Verslagen door Breivik

Van de saamhorigheid vlak na de aanslagen in Oslo en op Utøya is een jaar later weinig meer over. Het debat over immigratie wordt weer fel gevoerd en het vertrouwen in de politieke elite is weg. Is massamoordenaar Breivik dan toch in zijn opzet geslaagd?

Verslaggever

Wie door de straten van Oslo loopt voelt: er is iets veranderd. Het saamhorigheidsgevoel van een jaar geleden, na de bloedige aanslagen in de Noorse hoofdstad en op het eiland Utøya, is weg. En dat komt niet doordat de bloemen, hartjes en teddyberen uit het straatbeeld zijn verdwenen.

Vaak gaat het om kleine gebaren. De geïrriteerde oogopslag als je per ongeluk iemand aanstoot in de metro. De stuurse blikken van voorbijgangers op straat. Met hun iPod trekken de Noren zich terug in hun eigen wereld. Ze doen weer waar zij naar eigen zeggen zo goed in zijn: anderen met rust laten.

Tegen een buitenstaander zullen ze zeggen: alles is in orde. We zijn trots op de ordentelijke manier waarop het proces tegen Anders Breivik is verlopen. Niemand heeft geschreeuwd tijdens de rechtszaak, waarin morgen uitspraak wordt gedaan. Iedereen gedroeg zich, op die ene Iraakse man na. Zijn broer was een van de 77 slachtoffers van Breivik. Hij gooide een schoen naar de massamoordenaar.

Maar onder elkaar geven de Noren uiting aan hun zorgen. Niet over Breivik – hij zal hoe dan ook uit het maatschappelijk leven verdwijnen. Wel over de verwarring die hij met zijn daden heeft veroorzaakt. Hoe ontwikkelde Breivik zo’n enorme haat jegens moslims? Hoe wijdverbreid is die haat eigenlijk? Lopen er nog meer Breiviks rond daar buiten?

Die gesprekken worden vrijwel uitsluitend in huiskamers gevoerd. In het publieke debat blijven ze vooralsnog achterwege. Velen zijn bang dat de geest uit de fles gaat als Noren worden aangemoedigd hun mening over de denkbeelden van Breivik te uiten. „Misschien wordt dat wel een vreselijke ervaring”, zegt Kristopher Schau, een in Noorwegen bekende en controversiële komiek en rockmusicus.

Schau raakte een gevoelige snaar met zijn persoonlijke, confronterende artikelen over de rechtszaak voor de Noorse krant Morgenbladet. Maar zelf vond hij het een pijnlijke ervaring. „Ik dacht dat ik wel begreep hoe de menselijk geest werkt. Maar ik ben totaal in verwarring geraakt.”

Hij is niet de enige. Noorwegen is nog lang niet klaar met Breivik. Of beter: met datgene waar Breivik voor staat. De Noren willen verklaringen – hoe kon dit in óns vreedzame land gebeuren – en zoeken naar schuldigen. Dat wordt een proces van jaren, maar de eerste klappen vallen waarschijnlijk binnenkort al. Vooraanstaande politici, is de verwachting, zullen het veld ruimen. Zij kunnen niet meer heen om de vernietigende conclusie van een recent verschenen onderzoeksrapport: de autoriteiten faalden opzichtig op 22 juli 2011, de dag dat Breivik toesloeg.

Dat rapport heeft de twijfel bij de Noren alleen maar aangewakkerd. „Noren hebben een rotsvast vertrouwen in hun leiders”, zegt terrorisme-expert Laila Bokhari, die in de onderzoekscommissie zat. „Als die leiders falen, waar sta je dan als burger?” Nog zoiets waar de Noren trots op zijn of, beter gezegd, waren: hun goedgelovigheid.

Jens Stoltenberg, de Noorse premier, staat misschien meer dan wie ook symbool voor de omgeslagen sfeer in het land. In de weken na de aanslagen was hij een gevierd man. Stoltenberg riep zijn landgenoten op „wijsheid en respect” te tonen in het immigratiedebat. Maar diezelfde Stoltenberg werd vorige week door het invloedrijke boulevardblad VG gemaand op te stappen. Als hij aanstaande dinsdag, tijdens een parlementair debat, geen schuld bekent, zal de roep om zijn aftreden luider worden.

Langzaam komen er barstjes in het Noorse pantser van verdraagzaamheid. Want zo voelt het, als een pantser, vinden met name degenen die zich zorgen maken over de instroom van buitenlanders. Lang hielden zij zich stil, maar vorige maand deden zij massaal van zich spreken. ‘Vergiftig de Roma’, ‘hak hen in mootjes’, ‘zet ze over de grens’, weerklonk het op internetfora.

Die haat was het gevolg van een opmerkelijke actie van zo’n tweehonderd Roma in Oslo, kort daarvoor. Ze hadden onderdak gevraagd aan een plaatselijke kerk, omdat zij zich opgejaagd voelden door de Noorse politie. Dat werd door xenofoben als provocatie opgevat. Bijna 40 procent van de Noren wil niet naast Roma wonen, zo blijkt uit een recente opiniepeiling, fors meer dan het percentage dat Joden mijdt (8 procent) en moslims (21 procent); 74 procent van de Noren wil een verbod op bedelen, zodat Roma het land moeten verlaten.

Stoltenberg is bang voor zulke onderbuikgevoelens. Maar flirt er zelf ook mee, uit angst dat rechtse partijen als de Fremskrittspartiet met zijn electoraat aan de haal gaan. „Ik raak uit mijn doen van de taal die in het debat over de Roma wordt gebezigd”, zei Stoltenberg na kritische mediaberichtgeving. „EU-onderdanen zijn welkom in Noorwegen, maar ze moeten wel in hun eigen onderhoud voorzien.” Een tweeledige en verwarrende boodschap.

De Noorse oppositie durft de sociaal-democratische premier vooralsnog niet hard aan te pakken. Want hoe kun je iemand dwingen om schuld te bekennen voor iets waar hij zelf nog elke dag om rouwt: het verlies van 69 jonge partijgenoten? „Het is alsof je een vader verantwoordelijk maakt voor de dood van zijn kinderen”, zegt de in Noorwegen werkende Nederlandse psycholoog Judith van der Weele. En toch, zegt zij, zullen Noren door dat soort processen heen moeten. „Alleen zó kun je die prangende vragen over vreemdelingenhaat beantwoorden.”

In het onderzoek naar het politieoptreden tijdens de aanslagen werden deze vragen niet meegenomen, vertelt terrorisme-expert Bokhari. „Wij wilden ons niet richten op specifieke bevolkingsgroepen, maar hebben de inlichtingendienst wel geadviseerd om goed naar die vreemdelingenhaat te kijken.”

De verleiding om dit onderwerp onbesproken te laten is groot, want Noorwegen is een zeer welvarend land dat lang onaantastbaar leek. Zelfreflectie past niet zo bij het ingetogen karakter van de Noren. „Probeer dat maar eens te doorbreken”, zegt Bohkari.

In het publieke discours wordt vaak de vergelijking met trollen gemaakt, de bekende Noorse sprookjesfiguren die staan voor de schaduwzijden van de mens. Noren houden ze het liefst binnen, want als de zon er op schijnt kunnen ze barsten. „De angst dat ze barsten is groot”, zegt de komiek Schau. „Want je weet nooit wat je ervoor terugkrijgt.”

Op de vraag of hij een oplossing heeft voor dit dilemma, zegt Schau: „Het klinkt simpel, maar we moeten gewoon wat liever zijn voor elkaar.”