'Mijn optimisme is verdampt'

Kort nadat Anders Breivik 77 landgenoten heeft gedood, wordt de Noorse massamoordenaar ondervraagd op Utøya, waar hij zijn meeste slachtoffers maakte. „Waarom heeft u al die onschuldige mensen gedood”, wil de politie weten. Zijn antwoord: „Ze zijn niet onschuldig, want ze hebben verrader Marte Michelet hier uitgenodigd.”

Michelet (37) is politiek verslaggever bij Dagbladet, een grote, progressieve Noorse krant. Twee dagen voor ‘22-7’ geeft zij een lezing op Utøya over racisme en islamofobie. Breivik heeft een hekel aan haar multiculturele denkbeelden. „Het liefst had ik haar op het eiland onthoofd en de beelden op YouTube gezet”, vertelt hij de politie. Maar op de dag dat zij haar lezing gaf, was hij nog niet klaar met de voorbereiding van zijn aanslagen.

Michelet vindt het „bizar” dat Breivik haar zo’n prominente rol toebedeelde. „Het is alsof het over iemand anders gaat”, zegt zij op het zonovergroten terras van Dagbladet, in hartje Oslo. „Ik weet dat mijn commentaren in extreemrechtse kring gehaat worden, maar zoiets had ik nooit voor mogelijk gehouden.” Breivik categoriseerde zijn vijanden. Gezagsdragers plaatste hij in de A-categorie, hoofdredacteuren en opinieleiders in B. Voor Michelet creëerde hij een speciale plek: B+.

Aan de politie vertelt Breivik waarom hij Michelet als een verrader beschouwt: zij leeft met een moslim en is van hem in verwachting. Het toeval wil dat haar Iraanse levenspartner op 22 juli 2011 een lezing geeft over een economisch onderwerp op Utøya. Tijdens de moordpartij zwerft hij anderhalf uur over het eiland. Michelet: „Breivik heeft hem één keer in het vizier gehad, maar raakte afgeleid door een groepje jongeren. Daarop sprong Ali in het water.”

In de weken na de aanslagen is Michelet ervan overtuigd dat de wijdverbreide angst tot een catharsis zal leiden in Noorwegen. Dat Noren zullen inzien: weg met dat wij-zij-denken. „Maar helaas is mijn optimisme wat verdampt. Critici van het multiculturalisme klieken meer dan ooit bij elkaar en hebben het gevoel dat zij monddood worden gemaakt. Dat zorgt voor spanning. En daar kunnen wij Noren niet zo goed mee omgaan.”

Belangrijker dan de vraag ‘wie faalde er op 22 juli’, is volgens Michelet de vraag ‘hoe komt het dat Noren zo’n diepgewortelde haat tegenover moslims koesteren’. In haar columns werpt zij dat soort vragen geregeld op, maar voor haar gevoel is zij een roepende in de woestijn. „Als zelfs onze premier die vraag niet hardop durft te stellen, wie dan wél?”