Dubbelwandige theeglazen sparen met Irene Moors

Hollands Glorie is Hollands nieuwste. Vanaf nu belicht het magazine elke twee maanden „al het moois dat ons land te bieden heeft”. Korenvelden, water en weduwen, naast Dutch design en tartaar uit de IJsselvallei.

Eneco verkoopt Hollandse wind. Campina doet in 100% Nederlandse kwaliteitsmelk – gegarandeerd van Hollandse koeien. En het vorig jaar gestarte belmerk van het Britse Vodafone heet Hollandsnieuwe.

Aandacht voor Nederland doet het goed in 2012, ook in de media. Ik hou van Holland blijft een van de paradepaardjes van RTL, ook in het komende tv-seizoen. En 100% NL Magazine – een samenraapsel van Volendamse bekendheden en gezellige weetjes – is een van de weinige tijdschriften die de oplage nog steeds sterk zien stijgen.

Daar kan nog wel wat meer bij, moet uitgever Credits Media, ook bekend van bladen als Joie de Vivre en Leven in Frankrijk hebben gedacht. Hollands Glorie dus, een glossy die de lezer „laat meegenieten van al het moois dat ons land te bieden heeft”. En Hollands, dat is het, tot de advertentiepagina’s aan toe: Verkade digestive, Landal Greenparks, en de aardappeltjes van Aviko.

Presentatrice Anita Witzier zal tweemaandelijks een bekende Nederlander voor het tijdschrift interviewen, met als rode draad de plaatsen waar die BN’er heeft gewoond. Voor dit eerste nummer is dat Irene Moors, gekozen omdat zij het toonbeeld van Hollands glorie is. Witzier somt op: „lang, blond, blauwe ogen, niet bedreigend, succesvol, niet over het paard getild, geestig, direct”. Plausibele redenen, maar voor een interview aan de hand van woonplaatsen is ‘La Moors’ een erg slechte keus. Haar actieradius beperkt zich tot een verhuizing naar de kamer van haar grote zus, en later van Haarlem naar het naburige Heemstede. Daar valt dus weinig eer aan te behalen voor Witzier. Ze weet Moors wel te ontlokken dat zij erg van sparen houdt. „Ik spaar bijvoorbeeld de dubbelwandige theeglazen van de Plus! Als ik ergens punten of zegeltjes mee kan sparen, dan doe ik dat. Heel Hollands!”

Sommige stukken in Hollands Glorie lijken zo overgenomen uit een VVV-gids of provinciale promotiefolder. Zo is Zutphen „de belangrijkste monumentenstad van Gelderland en toch geen doods openluchtmuseum” en vind je in de buurt van B&B de Graanrepubliek in Finsterwolde „korenvelden, water, historische kerkjes en statige herenboerderijen.”

Toch doet dat het blad tekort. Want de glorie van Holland gaat verder dan ‘de paden op de lanen in’, of de achtertuin van de BN’er. Een aardig achtergrondverhaal handelt over de weduwen van bekende Nederlandse ondernemers die een bedrijf groot hebben gemaakt. De weduwe Bols. Douwe Egberts. Van Nelle. En Kenau Simonsdochter Hasselaer, wier naam synoniem werd voor bazige vrouw. Zij staat bekend om haar bijdrage aan de verdediging van Haarlem, maar eerder al runde ze de scheepswerf van haar overleden man, waar tussen 1562 en 1571 maar liefst zestien schepen werden besteld. Ook aardig is het Nederlandse design dat in het magazine staat: van de leren jasjes met schuine ritsen van Goosecraft tot handgeknoopte tapijten van ontwerper Marc Janssen.

De vraag blijft: wie gaat Hollands Glorie kopen? Voor wie lekker op pad wil in eigen land is er immers al de ANWB Kampioen, of anders een van de vele fiets- en wandelbladen. En wie meer over de Nederlandse geschiedenis wil weten, is beter af bij Historisch Nieuwsblad. Het is te veel vlees noch vis. Daar kan het voorgerecht van tartaar uit de IJsselvallei in de kookrubriek niets aan veranderen.

Janna Laeven