Japan staat perplex over protesten

Betogen, dat deden Japanners nooit. Maar al weken gaan ze nu massaal de straat op tegen kernenergie. Gisteren werden ze door de premier ontvangen. „We mogen onze kinderen hier niet mee opzadelen.”

De betogers boven en onder vormen samen een ‘menselijke keten’ tegen kernenergie rond het Japanse parlement. Foto AFP

Maandenlang probeerde de Japanse premier Yoshihiko Noda de protesten van tegenstanders van kernenergie te negeren. Maar dat werd steeds moeilijker, toen elke week tienduizenden demonstranten pal voor zijn deur in Tokio spreekkoren begonnen aan te heffen.

Gisteren zwichtte hij ten slotte en sprak voor het eerst met vertegenwoordigers van de demonstranten. Terwijl buiten betogers op het ritme van trommels leuzen scandeerden, overhandigden enige afgevaardigden een petitie om alle kernreactoren in Japan te ontmantelen.

„Het is duidelijk”, zei één van de afgevaardigden bij het gesprek met de premier, „dat er deze zomer voldoende energie is.” Hij verwees naar de grote energietekorten die waren voorspeld, maar die in de praktijk uitbleven. Maar een einde aan de kernenergie beloofde Noda niet.

De schattingen over het aantal deelnemers aan de betogingen lopen uiteen van 20.000 tot 200.000. Het precieze cijfer doet er nauwelijks toe. Vast staat dat dit de grootste demonstraties in Japan zijn sinds die van de jaren zeventig tegen een veiligheidsverdrag met de Verenigde Staten.

De demonstraties zijn vaak zo groot, dat de politie er niet in slaagt de anti-nucleaire betogers in bedwang te houden. Japanners staan er zelf versteld van. „Mensen beginnen hun geduld te verliezen”, legde de 33-jarige Wakako Totsugu uit tijdens één van de demonstraties. Nooit eerder maakte ze mee dat Japanners de politie zo volledig negeerden.

Ook uniek voor Japan is dat de demonstraties niet georganiseerd worden door politieke partijen en vakbonden. Veel van de huidige betogers hebben nooit eerder gedemonstreerd. Ze vinden informatie over de protesten op internet en komen op eigen initiatief.

„We demonstreerden nooit”, zegt de gepensioneerde Koji Nabeshima. Samen met zijn vrouw Tomomi heeft hij inmiddels aan drie betogingen tegen kernenergie meegedaan. „We moeten onze stem laten horen”, zegt Tomomi. „Het is onvergeeflijk onze kinderen en kleinkinderen met deze problemen op te zadelen.”

De 37-jarige ingenieur Takashi Ishii beaamt: „Als we onze stem niet laten horen verandert er nooit wat aan het oude Japanse systeem.” Hij en zijn vrouw namen zelfs hun twee kinderen mee naar één van de demonstraties. Tot voor kort was dit ondenkbaar, maar jonge ouders met kinderen lopen nu als vanzelfsprekend mee.

Het is een opmerkelijke kentering in de Japanse psyche, onder alle generaties en sociale lagen. Opiniepeiling na opiniepeiling toont dat ruim 70 procent van de Japanners geen kernenergie meer wil.

Mizuho Fukushima, voorzitter van de Sociaal-Democratische Partij van Japan, legt uit dat het land is wakker geschrokken door de crisis in Fukushima. „ Mensen willen hun leven waarborgen, en betogen voor politieke concessies.”

Veel Japanse media negeerden tot voor kort de protesten, maar de overheid bleek er niet immuun voor. Op 5 mei werd zelfs de laatste van de 54 Japanse kernreactoren stilgelegd.

„De invloed van de betogingen is groot”, zegt Fukushima. „Zonder dit protest zouden niet alle atoomreactoren in Japan zijn stilgelegd.”

Het begon klein. Leiders van activisten die elkaar hadden leren kennen bij de demonstraties van vorig jaar besloten hun krachten te bundelen. Ze noemden zich ‘Metropolitan Coalition Against Nukes’ en begonnen eind maart elke vrijdag te protesteren voor de officiële residentie van de premier. Gelegen naast het parlementsgebouw is de plek vol symboliek voor de Japanse democratie.

De eerste demonstratie, eind maart, trok slechts 300 betogers. Maar dat veranderde drastisch, toen Noda in juni besloot twee kernreactoren te herstarten. Nota bene in de Oi kernenergiecentrale. Geologen gaan ervan uit dat die bovenop een actieve breuklijn staat. De woede van velen leidde prompt tot een massale demonstratie.

Kunnen deze voor Japanse maatstaven massale demonstraties het land ook werkelijk veranderen? Doorgaans wordt in Japan immers de stem van het volk genegeerd.

Misao meent dat het deze keer anders zal zijn. „Het is een lange weg,” zegt ze, „maar dit is de eerste stap.”

Kamerlid Fukushima deelt haar optimisme. „Politici, ambtenaren, overheid, media en het juridisch stelsel hebben samen een imperium van atoomenergie gecreëerd en gezegd dat atoomenergie veilig was”, legt ze uit. „Het Japanse volk weet nu dat dit een leugen was. Ze geloven dat als atoomenergie niet afgeschaft wordt, hun leven en hun geboorteland niet meer veilig zijn. Dit is een cruciale strijd tussen democratie en de atoomstaat.”

Wel is Fukushima bezorgd over het wantrouwen jegens de overheid. „Het schept mogelijkheden voor populistische politici”, meent ze. „Mensen zijn heel erg boos. Als het niet lukt Japan democratisch te maken, is het mogelijk dat het populisme de zaak in één keer overneemt. Ik geloof dat het volk gaat winnen, maar het risico is groot.”