Het ANC raakt de greep op grote delen van Zuid-Afrika kwijt

Vlaggen op overheidsgebouwen hangen al dagen halfstok en gisteren was er een herdenkingsdienst voor de 44 mensen die bij de Marikana-platinamijn in Zuid-Afrika door onderling geweld en politiekogels om het leven kwamen.

Maar de door president Zuma uitgeroepen week van nationale rouw stond vooral in het teken van de nog altijd gapende kloof tussen arm en rijk. Een op eigen burgers schietende overheid symboliseerde voor velen de onmacht van het sinds 1994 regerende Afrikaans Nationaal Congres om achttien jaar na het eind van de apartheid het tij te keren.

Pas gisteren, bijna een week nadat politieagenten 34 stakende mijnwerkers hadden doodgeschoten, liet Zuma zich zien op de plek des onheils. Hij moest wel. Eerder bezocht hij tot woede van de stakers alleen een ziekenhuis met gewonden en vloog hij met een helikopter over de mijn.

Het was zoals altijd Julius Malema die de vinger op de zere plek legde. De oud-jongerenleider van het ANC, uit de partij gezet vanwege zijn polariserende uitspraken en kritiek op Zuma, werd eerder in de week door de stakers als een messias onthaald.

„Zuma is jullie president niet”, riep hij. Die staat volgens Malema niet aan de kant van de arme zwarte arbeiders, maar verdedigt de belangen van de rijke bazen.

Het bezoek van Zuma aan de mijn wordt in Zuid-Afrika gezien als damage control. Het ANC is de greep kwijt op grote delen van de samenleving en mensen als Malema buiten het gebrek aan leiderschap ten volle uit. Bijna dagelijks demonstreren Zuid-Afrikanen tegen de beroerde levering van basisdiensten als water, riolering en elektriciteit.

Zuid-Afrika leeft „op een tikkende tijdbom”, zei vakbondsvoorman Zwelinzima Vavi twee jaar terug al in deze krant. „De armen zijn het zat om een paar kilometer van hun eigen misère de zwarte en witte elite te zien pronken met hun rijkdom.”

De National Union of Mineworkers, met ruim 300.000 leden nog altijd de grootste vakbond van Zuid-Afrika, heeft voor veel mijnwerkers afgedaan omdat ze te nauwe contacten met het ANC en de werkgevers onderhoudt. De stakers steunen een radicalere bond, de Association of Mineworkers and Construction Union (AMCU), die sinds dit jaar actief leden werft bij platinamijnen.

Zuid-Afrika is de grootste platinaproducent ter wereld, maar de nederzettingen rond de mijnen behoren nog altijd tot de armoedigste van het land. De mannen die diep onder de grond rotsboren bedienen verdienen maandelijks ongeveer 400 euro en eisen op gezag van de AMCU nu het driedubbele. Mijnbedrijf Lonmin, eigenaar van de mijn, zegt met de militante leiders van AMCU geen zaken te doen. Het bedrijf noemde de dood van 34 van zijn werknemers in een summiere verklaring „duidelijk eerder een kwestie van openbare orde dan van arbeidsrelaties”. Het kille optreden van Lonmin is volgens analisten koren op de molen van populisten als Malema die menen dat grootschalige nationalisatie de enige oplossing is om de Zuid-Afrikaanse massa een fatsoenlijk bestaan te geven.

Hoewel de partijtop van het ANC én de traditionele mijnvakbond zich tegen nationalisatie hebben uitgesproken, zal eind dit jaar bij de belangrijke vijfjaarlijkse partijconferentie van het ANC het onderwerp weer op de agenda staan. Net als de toekomst van Zuma trouwens. Malema doet er alles aan om een tweede termijn van de krachteloze leider van Zuid-Afrika te voorkomen.

Correspondent Zuidelijk Afrika