'Turkije is al in oorlog met Syrië'

Een aanslag in de Turkse grensstad Gaziantep kostte negen mensen het leven. De harmonie tussen Turken, Koerden en Arabieren loopt gevaar. Wordt Turkije de oorlog in Syrië ingezogen?

De kinderen in de straat tegenover het politiebureau van Gaziantep hebben elkaar eindelijk verhalen te vertellen. „Ik hoorde een knal, en werd uit de winkel van mijn vader geslingerd”, zegt Mehmet (13), zijn linkerslaap vol schrammen. „Hier kwam ik terecht, bovenop de kruidenmand. Alles was donker. De stroom viel uit. Aan de overkant stonden een auto en een bus in brand. Ik hoorde ze gillen.”

Gaziantep is geen stad voor zulke verhalen. De Syrische grens ligt weliswaar slechts vijftig kilometer verderop, de kampen voor de duizenden die de oorlog aan de andere kant ontvluchten zijn hier vlakbij. En dit is het zuidoosten van Turkije, berucht om de dertig jaar strijd tussen het Turkse leger en de Koerdische PKK. Maar Gaziantep bleef voor het geweld in deze regio altijd gespaard.

Dit is een stad van ruim een miljoen, die uit zijn voegen groeide door de levendige handel met buurland Syrië. Hier stemmen ze vooral op de conservatieve partij van premier Recep Tayyip Erdogan. Er wonen wel Koerden, maar die dragen de Turkse vlag met trots. De PKK, die meer oostelijk sympathie geniet van de dromers van Koerdisch zelfbestuur, kreeg hier nooit voet aan de grond.

Dus wie is verantwoordelijk voor de negen voorbijgangers, onder wie drie kinderen en een baby die maandagavond om het leven kwamen op de stoep van het politiebureau?

Een woordvoerder van de Iraanse regering, trouwe bondgenoot van de wankelende regering in Syrië, liet er geen misverstand over bestaan. De bom is de straf voor Turkse steun aan het Syrische verzet. „Misschien heeft de steun van Turkije niet alleen de dood van onschuldigen in Syrië veroorzaakt, maar ook haar eigen veiligheid in gevaar gebracht”, verklaarde Hussein Nakavi, lid van de Iraanse commissie voor Buitenlandse Zaken. „Ankara kan beter zijn eigen interne problemen oplossen in plaats van zich met Syrië te bemoeien.”

De Turkse regering speculeert gretig over mogelijke betrokkenheid van de Syrische geheime dienst. „Er zijn overeenkomsten tussen Assads moord op 200 burgers op een enkele feestdag en de mentaliteit en methodes van de terroristische organisatie [PKK] om onschuldige burgers te doden’’, zei minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu.

Niemand hier is vergeten dat vader Assad lange tijd onderdak gaf aan de PKK en zijn inmiddels gevangen leider Abdullah Öcalan. Damascus zette hem pas het land uit toen Turkije in 1998 dreigde met een militaire invasie. Nu staan de Turkse tanks opnieuw aan de grens en verleent Turkije volop steun aan het Vrije Syrische Leger dat vanuit de Turkse vluchtelingenkampen zijn aanvallen op de regeringstroepen coördineert.

„Laten we er niet langer om heen draaien. We zijn in oorlog met Syrië”, schrijft Suat Kiniklioglu in Todays Zaman. „De scherpe toename van aanslagen door de PKK is niets minder dan een poging van het regime van Assad om zijn oorlog over de grenzen te brengen.”

„Dames en heren, welkom in het Midden-Oosten”, vult Ertügrül Özkök in de populaire krant Hurriyet aan. „We zijn zwetend wakker geworden uit een droom die in een gespannen nacht in 2002 begon.’’ Hij verwijst naar het besluit van het Turkse parlement om tegen steun aan de Amerikaanse invasie in Irak te stemmen. Turkije ontsnapt niet langer aan de doodsstrijd van de Arabische wereld, in die lezing.

Op de begrafenis van de negen slachtoffers klinken twijfels. „De Syrische staat heeft niets met de explosie te maken. Dit is het werk van de PKK”, zegt Mustafa Kemal Kör, de rode Turkse vlag om zijn schouders gedrapeerd. De schuld afschuiven op Damascus zien ze hier als een excuus van de regering om niet te hoeven toegeven dat de oplossing van het Koerdische vraagstuk is uitgebleven. „Turkije en Syrië zijn vrienden. Het is de schuld van Erdogan dat die vriendschap is gesneuveld.”

Gaziantep is een trotse stad. Antep kreeg de eretitel ‘Gazi’ (strijder) na de bevrijdingsoorlog van begin jaren twintig, toen de stad eenderde van zijn mannelijke bevolking verloor in de strijd tegen de Fransen die Gaziantep wilden inlijven bij ‘hun’ Syrië. De stad is ook trots op de langdurige harmonie tussen Koerden, Turken en Arabieren hier. Maar de aanslag lijkt daaraan een einde te maken. Het hoofdkantoor van de Koerdische partij BDP werd na de aanslag in brand gestoken. De buurt is verslagen. „We zijn allemaal moslims”, zegt Hussein Dogan, een 80-jarige Koerd, die op de stoep zit met zijn Turkse buurvrouw. „We dragen allemaal dezelfde vlag. Laat ze die terroristen vinden, in plaats van dat kantoor te verbranden en te vernietigen.”