Samsom was het sterkst, maar wat wint hij ermee?

De afwezige Mark Rutte werd gisteren niet heel hard aangevallen in het eerste grote tv-debat. Want de regel is: speel nooit de huilbaby.

Vraag na afloop: was het nou slim van VVD-leider Rutte en SP-leider Roemer om gisteren niet aan dat NOS-debat mee te doen?

Voor koplopers in de peilingen zijn tv-debatten primair defensie. Geen blunders of versprekingen. Het beeld van potentiële winnaar intact laten. Zo bezien hadden Rutte én Roemer een voortreffelijke avond. Ze gingen uitvoerig over de tong en hoefden geen lastige vragen te pareren.

GroenLinks-leider Jolande Sap wees Roemer aan als haar kandidaat-premier. En alle lijsttrekkers hadden voorspelbare kritiek op het cadeautje van 1.000 euro voor de ‘hardwerkende Nederlander’ dat Rutte gisteren in De Telegraaf beloofde. Hoewel hij geen tijd voor dit debat zei te hebben.

Dit maakte de positie van de VVD-leider oncomfortabeler. Maar volgens een oude campagnewijsheid gaat het in dit stadium alleen nog om zenden. Laat weten wat je plannen zijn en zorg dat de anderen op jou reageren, niet andersom.

Voor Rutte, en de VVD in het algemeen, kan het wel een probleem worden dat bij alle andere partijen het gevoel ontstaat dat de liberalen het onsportief spelen. Rutte is zeker niet de eerste premier die zich in campagnetijd zolang mogelijk in het Torentje verstopt. Maar wat hij gisteren deed – zeggen dat je niet meedoet en je dan toch opzichtig opdringen – viel bijzonder slecht.

De kunst van een Nederlandse campagne is óók om persoonlijke relaties goed te houden, ondanks alle meningsverschillen. Het wordt als onverstandig gezien andere lijsttrekkers openlijk van onsportiviteit te betichten: speel nooit de huilbaby. Anders hadden we gisteren een paar rake klappen in de richting van Rutte kunnen aanschouwen.

Dus Rutte en de VVD moeten oppassen dat ze niet als veroorzaker van sfeerbederf worden gezien. Iets soortgelijks speelde gisteren bij de NOS, de invloedrijkste nieuwsmachine van Den Haag. Niet voor niets werd openlijk meegedeeld dat de omroep nog gistermiddag een poging had gedaan Rutte naar het debat te halen. Want ook daar dachten ze, al zeiden ze dit niet hardop: je meet met twee maten, makker.

Het debat gisteren veranderde de verhoudingen niet. Niemand maakte een grove fout. PvdA en CDA hebben overduidelijk afgesproken dat ze elkaar niet aanvallen. Het gaat hier niet om heldenmoed: CDA en PvdA wisselen geen potentiële kiezers uit. Een niet-aanvalsverdrag heeft voor geen van beide risico’s.

Gevolg was dat Pechtold gisteren het gevaar liep dat hij in de rol van verongelijkte criticus werd gedwongen. Hij richtte zijn pijlen vooral op Samsom, een klusje dat je wel aan de D66-leider over kunt laten. Maar omdat CDA-leider Buma niet bereid was Pechtolds aanvallen te ondersteunen, kon Samsom het beeld van een geïsoleerde PvdA, zoals dat na het Lenteakkoord onstond, gemakkelijk voorkomen.

En inhoudelijk liet de PvdA-leider zien dat hij zijn mannetje staat. Uit zijn opmerkingen over economie, zorg en Europa bleek dat hij zich tot in de puntjes heeft voorbereid op het debat met Roemer. De teksten kwamen er rollend uit. Aan het slot van het debat nam hij, heel slim, het initiatief uit handen van de presentatoren en praatte de tijd vol. Pechtold stond op het punt het laatste woord over te nemen, en kwam er amper nog tussen.

Ook voor Buma pakte dat niet-aanvalsverdrag niet ongunstig uit. Hij kan ermee voorkomen dat het CDA, zoals gebruikelijk, van weerskanten onder vuur wordt genomen. Hij anticipeert vlot op onverwachte wendingen. Het probleem voor hem is weer dat hij een partij leidt die een linkser plan heeft dan hijzelf lijkt te kunnen omarmen. Hij presenteerde de onversneden Britse conservatief David Cameron als inspiratiebron, en kwam aan het slot van het debat met teksten die sterk herinnerden aan Niet bij brood alleen, het CDA-verkiezingsprogramma uit 1977, waarin de linkse econoom Bob Goudzwaard maatschappelijke samenhang en moraal boven het belang van economische groei stelde.

Het kwam er gisteren nog niet uit, maar alles wijst erop dat Nederland op een middencoalitie afkoerst. CDA en, vooral, D66 voelen niets voor een kabinet onder leiding van de SP. Pechtold was er gisteren nog relatief terughoudend over, maar het moment nadert dat hij het hardop zegt: D66 wil niet onder Roemer. En ook als hij het niet zegt denkt hij het wel.

Dit alles stelt de sterkste debater van gisteren, Samsom, na 12 september voor een duivels dilemma. VVD, CDA en D66 zullen aansturen op een coalitie met de PvdA. Maar deelnemen aan een kabinet zonder de SP herbergt voor de PvdA het risico dat de partij een zelfde decimering wacht die nu het CDA ondergaat. Een bijna onmogelijke keuze.