Kleiner tekort, een beetje maar

Meevaller. Het is een verraderlijk woord. Zeker als politici er in verkiezingstijd mee aan de haal gaan. En al helemaal als het eigenlijk niet om een echte meevaller gaat maar om een iets minder tegenvallende tegenvaller. Want dat is het geval nu het Centraal Planbureau (CPB) het begrotingstekort van de Rijksoverheid voor het jaar 2013 op 2,7 procent raamt, in plaats van de eerder berekende 2,9 procent. De raming voor dit jaar is verlaagd van 3,8 naar 3,6 procent.

Het zijn becijferingen met een kanttekening: ze zijn maar voorlopig. Op Prinsjesdag, als de verkiezingen alweer achter de rug zijn, komt het CPB met de ramingen die van belang zijn voor de begroting van 2013. Het is afwachten of de ‘meevaller’ er dan nog is.

Dat Nederland onder het Europese plafond van een tekort van 3 procent blijft, is de vrucht van het Lenteakkoord dat VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie dit jaar sloten en van de bezuinigingen en lastenverzwaringen die het kabinet tot zijn val doorvoerde. Zonder al die soms pijnlijke maatregelen zou het tekort aanzienlijk groter zijn geweest.

In retrospectief gezien is een tekort van 2,7 procent geen reden om welke vlag dan ook uit te steken. Het vierde kabinet-Balkenende (CDA, PvdA, ChristenUnie), nog ongewis van de financiële crisis die komen zou, stippelde een beleid uit dat in 2011 op een overschot van 1 procent zou uitkomen. Het kabinet-Rutte (VVD, CDA, PVV als gedoogpartner), inmiddels in het volle besef van de banken- en eurocrisis, meende in 2015 een begrotingsevenwicht te kunnen bereiken. Dat lukt totaal niet.

De argumenten om naar een evenwicht of overschot te streven zijn niet veranderd; de financiële werkelijkheid heeft alleen genoopt het tempo waarin dat moest worden gehaald, aanzienlijk te vertragen. Met name het vorige kabinet trachtte via een hoger financieringstekort en hogere staatsschuld niet alleen banken te redden maar ook om de economie impulsen te geven. Helaas, het CPB geeft nu ook deze cijfers: een werkloosheid die in 2013 oploopt naar 6 procent, 515.000 mensen.

Een strikt begrotingsbeleid is niet alleen nodig omdat het van ‘Europa’ moet, maar vooral om in de toekomst de kosten van de gezondheidszorg en de vergrijzing betaalbaar te houden en om Nederland zijn relatief sterke positie op financiële markten te laten behouden. Begrotingsevenwicht is nog ver weg. Er is dus geen reden om nu bij een meevallende tegenvaller te zeggen: het kan wel een tandje minder.