Als de overheid het niet doet, brengen we dat maandverband zelf wel

Daar zaten ze dan, op het terrein van een plastic fabriek midden in een aardbevingszone. In Teheran hadden ze binnen twee dagen een gigantische hulpactie op poten gezet. Vijf vrachtwagens vol maandverband, koekjes en flessen water hadden ze gevolgd op de lange rit naar Oost-Azerbeidzjan, maar nu zaten de twintigers uit de hoofdstad er helemaal doorheen.

De dorpjes in de omgeving liggen vrijwel allemaal in puin nadat twee aardbevingen vorige week zaterdag met een kracht van 6,4 op de schaal van Richter toesloegen. In de hoofdstad kwam de geruchtenmachine vrijwel direct op gang. De officiële hulporganisaties zouden te weinig hulp verlenen. Volksvertegenwoordigers klaagden dat er gebrek aan alles was.

„We waren gewoon boos”, zegt Asal (27). „We besloten het zelf te doen.” Op Facebook organiseerde ze een ongekende burgercampagne, die de in Iran alom aanwezige staat volledig links liet liggen. Het initiatief verspreidde zich als een olievlek over Teheran, terwijl Asal steeds nieuwe foto’s online zette van stelletjes, kinderen en opa’s die geld en spullen kwamen brengen.

„Ik heb mijn hele telefoonlijst afgebeld, van A tot Z, iedereen zegde steun toe”, zegt Asal, die meer dan 800 contacten in haar telefoon heeft.

Meer dan vijftien uur had de tocht naar het aardbevingsgebied geduurd. De groep jongeren die had besloten vrachtwagens te begeleiden, kende elkaar helemaal niet voor de beving. Rechtenstudenten uit de middenklasse, volkse staalhandelaren en rijke dromers sloegen de handen ineen om hulp te bieden, waar in hun ogen de regering had gefaald.

In Iran worden vrijwel alle publieke initiatieven door de staat gecontroleerd. Er zijn slechts een paar non- gouvernementele organisaties, en de Rode Halve Maan, het Islamitische equivalent van het Rode Kruis, is een semi-overheidsorganisatie. Sinds de massale burgerprotesten van 2009 die hard werden neergeslagen door de regering, hebben veel mensen het vertrouwen in de staat verloren.

Op de plaats van bestemming blijkt alles toch lastiger dan verwacht. De meeste dorpjes langs de grote weg komen om in de hulpgoederen, en in plaats van toiletpapier hebben veel mensen juist wc’s nodig. Er ontstaat ruzie tussen de twee zelfbenoemde leiders van de groep en als de zon ondergaat, eten de hulpverleners mistroostig koude rijst die ze zelf uit Teheran hebben meegenomen.

De volgende dag trekt de groep de wilde heuvels van het noorden van Iran in. Met hun oude terreinwagens bereiken ze na uren rijden de verste dorpjes, vlakbij de grens met Armenië en Azerbeidzjan. Daar vinden de kleren die ze hebben meegenomen gretig aftrek, evenals speelgoed en rijst.

„Ik voel me een met deze mensen”, zegt Mansour, een jonge arts, die in een tent thee drinkt met mannen wier huizen in puin liggen, maar toch nog kunnen lachen. „Die bouwen we wel weer op”, roepen ze uitgelaten. Buiten in het gras dansen kinderen op de nieuwe slippers die de groep heeft uitgedeeld.

„Als we willen, dan kunnen we het”, zegt Mansour. „We hebben de staat niet nodig.”

Twee dagen later wordt een soortgelijke groep van 35 burgerhulpverleners gearresteerd door de Revolutionaire Garde, meldt een oppositiewebsite. Hun goederen zijn in beslaggenomen en overgebracht naar een lokaal departement van het ministerie van Geheime Dienst.

Correspondent Iran