Derivaten als nucleaire techniek

„Je zou kunnen zeggen dat het bankwezen als profvoetbal is: je laten vallen voor een penalty, de scheidsrechter onder druk zetten met een scheldpartij, enzovoorts.”

‘Derivaten zijn als nucleaire technologie”, zegt hij. „Je kunt er bijzonder waardevolle dingen mee doen. Je kunt er ook een massavernietigingswapen mee maken.”

We treffen elkaar voor een duurzame sandwich in Londens eerste ‘groene fastfood restaurant’. Hij is eind dertig, een ontspannen ogende en precies formulerende man, geboren en getogen op het Europese vasteland, inmiddels vergroeid met Londen.

Een aantal jaren lang ontwierp hij voor een grote bank de complexe derivaten die ‘gestructureerde producten’ heten. Ze worden door multinationals gebruikt om belastingen te ontlopen, maar ook door pensioenfondsen om risico’s af te dekken. In goede jaren verdiende hij een half miljoen pond, in mindere tijden een kwart.

„Een derivaat in simpelste vorm”, zegt hij, „is een boer die geen idee heeft hoe zijn oogst gaat worden, maar die een ton nodig heeft om te kunnen zaaien. Misschien wordt de oogst fantastisch, misschien gaat-ie helemaal verloren. Probeer jij als boer maar eens een ton te lenen bij de bank. Maar nu koopt de boer een derivaat waarbij zijn ‘tegenpartij’ vastlegt 120.000 pond te betalen voor de oogst. Als de oogst beroerd is, krijgt de boer nog steeds die 120.000 en verliest de tegenpartij. Als de oogst geweldig is, verdient de tegenpartij geld. Hoe dan ook heeft de boer zijn oogst gefinancierd.”

Dit is het klassieke voorbeeld van een maatschappelijk nuttige derivaat; je elimineert een element van onzekerheid. De andere kant van de medaille is dat derivaten vaak complex en duur zijn, dus zijn het vooral de agrogiganten die er gebruik van maken.

Eerder dit jaar beschuldigde een derivatenbankier bij Goldman Sachs zijn bazen ervan dat zij spraken over klanten als „muppets” die je best kon belazeren. Ik vroeg daarna een vijftal bankiers in derivatenhandel wie die muppets konden zijn, en ze zeiden unaniem: „unsophisticated investeerders”. Concreet: „een of andere gast bij een Belgische bank”, of: „een gemeente ergens in Zweden”.

Misbruik gaat terug op de normen en waarden in een organisatie, zegt mijn derivatenbouwer van vandaag. „Als jij je product aan een klant kunt verkopen voor dubbel zoveel, doe je dat dan? Ik zou zeggen, in het zakenleven mag dat, op voorwaarde dat je klant voldoende informatie krijgt. Dat is een essentieel punt rond complexe derivaten. Je moet de kleine lettertjes lezen en als je ze niet snapt, moet je een advocaat inhuren die het je uitlegt. Wie dat niet doet, is een muppet.”

Hij weet dat veel mensen zeggen dat de cultuur in de financiële sector simpelweg de menselijke natuur weerspiegelt. „Je zou kunnen zeggen dat het bankwezen als profvoetbal is: je laten vallen voor een penalty; de scheidsrechter onder druk zetten met een scheldpartij; zelf proberen te scoren ook al staat je ploeggenoot er beter voor; weigeren te voetballen omdat je naar een beter betalende club wilt; enzovoorts.”

„Elk weekeinde kijken miljoenen mensen naar profvoetballers die dit soort dingen doen, en iedereen vindt het normaal. Maar is het normaal? Neem rugby. Daar flikt niemand kunstjes, en alleen de aanvoerder praat met de scheidsrechter. Intussen gaan op het veld spelers er nog veel harder in dan bij voetbal. Daarom geloof ik dat normen en waarden cruciaal zijn. Rugby heeft een andere cultuur,en dat leidt tot ander gedrag.”

Joris Luyendijk

De auteur doet in deze column verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op guardian.co.uk/bankingblog