Die kernreactor vlak over de grens lekt, let dus op

Het Belgische toezicht op kerncentrales is matig, maak het Europees, vindt Kristof Calvo

Illustratie: Arcadio

België beleeft een nucleaire zomer. Terwijl de regering Di Rupo nog maar net heeft beslist om de levensduur van de bijna veertig jaar oude kernreactor Tihange 1, nabij Luik, te verlengen, regent het de laatste weken nucleaire incidenten. Een niet te verhelpen lek van licht radioactief water in Tihange 1, scheurtjes in het reactorvat van Doel 3. Reactor Tihange 2 heeft misschien dezelfde problemen als Doel 3. Mogelijk worden beide reactoren nu niet meer opgestart.

De reactoren Doel en Tihange liggen op een steenworp van Nederlands grondgebied. Emopolitiek is evenwel nergens voor nodig. Aangezien de reactoren worden stilgelegd, is er geen direct gevaar voor de volksgezondheid of de veiligheid. Maar een mens krijgt het gevoel dat er echt iets moet gebeuren in België voor er een sense of urgency ontstaat.

Elke politieke verantwoordelijke, ook de Nederlandse minister van Economische Zaken Maxime Verhagen, zou Doel 3 dan ook op de voet moeten volgen. Het probleem is mogelijk zelfs ruimer dan enkel de reactorvaten (onder andere Doel, Tihange en Borssele) gemaakt door de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM). Mogelijk gaan de problemen terug tot de staalproducent of zelfs tot het productieproces van alle reactorvaten tijdens die jaren. Dan is er een risico voor zowat 350 reactoren over de hele wereld.

Extra preventieve controles van het reactorvat in Borssele, waar GroenLinks om vroeg, zouden een logische stap zijn. Als ‘buitenstaander’ vind ik het bizar dat Verhagen in campagnetijd, een hypergevoelige periode, zo’n controle niet gewoon aankondigt. Dan moet hij toch wel een erg grote fan van nucleaire energie zijn?

Pas na het uitlekken van intern mailverkeer van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), kwam de ernst van de problemen in Doel 3 aan de oppervlakte. Het is die unieke cultuur van geslotenheid en geheimhouding. ‘Laat ons nu toch gewoon doen zoals men dat vroeger deed’, zie je de nucleaire ingenieurs steeds denken. De vervlechting tussen de oude Belgische politiek, de controleorganen en Electrabel, de uitbater van de kernreactoren, is hardnekkig. Ter illustratie: de huidige en wellicht ook de volgende directeur van het controleagentschap FANC heeft een verleden als directeur van Doel, de gecontroleerde. Het mag duidelijk zijn: het Belgisch debat over nucleaire veiligheid is meteen ook een debat over ethiek, transparantie en democratie.

Maar transparantie blijft een probleem in zowat de hele nucleaire industrie, ook buiten België. Het antwoord van media en politiek moet in zulke gevallen fors zijn: „Sorry, we leven in een transparante samenleving die Tsjernobyl en Fukushima heeft meegemaakt. En de mensen zijn niet dom: ze willen info, eerlijke info. Die honger naar transparantie zal alleen maar toenemen. Dus wen er maar aan.”

Het ongebreidelde nucleaire optimisme mag dan wel definitief tot het verleden behoren, nucleaire veiligheid krijgt nog steeds weinig aandacht. In België is er nog tot 2025 productie op de sites van Doel en Tihange. Dan is er nog de ontmanteling en het probleem van het langlevend radioactief afval. Of we dat nu willen of niet, er zullen nog heel lang nucleaire activiteiten zijn op Europees grondgebied.

We kunnen ons dan maar beter bezinnen hoe we het nationale en internationale beleid inzake nucleaire veiligheid aanscherpen. En dan zal het antwoord meer moeten zijn dan de steekvlampolitiek na Fukushima: ‘de Europese stresstest’. De scheurtjeshistorie van Doel brengt de vederlichtheid van die stresstest nog maar eens in beeld. Niets werd daarover vastgesteld met die stresstest. Een louter theoretische oefening was het, uitgevoerd op kantoor in plaats van in de centrales, met de nucleaire sector die zelf de pen vasthield.

Radioactiviteit kent geen taal of nationaliteit. Toch is Europa op het vlak van nucleaire veiligheid nergens. Er is WENRA, de samenwerking van de West-Europese veiligheidsagentschappen, en het in 2007 opgerichte ENSREG, European Nuclear Safety Regulators Group. Maar dat zijn praatbarakken, reisbureaus voor de nucleaire ingenieurs.

Veelzeggend is dat na het uitbreken van de Doelcrisis de bevoegde woordvoerder van de Europese Commissie stil viel toen die op een persconferentie een vraag kreeg over de Belgische kerncentrale. Ook het internationaal topoverleg vorige week in Brussel naar aanleiding van de Doelcrisis had weinig om het lijf. Een afspraak om de potentieel gevaarlijke reactorvaten allemaal te screenen kwam er niet. Waarom niet? De bemoei-je-met-je-eigen-zaken-cultuur van de nationale veiligheidsagentschappen, zoals we die ook met de stresstest hebben gezien.

Het is misschien vloeken in de Nederlandse kerk, maar de enige manier om de eilandcultuur van de nucleaire spelers te doorbreken is een veel sterker Europa op het gebied van nucleaire veiligheid.

Er moet een Europese superregulator nucleaire veiligheid komen, een versterkte versie van ENSREG. Dat betekent onder andere: meer aandacht voor kennisdeling (bijvoorbeeld over het detecteren van scheurtjes zoals in Doel 3), een constante peer review van de nationale veiligheidsautoriteiten en strenge afspraken om belangenvermenging bij de controleurs tegen te gaan.

Een Europeanisering van de nucleaire veiligheid zal automatisch zorgen voor meer afstand tussen de controleorganen en de exploitanten. De nucleaire cultuur is hardnekkig en de financiële belangen zijn groot dus eenvoudige oplossingen zijn er niet. Maar voor meer nucleaire veiligheid is het rekenen op meer Europa. Inderdaad, dan bemoeit ‘Brussel’ zich niet alleen met de staatsbegroting, maar ook nog eens met veiligheid en energiepolitiek. Maar het is dat of de lobby die veiligheid van Doel en Tihange blijft bepalen. Over my dead body.

Kristof Calvo is federaal parlementslid voor Groen in België. Hij bracht de mails over de problemen bij Doel 3 aan het licht.