Ik wil prostitutie niet romantiseren

Yab Yum wil een burlesque show zijn, in de sfeer van Moulin Rouge. Maar de musical – vanaf vrijdag in Carré – leunt sterk op de autobiografie van bordeelhouder Theo Heuft over zijn droom: een bordeel met klasse en allure. Rode draad is de liefde tussen hoertje Angel en crimineel Kees, gemodelleerd naar Klaas Bruinsma. „Een spectaculaire show voor het hele gezin!” belooft de producent. Herien Wensink vraagt zich af of dat wel kan: zo’n geromantiseerde show over criminelen en een berucht bordeel. Aan de andere kant: de hoerenmusical heeft een lange geschiedenis, zo laat Henk van Gelder zien.

Wat toont Yab Yum, de musical volgens een kreet op het affiche? ‘The girls – the glamour – the gangsters’. Een nogal geromantiseerde omschrijving van de geschiedenis van dit beruchte bordeel, dat het clubhuis van de georganiseerde misdaad werd. De musical wordt geproduceerd door oud-roddeljournalist bij De Telegraaf Henk van der Meyden, en is gebaseerd op de autobiografie van bordeelhouder Theo Heuft, die in zijn boek ijverig zijn eigen straatje schoonveegt. Schrijver/regisseur Dick van den Heuvel: „Ik geloof niet dat ik Theo Heuft idealiseer.”

Was u niet bang dat u met een show over Yab Yum de prostitutie zou romantiseren?

„Dat was mijn enige aarzeling, want dat wilde ik absoluut niet. Daar waar prostitutie is, is ellende. Daar komen illegale zaken voor, het gaat gepaard met vrouwenhandel en drugshandel; er is een relatie met de georganiseerde misdaad. Binnen de prostitutie gebeurt te veel wat niet deugt; geen enkele twijfel over.

„Maar dat was voor mij juist de uitdaging: ik wilde proberen of ik een grote show kon maken die vermaak biedt maar óók gaat over de duistere kant van die wereld. In musicals als Chicago en Moulin Rouge lukt dat ook.”

Het affiche en het pr-materiaal zijn vrolijk getoonzet. Het regent termen als ‘klasse’ en ‘allure’ en de musical heet ‘een spectaculaire show voor de hele familie.’

„Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die misselijk worden als ze het affiche zien. Maar kijk, producenten willen kaartjes verkopen, allemaal. Dat is bij Henk van der Meyden niet anders dan bij Albert Verlinde. En al geven ze de kaartjes gratis weg, dat kan mij niet schelen. Zit een bezoeker eenmaal in de zaal, dan is hij míjn gevangene. En ik ga ervoor zorgen dat hij dat affiche gauw weer vergeet.

„Ik heb met verschillende vrouwen gesproken die in Yab Yum hebben gewerkt, en zij hadden er – deels – goeie herinneringen aan. Maar na een tijdje kwam het gesprek altijd op hun beschadigingen – vrijwel al die vrouwen zijn beschadigd – en op wat er lelijk is aan die wereld. Dat lelijke laat ik ook zien.”

Maar die verwijzingen zijn summier en ook wel wat onschuldig: een meisje belt naar huis en haar vader neemt niet op.

„Ik stip die problemen kort aan, dat klopt. Maar de hoofdlijn, over hoertje Angel en crimineel Kees, is ook een tragische geschiedenis. Zij is een vrouw die haar hele leven al verlangt naar iemand die haar bevrijdt uit de gevangenis van haar geest, en daardoor verkeerde keuzes maakt. De verwikkeling met de crimineel stelt haar uiteindelijk in staat om uit het leventje te stappen. De show begint misschien feestelijk, roomsoesachtig, maar wordt algauw zwarter. Van der Meyden heeft mij daarbij nooit een strobreed in de weg gelegd, nooit gezegd: ‘hoho, hou het wel gezellig!’

„Op zeker moment laat ik een van de meisjes zeggen: ik voel me als een huis waar op de voordeur staat: ‘binnen zonder kloppen’, dat is toch van een onuitsprekelijk verdriet?”

Het publiek lachte om die opmerking.

„Daar ben ik niet verantwoordelijk voor.”

Maar komt dat niet door de verwachting die onder meer met het affiche wordt gewekt; het soort publiek dat dat aantrekt?

„Misschien. Of misschien werkt die opmerking nu nog niet goed – jij zag pas de derde try-out. Maar ik weet zeker: ik ga dat publiek op een andere manier naar buiten sturen dan dat het binnen kwam. Niemand zal na afloop nog denken: gezellig, zo’n bordeel!”

We leven mee met Heuft en diens ‘grote droom’: om de prostitutie in een gouden lijst te zetten, aldus het persmateriaal.

„Dat is fout, dat ben ik met je eens. Maar ik geloof niet dat ik Theo Heuft idealiseer in de voorstelling. Hij is ook gevoelloos, en als het hem te heet onder de voeten wordt, wil hij vluchten. Acteur Rutger Le Poole en ik zoeken naar de juiste toon: je wilt zo’n man niet vergoelijken, maar als je hem alleen maar slecht toont, is hij dramaturgisch niet interessant.

„Hetzelfde geldt voor Kees, zeg maar Klaas Bruinsma. Ik heb net een monoloog toegevoegd over zijn jeugd. Niet als apologie, maar om het publiek geboeid te houden.”

De criminelen dragen ook al nostalgische jarentwintig gangsterpakken. Maakt u ze zo niet heel onschuldig?

„Dat is een keuze uit een vroeg stadium in het proces. Als ik nu zo’n gevoelige monoloog toevoeg, wordt dat misschien te veel, ja.”

Door Yab Yum te laten bedreigen door criminelen, maakt u van het bordeel een sympathieke plek: een veilig thuis voor die vrouwen, waar ze voor vechten.

„Dat is niet mijn bedoeling. Wat ik wil laten zien is: het bordeel verliest, maar de meiden hebben gewonnen. Dat komt dan nog niet goed naar voren in dit stadium.”

Is het niet onmogelijk wat u beoogt? Een verschil met Chicago is humor: ironie als vehikel voor immoraliteit. In uw show ontbreekt die ironie grotendeels.

„Ik neem mezelf altijd erg serieus. Dat is waar, en dat kan irriteren. Maar het zou zo jammer zijn als wat ik wil niet kan! Kan ik dan alleen maar kunst maken in Frascati, en alleen entertainment in Carré? Nee, dat geloof ik niet. Ik hoop dat het publiek, NRC-lezers én Telegraaflezers, straks naar buiten komt en zegt: ‘Ik heb een fantastische avond gehad, maar jezus, wat een wereld’. Ik geloof echt dat dat kan.”