De voorstad wordt vergaarbak van kanslozen zonder netwerk

Zolang politici niet inzien dat relschoppers in de banlieues protesteren tegen uitsluiting, zullen auto’s blijven branden, stelt Eelke Blokker.

De Franse president Hollande reageerde vorige week precies hetzelfde op de rellen in de banlieues van Amiens als de Britse elite op die in hun suburbs vorig jaar. Plunderingen worden veroordeeld, relschoppers zijn niets dan criminelen. Politici gaan voorbij aan de betekenis van het feit dat de onruststokers dit maatschappelijk geweld in zulke groten getale uiten. Alsof een demonstratie zonder geëngageerde leuzen op spandoeken, maar wel met beestachtig geweld, geen demonstratie kan zijn. Maar deze ongerichte woede is wel degelijk een protest. Het is de demonstranten alleen niet duidelijk tegen wie ze knokken. Tegen de netwerksamenleving?

In kringen van hoger opgeleiden die niet in banlieus wonen wordt de netwerksamenleving gevierd als het summum van democratie. Een samenleving van netwerken produceert meer samenwerking, flexibiliteit en dus oplossingen. Maar dat is niet het hele verhaal. Een samenleving van netwerken impliceert mensen die erbij horen, maar ook mensen die aan de zijlijn blijven staan. Want, alleen mensen die waarde aan het netwerk toevoegen mogen erbij.

De overheid legt intussen in zijn beleid steeds meer de nadruk op economische participatie. Mensen die daar niet aan voldoen mogen niet de vruchten van de verzorgingsstaat plukken. Wie schulden blijft maken, valt buiten schuldsaneringstrajecten. Wie zich niet kan gedragen, wordt uit trajecten voor gedragsproblemen gegooid.

Socioloog Manuel Castells heeft al een ‘Vierde Wereld’ voorspeld: een nieuwe onderklasse zonder toegang tot netwerken die nodig zijn om een goed huis te bemachtigen, een goede school, een stabiele baan.

Vroeger werd deze onderklasse uitgebuit door een lokale fabrieksbaas. Maar de fabrieken zijn naar lagelonenlanden verplaatst, of de fabrieksbaas importeert zijn personeel uit die verre landen. Daarom zit deze onderklasse steeds langer in uitkeringen en woont ze in verouderde huizenblokken in voorsteden. Het leven in de Vierde Wereld is uitzichtloos en de inwoners ervan zijn onbekwaam om daaraan te ontsnappen.

Zo ontstaan er in voorsteden grote groepen mensen die zowel door overheid als samenleving worden uitgesloten. Is dat een reden om te gaan rellen? Absoluut niet. Zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen geluk? Zeker. Dat is het punt ook niet.

Het punt is dat het hier niet om een groep verijdelde criminelen gaat. Omdat ze zo wel worden gezien zullen de oplossingen – strenger handhaven, harder aanpakken, hoger straffen – niet werken. Die versterken de uitsluitende werking alleen.

De belangrijkste vraag die de rellen in Amiens, Parijs, Toulouse en Londen zouden moeten oproepen is: voor wie is de verzorgingsstaat er? Voor de Vinex? Of richten we die in rondom banlieues, suburbs en achterbuurten?

Wat mij betreft begint de oplossing van deze rellen bij een fundamentele herdefiniëring van de verzorgingsstaat rondom deze groeiende groep onrendabele, uitgesloten Don Quichots van de banlieues. We realiseren ons onvoldoende dat de verzorgingsstaat juist moet worden ingezet als tegenkracht van de netwerksamenleving. Zolang dat besef uitblijft zijn we er niet alleen zeker van dat steeds meer auto’s in de hens gaan en steeds meer rubber kogels worden afgevuurd in voorsteden. We zijn ook gedoemd onze verzorgingsstaat te zien verworden tot het meest efficiënte en effectieve systeem voor economisch rendabele mensen. Voor alle anderen is er de politiestaat.

Eelke Blokker is oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden, en adviseur van gemeenten, zorginstellingen en woningbouwcorporaties.