Kasteelheren helpen ons juist

Zonder enige steun zijn kastelen en landgoederen gedoemd te verdwijnen, stellen zes belangenclubs.

In de NRC van 15 augustus hekelt August Hans den Boef het voornemen van de Stichting Beheer Kasteel Renswoude om gebruik te maken van haar recht om de ‘dertiende penning’ te innen. De auteur vergelijkt de penning met erfpacht en spreekt over belastingheffing. Maar daarmee heeft dit recht niets maken.

Den Boef schildert ook een beeld van een adellijke kliek die feodale rechten meent te kunnen blijven uitoefenen, naar hartenlust tappend uit subsidiekranen, en fiscale voordelen genietend. Daarbij citeert hij selectief uit een publicatie uit 2007, waarin juist staat hoeveel inspanning en particulier geld het kost om een buitenplaats in stand te houden.

Realiteit is dat er sinds 2007 drastisch is gesneden in subsidies – wat onder meer heeft geleid tot de opheffing van de door hem genoemde Stichting Particuliere Historische Buitenplaatsen en van haar gesubsidieerde onderhoudsdienst – en is de fiscale aftrek van onderhoudskosten met 20 procent gekort. Voor stichtingen als die van Kasteel Renswoude is die aftrek niet eens beschikbaar.

Historische buitenplaatsen en kastelen zijn beeldbepalend, soms voor hele streken van ons land. Zij vertellen veel over de geschiedenis en zijn vaak toegankelijk voor het publiek. Daarom heeft de overheid ze op de monumentenlijst geplaatst. Net als bij kerken of molens is het buitengewoon moeilijk om kastelen en buitenplaatsen rendabel in stand te houden. Als ze in handen zijn van de overheid kosten ze de belastingbetaler heel wat meer dan wanneer ze nog particulier bezit zijn. De landgoederen en buitenplaatsen vormen een aanzienlijk deel van het waardevolle landschap- en natuurarsenaal van Nederland. Daarom steunt de overheid de eigenaren met beperkte subsidies en fiscale maatregelen. Daarbij speelt het geen rol of de eigenaar van de buitenplaats een vereniging (zoals Natuurmonumenten), een stichting of een familie is.

En zoals Den Boef zelf ook noemt, zijn er door de overheid voorwaarden verbonden aan de faciliteiten, in het bijzonder openstelling en instandhouding waardoor mensen nu kunnen genieten van dit erfgoed. Als er in de loop der jaren geen steun was geweest dan waren de landgoederen al lang uit elkaar gevallen, verkaveld en verkocht en was er bitter weinig overgebleven van het erfgoed.

Liesbeth Cremers is voorzitter van de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen, en schrijft mede namens vijf andere betrokken verenigingen en stichtingen.