Harry van Bommel 'Weet je, ik zie het mezelf nog weleens doen ook'

Kinderen willen later politieman of juffrouw worden, zelden Kamerlid. Wat was de droombaan van deze politici?

Tekst Freek Staps

Foto’s Merlijn Doomernik

Wilde ooit worden: correspondentIs geworden: nummer 4 voor de SP

„Met mensen spreken of bij een conflict aanwezig zijn, dat werkt als een magneet op me. En daar dan verslag van doen, hè.

Voor vast ergens in het buitenland gestationeerd zijn, is het allermooiste. Ergens anders wonen, me aanpassen aan lokale mores, dat trekt me enorm. Als journalist wil je met iedereen praten, je hebt zelfs de plicht om met daders én slachtoffers te praten. Als politicus wil ik niet bij iederéén op de thee.

De politiek geeft me soms wel reden om weg te willen. Wanneer er Haagse spelletjes worden gespeeld over of dit debatje wel of niet gevoerd mag worden, over wie er voorzitter mag worden van een bepaalde commissie, over een hoofdelijke stemming terwijl iedereen de uitkomsten al kent. Dan denk je: we zijn tijd aan het verspillen terwijl de grote thema’s wachten.

Ongetwijfeld romantiseer ik het correspondentschap, net zoals mensen dat met het Kamerlidmaatschap doen. Een correspondent gáát er niet steeds met zijn jeep en zijn tolk op uit. Hij zit ook weleens vast, mag niet weg van de redactie of wordt belazerd. Maar het mooie van reizen en van weg zijn is dit: in je herinnering overheersen de mooie verhalen. Weet je, ik zie het mezelf nog weleens doen ook.”