Sporen in het Marszand

Na ruim twee weken testen van alle instrumenten volgde gisteren de rijproef. Het Marswagentje Curiosity slaagde glansrijk. Alles werkt, op een windmeter na.

Eerst 4,5 meter naar voren. Een draai om de as van 120 graden. Dan 2,5 meter achteruit.

Gistermiddag trok het Marswagentje Curiosity (900 kilo, zo groot als een Ford Ka en met tien meetinstrumenten aan boord) zijn eerste sporen in het rode zand van Mars. En voor alle onderdelen van zijn ‘rijexamen’ – vooruit, achteruit, draaien – slaagde het wagentje met glans.

“Het bewegingsapparaat werkt”, zei Matt Heverly die bij de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA verantwoordelijk is voor het rijgedrag van Curiosity. “Prachtig onderzoek ligt in het verschiet.”

Tijdens zijn tocht straks van de landingsplek in de Galekrater naar de verderop gelegen Mount Sharp moet Curiosity scheppen, boren, meten en analyseren. Van de tien instrumenten die hij daarvoor aan boord heeft, zijn er intussen acht getest.

Bij één zo’n test, op maandag, strekte Curiosity bijvoorbeeld de robotarm uit die hij later zal gebruiken bij bodemonderzoek. Het uiteinde ervan bevat een dertig kilo zware gereedschapset met onder andere een boor, een schep en een ingenieuze zeef. ‘It feels great to stretch’, twitterde het wagentje.

Zondag had de laser die Curiosity meedraagt al met succes zijn eerste pulsen afgevuurd. Op een stuk steen dat voor de gelegenheid Coronation (bekroning) werd gedoopt.

Gedurende tien seconden produceerde deze ‘eerste laser in de ruimte’ dertig pulsen met zoveel energie dat ze een stukje rots (diameter krap een millimeter) tot een plasma lieten smelten. De ChemCam – een hightech camera met spectrometer – registreerde het licht van dat gloeiende plasma. Door het te ontrafelen hielp ChemCam daarna om de chemische samenstelling van het gesteente vast te stellen.

Een ingenieus meetinstrument van onderzoekers van het Russische Instituut voor Ruimteonderzoek in Moskou schoot bovendien de afgelopen dagen voor het eerst neutronen in de Marsbodem. Uit de wijze waarop die kerndeeltjes verstrooien willen de Russen afleiden of er waterstof in de bodem zit.

Indirect zoeken zij zo in de bovenste meter van de Marsbodem naar water. Beter, naar sporen van ‘oud water’, want in de ondiepe bodem van de Gale-krater zitten de watermoleculen uit een warmer en natter Marsverleden waarschijnlijk in de rotsen opgesloten, geklonken aan mineralen.

Tot slot legde het Spaanse weerstation aan boord van de Curiosity met succes de weersomstandigheden vast. Overdag was de luchttemperatuur twee graden onder nul en ‘s nachts was hij gedaald tot 75 graden beneden het vriespunt.

En ja, tegenslag was er ook. Eén van de windmeters van het weerstation is tijdens de landing onherstelbaar beschadigd, waarschijnlijk door opspattende kiezels. Maar goed, dat is niet onoverkomelijk.

Curiosity kan op onderzoek uit. De eerste nieuwe vragen zijn er al. Waarom bijvoorbeeld is de omgeving van de landingsplek bezaaid met kiezelstenen, en ontbreken grote rotsblokken? De Vikinglanders en het voorloperwagentje Pathfinder troffen zulke blokken wél aan. En de hamvraag blijft natuurlijk: was het ooit op Mars warm en nat?