De Serie A gaat weer leuk worden

De tweede plek op het EK heeft het Italiaanse voetbal goed gedaan, zegt analist en oud-Milan-coach Arrigo Sacchi (66). Zaterdag begint de competitie.

ROTTERDAM. Het land trilt nog na van Calcioscommesse, het nieuwste omkoopschandaal in het Italiaanse voetbal, de beste spelers verruilen de Serie A voor het grote geld in andere competities en de toeschouwersaantallen lopen al jaren terug in Italië. Toch is Arrigo Sacchi (66), succescoach van AC Milan in de jaren tachtig en negentig, positief gestemd over het Italiaanse voetbal. „Er is weer optimisme en positiviteit in Italië. Precies wat we nodig hebben.”

Het opgewekte sentiment is vooral aangewakkerd door de tweede plaats van Italië op het EK in Polen en Oekraïne, afgelopen zomer. Tot ieders verbazing haalde het jonge elftal van bondscoach Cesare Prandelli de finale, waarin het kansloos verloor van Spanje (4-0). „Voor veel Italianen was die prestatie een totale verrassing. Voor mij niet”, zegt Sacchi. „Ik wist dat Prandelli goed werk verrichte. Hij is rustig, in staat om de juiste spirit te creëren en deed dat met aanvallend, avontuurlijk voetbal.”

Als Sacchi, die een adviserende rol heeft bij de Italiaanse voetbalbond, de suggestie hoort dat hij de offensieve speelwijze van de Italianen er doorheen heeft gedrukt, klinkt hij plots als het prototype opgewonden Italiaan. „No, no, no. Dat was zijn idee. Maar, zoals je weet, komt die speelwijze overeen met mijn opvattingen over voetbal. Voetbal is een spel waarin het erom gaat de bal te hebben, het spel te domineren en je tegenstander jouw wil op te laten leggen. Pas dan kun je een wedstrijd winnen.”

Na het WK in Zuid-Afrika, twee jaar geleden, heeft de Italiaanse voetbalbond een behoorlijke metamorfose ondergaan. Onder aanvoering van Sacchi is een nieuw beleid ontwikkeld dat er vooral op gericht is jong talent te scouten dat er ongetwijfeld is, maar moeilijk opgespoord wordt. Want zowel het nationale team als de clubs houden te lang vast aan oudere spelers. Deels uit respect, deels vanwege gebrek aan alternatieven. „Er is een enorm fundament voor talent in Italië. Onze kinderen worden opgevoed met onze rijke voetbalhistorie, ze willen uitgroeien tot de grootheden die we hebben gehad, maar daarin schuilt ook het gevaar”, meent Sacchi, die ook analist is voor Mediaset, het televisiebedrijf van Silvio Berlusconi. „In Italië gaat alle aandacht vaak naar een uitblinker, maar de verering van het individu strookt in mijn ogen niet met het feit dat voetbal een teamsport is.”

Hetzelfde geldt voor de manier van spelen. Italië speelt vaak defensief, wat een gevolg is van hun volksaard, die erop is gebaseerd alleen gebaande wegen te bewandelen, niet de nieuwe, meer avontuurlijke routes. „Prandelli heeft veel lof gekregen voor zijn aantrekkelijke manier van spelen, maar straks als de competitie weer begint, vragen de tifosi [fans]niet om vermaak bij hun club. Ze willen een overwinning. Dat is het enige wat telt in Italië.”

De Serie A opent zaterdag met het duel tussen Fiorentina en Udinese, een paar uur later ontvangt titelverdediger Juventus Parma. Milan, de nummer twee van vorig seizoen, speelt zondag tegen Sampdoria.

Deze zomer vertrokken diverse grote namen uit de Serie A, die eind jaren tachtig de sterkste competitie ter wereld was. Zlatan Ibrahimovic en Thiago Silva vertrokken samen voor 65 miljoen euro naar Paris Saint Germain, waar een investeerdersgroep uit Qatar tegenwoordig met de portemonnee zwaait. Sacchi haalt zijn schouders op. „Dat de Serie A zijn status is verloren, heeft vooral met economische redenen te maken. Maar dat er nog geen club is overgenomen door buitenlanders zegt wel iets. Italianen koesteren het voetbal. Daar moet je niet aan komen.” Sacchi bekijkt het liever van de positieve kant. „Dat spelers kiezen voor het grote geld, moeten zij weten. De presentatie van Italië op het EK sterkt mij eens te meer in de gedachte dat voetbal draait om het team. Italiaanse clubs moeten daar in Europees verband kracht uit putten.”

Of de recente omkoopschandalen, zoals Calciopoli (2006) en Calcioscommesse (2012), een rol hebben gespeeld bij de uittrede van veel voetballers durft Sacchi niet te zeggen. Als het thema ter sprake komt, klinkt er pijn door in zijn stem. „Ik vind het echt verschrikkelijk dat er mensen zijn die ons voetbal op zo’n manier kapot willen maken. Laten we hopen dat dit ophoudt. Verder kan en wil ik er weinig over zeggen. De onderzoeken lopen nog.”

Veel liever koestert Sacchi de flow waarin zijn land leek te verkeren tijdens deze zomer, met de geniale passes van Andrea Pirlo, de definitieve doorbraak van Mario Balotelli en het leiderschap van Gianluigi Buffon. „Ik, en met mij miljoenen landgenoten, hebben daarvan genoten. Italië is weer op de weg terug.”