uitgever om een boek te schrijven over Boer Zoekt Vrouw vanuit populair-filosofisch perspectief, paste haar dan ook als een handschoen. In Echte boer zoekt dito vrouw maakt Le Coultre een minutieuze analyse van deze realitysoap, waar soms op een avond vijf miljoen mensen naar keken en die op 2 september zijn zesde seizoen ingaat. Ze onderzoekt de invloed van Boer Zoekt Vrouw op de Nederlandse samenleving en vergelijkt die met de invloed van vrouwenbladen door de jaren heen. Als wetenschapper is ze kritisch over het programma, maar als mens geniet ze van dit inkijkje in het bestaan van de boeren en van de vrouwen die om hun hand dingen.

Een filosoof die normaal wil zijn, kan dat wel? Moeten filosofen geen dwarse denkers zijn?

„In mijn werk ben ik dat wel, hoor. Ik ben verbonden aan de lerarenopleiding hier aan de universiteit van Groningen, ik leer studenten filosofie hoe ze les moeten geven. Collega’s vinden mijn studenten stronteigenwijs, terwijl ik ze juist aanmoedig om kritisch te denken en niks zomaar aan te nemen. Dat horen filosofen inderdaad te doen. Maar als mens heb ik de behoefte om niet uit de toon te vallen. Vooral voor mijn kinderen vind ik het belangrijk om niet raar te zijn. Ik wil dat ze zich gemakkelijk kunnen aansluiten bij de gewone wereld, al mogen ze zich daar later natuurlijk zoveel tegen afzetten als ze maar willen. Dat normaal willen zijn heeft iets paradoxaals, want ik wil ook – net als iedereen – graag origineel zijn, mijn eigen, unieke leven leiden. Toen ik op televisie over mijn boek werd geïnterviewd, vond ik dat aan de ene kant leuk, maar aan de andere kant voelde ik me de dagen erna heel ongemakkelijk. Ik wil me niet anders of beter voelen dan de andere moeders op het schoolplein.”

Zelf ben ik niet bezig – althans niet bewust – met wat normaal is. Vind je dat vreemd?

„Kennelijk heb je dan nooit zoals ik te maken gehad met botsende werelden, want dan móét je er wel mee bezig zijn. De afstand tussen het strengchristelijke plattelandsmilieu waarin mijn moeder opgroeide en de hippiecultuur in Amsterdam waar ze in de jaren 70 terechtkwam, was onvoorstelbaar groot. Mijn vader was wel opgevoed in de geest van de tijd, maar zijn moeder was weer zo excentriek – zelfs na haar dood nog: ze liet zich per rondvaartboot over de Amsterdamse grachten vervoeren naar begraafplaats Zorgvlied – dat ook zij bepaald geen rolmodel voor mij was. Ik werd geboren in totale onduidelijkheid. Mijn ouders hadden geen enkel houvast in hoe het hoorde.”

Weet je intussen zelf hoe het hoort?

„Ik ben zoekende. Toen ik kinderen kreeg, vroeg ik me serieus af hoe dat moest, leven als gezin. Mijn ouders waren al heel vroeg gescheiden, een gezin was voor mij een plaatje uit de Libelle. Hoe streng moet je zijn voor je kinderen, om maar wat te noemen? Mijn man heeft een traditionele opvoeding gehad met duidelijke normen en regels, dus voor hem is het allemaal veel vanzelfsprekender. Als onze dochter niet gehoorzaam is, wil hij dat ze naar hem luistert en daarna ‘ja, papa’ zegt, als teken dat ze het begrepen heeft. Als mijn moeder daarbij is, meen ik aan haar gezicht te zien dat ze dat hoogst vreemd vindt. Ik zit daar dan tussen, en vraag me af hoe ik er zelf eigenlijk over denk.”

Lees je nog steeds vrouwenbladen?

„Ja, het is pure ontspanning voor mij. ‘Mama-bladen’, Viva, Jan. Ik vind het heerlijk om liggend op de bank een smeuïg verhaal over een mislukte relatie te lezen. Heel intrigerend hoe mannen en vrouwen over elkaar praten en wat ze over zichzelf zeggen. Het geeft inzicht in de binnenwereld van mensen. Datzelfde vind ik ook in romans, maar als ik moe ben, kies ik graag voor de verstrooiing van de bladen.”

In je boek heb je het over de invloed van damesbladen als Margriet door de jaren heen. Die had positieve kanten voor de emancipatie, maar niet alleen, toch?

„Zeker niet. Op een bepaalde manier hebben ze zelfs een verwoestende invloed, omdat ze telkens weer de nadruk leggen op de rol van de vrouw als zorgende moeder. Een tijdje geleden had de Libelle een special over ‘het nieuwe huwelijk’. Ze doen zich voor als progressief, want de boodschap is dat mannen en vrouwen tegenwoordig samen voor huishouden en kinderen zorgen. Prima. Leuk. Maar wat wordt er óók gezegd, over een vrouw die de taken met haar man netjes verdeeld heeft? ‘Knap van haar dat ze haar man zo ver krijgt.’ Met andere woorden: het is dus nog steeds niet normaal! Als vrouw ben je op zijn minst de logistieke planner die het gezin draaiende houdt.”

Wat is de maatschappelijke impact van Boer Zoekt Vrouw?

„Die is denk ik het sterkst als het gaat om onze ideeën over de rol van mannen en vrouwen. In het vorige seizoen had je boerin Annemarie. Zij kwam in het programma over als een gestresst iemand. Vijf miljoen mensen kijken daarnaar en zeggen tegen elkaar: ‘Boerin Annemarie, die is niet vrouwelijk.’ Annemarie voelde zich beschadigd, omdat ze als een soort van typetje is neergezet, en vervolgens werd afgebrand omdat ze niet aan de norm voldeed. Dat vind ik een naar, hypocriet kantje van Boer Zoekt Vrouw: het programma presenteert zich als vriendelijk en zachtaardig, maar intussen worden mensen geofferd ten behoeve van de kijkcijfers.”

Maar je blijft kijken.

„Ik ben natuurlijk geen haar beter dan anderen. Het is lekkere televisie. Prettig om naar te kijken, met mooie beelden, een prachtige verhaallijn en elke keer een goeie teaser aan het eind: ‘Komen ze nu bij elkaar of niet?’”

‘Echte boer zoekt dito vrouw. Liefde in tijden van media’ door Eva-Anne Le Coultre, Uitg. Babel & Voss.