De jongens ruimen het puin zelf wel

Iraniërs klaagden dat de staat faalde na de aardbeving in het noordwesten, die deze maand driehonderd levens eiste. Een groep brengt nu hulp op eigen houtje. Maar dat blijkt lastig.

Daar zaten ze dan, op het terrein van een plasticfabriek in Sarand, midden in een aardbevingszone. Thuis in Teheran hadden ze binnen twee dagen een gigantische hulpactie op poten gezet. Er was veel geld opgehaald, vijf vrachtwagens vol maandverband, koekjes en flessen water hadden ze gevolgd op de lange rit naar de verre, noordelijke provincie Oost-Azerbajdzjan, maar nu zaten de twintigers uit de hoofdstad er helemaal doorheen.

De dorpjes in de omgeving liggen vrijwel allemaal in puin na twee aardbevingen eerder deze maand met een kracht van 6,4 op de schaal van Richter. In Teheran kwam de geruchtenmachine direct op gang. De officiële hulporganisaties zouden te weinig hulp verlenen. Volksvertegenwoordigers uit het gebied klaagden dat er gebrek aan alles was.

Ook de staatstelevisie maakte flaters, zei voorzitter Ali Larijani van het Iraanse parlement. De eerste dagen na de bevingen hadden ze maar sporadisch nieuws gebracht, en op de dag dat nationale rouw werd afgekondigd, werd op prime time een comedy uitgezonden.

„We waren boos”, zegt Asal (27). „We besloten het zelf te doen.” Op Facebook organiseerde ze een ongekende burgercampagne, die de in Iran alom aanwezige staat volledig links liet liggen. Het initiatief verspreidde zich als een olievlek over de miljoenenstad. Terwijl Asal steeds nieuwe foto’s online zette van stelletjes, kinderen en opa’s die geld en spullen kwamen brengen, kwamen per telefoon almaar nieuwe steun.

„Ik heb mijn hele telefoonlijst afgebeld, van A tot Z, iedereen beloofde hulp”, zegt Asal. Ze heeft meer dan 800 contacten in haar telefoon.

Meer dan 15 uur had de tocht naar het aardbevingsgebied geduurd. De jongeren die de vrachtwagens begeleidden kenden elkaar niet voor de beving. Rechtenstudenten uit de middenklasse, volkse staalhandelaren en rijke dromers sloegen de handen ineen om hulp te bieden waar in hun ogen de regering had gefaald. Niemand had enige ervaring met hulpverlening, maar iedereen stroomde over van goede wil.

In Iran worden vrijwel alle publieke initiatieven door de staat gecontroleerd. Er zijn slechts een paar non-gouvernementele organisaties, en de Rode Halve Maan, het islamitische equivalent van het Rode Kruis, is een semi-overheidsorganisatie. Sinds de massale burgerprotesten van 2009, die hard werden neergeslagen door de regering, hebben grote groepen mensen het vertrouwen in de staat verloren.

Hoewel Irans opperste leider, ayatollah Ali Khamenei, een paar dagen na de ramp het gebied bezocht en benadrukte dat hulp van burgers goed is, zijn de hulpkonvooien toch verdacht. Er zijn ook geruchten dat de Iraanse Revolutionaire Garde hulpgoederen afpakt.

Op de plaats van bestemming blijkt alles lastiger dan verwacht. De meeste dorpjes langs de grote weg komen om in de hulgoederen, en in plaats van toiletpapier hebben veel mensen juist wc’s nodig. Er ontstaat ruzie tussen de twee zelfbenoemde leiders van de groep, en als de zon ondergaat eten de hulpverleners mistroostig koude rijst uit de voorverpakte maaltijden die ze zelf uit Teheran hebben meegenomen.

„We zijn heel optimistisch begonnen”, zegt Mohammad, die duizend-en-een baantjes heeft. „Maar nu moeten we het ook afmaken.”

De volgende dag trekt de groep de wilde heuvels van het noorden van Iran in. Met hun oude terreinwagens bereiken ze na uren rijden de verste dorpjes, vlakbij de grens met Armenië en Azerbajdzjan. Daar vinden de kleren die ze hebben meegenomen gretig aftrek, evenals speelgoed en rijst.

„Ik voel me een met deze mensen”, zegt Mansour, een jonge arts, die in een tent thee drinkt met mannen wier huizen in puin liggen maar die toch nog kunnen lachen. „Die bouwen we wel weer op”, roepen ze uitgelaten.

Buiten, in het gras dansen kinderen op de nieuwe slippers die de groep heeft uitgedeeld. „Als we willen kunnen we het”, zegt Mansour. „We hebben de staat niet nodig.”

Twee dagen later wordt een soortgelijke groep van 35 burgerhulpverleners gearresteerd door de Revolutionaire Garde, meldt een oppositiewebsite. Hun goederen zijn in beslag genomen en ze zijn overgebracht naar een lokaal departement van het Ministerie van Geheime Dienst.

Thomas Erdbrink