Braziliaanse infrastructuurplannen lijken ambitieus

De infrastructuurplannen van Brazilië zijn misschien wat al te rooskleurig. President Dilma Rousseff hoopt dat particuliere beleggers de komende twintig jaar zullen helpen de 66 miljard dollar (52,6 miljard euro) ter beschikking te stellen voor de ontwikkeling van spoor- en wegverbindingen, om de economie te stimuleren – en dat is pas het begin. Helaas hebben eerdere pogingen van de staat om de infrastructuur op te tuigen niet aan de verwachtingen voldaan. De particuliere zal moeite hebben het beste te maken van de aangeboden concessies.

De nieuwe aandacht van Rousseff voor de infrastructuur maakt een verstandige indruk. Om te beginnen is het een erkenning van het feit dat particulier kapitaal kan helpen de 3.000 kilometer aan snelwegen en 4.000 kilometer aan spoorwegen te verbeteren. Het duidt er ook op dat de president weet dat de Braziliaanse economie niet zal terugkeren naar een jaarlijkse groei van het bruto binnenlands product met 4 procent als dat alleen van de consumenten moet komen, ondanks de lage rente.

De staat van dienst van Brazilië op infrastructureel gebied is echter bepaald niet fantastisch. Van een overheidsprogramma van 504 miljard real (nu 199 miljard euro) tussen 2006 en 2010 is uiteindelijk maar de helft daadwerkelijk uitgegeven. Een recenter initiatief, in theorie nog omvangrijker, is vastgelopen op de beruchte Braziliaanse bureaucratie, waardoor de betalingen vertraagd werden. Op grond van het nieuwe plan van Rousseff moeten particuliere fondsen makkelijker ter beschikking kunnen worden gesteld. De regering heeft beloofd een nieuw agentschap op te richten om de verlening van concessies te versnellen. Maar de geschiedenis duidt erop dat de bureaucratie spelbreker kan zijn.

Ook de financiën zijn van belang. De regering hoopt dat de concessienemers kunnen leven met interne rendementen van 6 procent – minder dan de ruwweg 8 procent die de huidige particuliere infrastructuurprojecten volgens Crédit Suisse opleveren. Nu de ontwikkelingsbank BNDES goedkope kredieten aanbiedt, denkt de Zwitserse bank dat particuliere firma’s dit rendement kunnen optrekken naar maar liefst 25 procent. Maar zelfs met steun van de ontwikkelingsbank is het binnenhalen van geld voor zulke zware investeringen op de onderontwikkelde kapitaalmarkten van Brazilië waarschijnlijk een uitdaging, vooral wanneer Rousseff ook nog plannen voor de aanleg van havens en vliegvelden aan het geheel toevoegt.

Die zorgen hebben aanleiding gegeven tot het in leven roepen van een nieuw wettelijk raamwerk voor infrastructuurobligaties, dat wacht op goedkeuring van Rousseff. Deze obligaties kunnen een deel van het geld aantrekken van de Braziliaanse pensioenfondsen, die volgens Moody’s zo’n 226 miljard euro onder beheer hebben. Maar het kan nog wel even duren voordat die zo ver zijn om dit ter beschikking te stellen. Het op grote schaal betrekken van de particuliere sector bij infrastructurele projecten is een stap in de goede richting, maar de weg zal voorlopig nog hobbelig zijn.

Raul Gallegos

Vertaling Menno Grootveld