'Veel Noren delen de denkbeelden van Breivik; zij voelen zich niet serieus genomen'

De Noorse regering van Jens Stoltenberg werd vorige week fel bekritiseerd in een rapport van een onafhankelijke onderzoekscommissie over ‘22-7’. Maar de oppositie hield zich tot nu toe opvallend stil. „Een mens in rouw kun je niet hard aanpakken”, vindt Christian Tybring-Gjedde van de rechtse Fremskrittspartiet. Hij sluit niet uit dat de premier na het parlementaire debat van dinsdag alsnog aftreedt. „Met het oog op de verkiezingen van volgend jaar lijkt mij dat een wijs besluit. Een fris gezicht, zoals de minister van Buitenlandse Zaken, Jonas Gahr Støre, zou de Arbeiderspartij goed doen.”

Christian Tybring-Gjedde (49) is blij met het rapport van de onderzoekscommissie, dat hij als „eerlijk en open” typeert.

„Uit het rapport spreekt een enorme naïviteit. Iedereen vertrouwt iedereen. Terwijl er toch een hoop zorgelijke ontwikkelingen zijn.”

Een van die dingen is de islamisering van Noorwegen, zegt Tybring-Gjedde. In sommige wijken is 40 procent van de bewoners moslim. „De vrouwenrechten en homorechten worden door deze mensen met voeten getreden. Als het aan moslims ligt wordt de sharia hier met onmiddellijke ingang ingevoerd.” Hij heeft niets tegen moslims, haast de parlementariër zich te zeggen. „Maar ze mogen ons niet vertellen hoe wij ons moeten gedragen.”

We zitten in de ontvangstruimte van het parlementsgebouw in Oslo. Tybring-Gjedde kijkt terug op een roerig jaar. In de periode na de aanslagen werd iedereen die zich kritisch over moslims had uitgelaten een potentieel doelwit. Omdat Tybring-Gjedde controversiële opiniestukken schrijft, moest hij voor zijn leven vrezen. Hij kreeg lijfwachten en moest maandenlang een alarmknop om zijn nek dragen.

Wat Breivik heeft gedaan is „afgrijselijk”, benadrukt hij. „Maar veel Noren delen zijn denkbeelden. Zij hebben niet het gevoel dat zij serieus worden genomen.”