‘Het probleem blijkt taaier dan we dachten’

In het conflict bij het VUmc is een arts op non-actief gezet. Het ziekenhuisbestuur sluit ontslagen niet uit. „Er is een klein groepje mensen dat de hele organisatie gijzelt.”

Op de stoep tegenover het VUmc staan al de hele dag straalwagens van televisiezenders. In het ziekenhuis legt bestuursvoorzitter Elmer Mulder de brief op tafel die tot deze landelijke aandacht leidde. Hij leest voor: „De inspectie heeft besloten het ziekenhuis onder verscherpt toezicht te stellen, om de volgende redenen: 1. de inspectie acht zich onjuist geïnformeerd.” Hij kijkt op. „Daar verschillen we van mening over.”

De 62-jarige Mulder is econoom en al dertig jaar ziekenhuisbestuurder, waarvan de laatste dertien jaar in het VUmc. Hij begrijpt dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg wil optreden, maar het onder toezicht stellen van het hele ziekenhuis noemt hij onterecht. De problemen vinden plaats in een klein deel van het ziekenhuis, zegt hij. Als de inspectie op de afdeling longchirurgie maatregelen had willen treffen, had hij er begrip voor gehad.

In de brief van de inspectie staat ook dat de veiligheid van patiënten in het VUmc in het geding is. Klopt dat volgens u wel?

„Daar zijn we het ook niet mee eens”, zegt Wouter van Ewijk. Hij is ook bestuurder van het academisch ziekenhuis en heeft zich intern het meest met de conflicten bezig gehouden. Hij zit tegenover Mulder aan tafel. „Het is onterecht en schadelijk. De inspectie heeft dat nooit onderzocht. Er was en er is geen veiligheidsprobleem.”

Ook niet bij longchirurgie?

Van Ewijk: „Nou ja kijk, als er spanningen zijn tussen mensen, dan loop je natuurlijk het risico dat dingen verkeerd gaan. Dat weten we. We hebben geprobeerd die spanningen weg te nemen. Dat is nog niet helemaal gelukt, dat klopt. Het is niet mooier dan het is. Maar het is niet zo dat de longchirurgie hier in huis niet goed was of is.”

De inspectie én de minister vinden ook dat het ziekenhuis alle conflicten eerst maar eens moet oplossen.

Van Ewijk: „Daar waren en zijn we mee bezig. Dat wordt met deze maatregel alleen bemoeilijkt. Het is moeilijk te begrijpen dat het totale ziekenhuis onder toezicht is geplaatst. De inspectie schiet met een kogel, terwijl ze dit ook met een knikker had kunnen doen.”

Mulder: „Er kan geen enkel misverstand over zijn dat als wij een probleem zien, we dat aanpakken.”

Eerst was er een probleem op de intensive care, vertellen de bestuurders. Longchirurg Rick Paul meldt in maart 2011 bij de inspectie dat op de intensive care een patiënt is overleden door nalatige zorg. Daarover ontstaat onbegrip bij andere artsen, omdat de chirurg niet eerst de intensivist erover inlicht.

Van Ewijk: „De mores zijn dat je dit soort dingen met elkaar bespreekt, daarna kun je altijd nog naar de inspectie.”

Mulder: „Er bleken toen al conflicten te zijn. Tussen de longchirurgen, de longartsen, de cardiochirurgen en de intensivisten.”

Van Ewijk: „De hoofdrolspelers daarin hebben allemaal in mediation het conflict bijgelegd, in maart dit jaar. De betrokken longchirurg is weer aan het werk gegaan. Het probleem was opgelost. We hebben toen met de artsen schriftelijke afspraken gemaakt en een rapport opgesteld, in juni, ook voor de inspectie.”

Wat hebben jullie níét gemeld?

Van Ewijk: „Toen de longchirurg in maart weer aan de slag ging, kwam er een brief van elf chirurgen. Ze zegden het vertrouwen in de samenwerking met hem op.”

Had de inspectie dat niet moeten weten?

Mulder: „We zagen dit als een nieuwe kwestie.”

Van Ewijk: „Het ging nu om andere artsen. Het ging om chirurgen onderling.”

Mulder: „Ook die kwestie hebben we meteen aangepakt. We hebben een conflictanalyse laten maken, zijn met de artsen in gesprek gebleven en hebben steeds gecheckt of de zorg wel veilig was. We kregen steeds te horen: we hebben een probleem, maar dát is echt niet aan de orde.”

Van Ewijk: „Er zijn mensen in huis die deze kwestie beschouwen als een ander symptoom van hetzelfde langlopend conflict.”

Mulder: „Wij hebben het anders gezien. We vonden dat we dit zelf op moesten lossen.”

Hoe zien jullie dat nu?

Van Ewijk: „Het probleem blijkt toch taaier te zijn dan hadden we hadden gedacht.”

Mulder: „We zijn gaandeweg een patroon gaan zien. Er is een klein groepje mensen dat telkens een rol speelt in de problemen. Dat vraagt om duidelijke maatregelen. Ik sluit meerdere ontslagen op zeer korte termijn niet uit. Het gaat om zes, zeven mensen die een hele organisatie gijzelen.”

Van Ewijk: „Voor mensen die systematisch de stabiliteit van dit ziekenhuis ondermijnen, is geen plaats. Elmer hier heeft steeds gezegd ‘we gaan de boel hier niet kapot laten maken. Het is gewoon een goede tent.’”

Mulder: „Als ik had geweten dat dat het niet melden van het laatste conflict zo geïnterpreteerd zou worden door de inspectie, had ik het tien keer gemeld.”

Politici dringen aan op jullie vertrek.

Van Ewijk: „Veel media-uitingen zijn gebaseerd op niet geverifieerde informatie. Je ziet het ook bij het Nederlands elftal. De trainer stapt op en de spelers hebben nog steeds hetzelfde probleem. We hebben elke maand gesprekken met onze raad van toezicht waarin we ons functioneren bespreken. Doen we het wel goed? Zijn we niet wankelmoedig? Niet te polderig? Onze raad van toezicht heeft gezegd vertrouwen te hebben in de manier waarop wij het oplossen. Daar gaan we dus mee verder.”

Mulder: „In een academische setting werken veel ambitieuze mensen met talent, maar ook vaak met een groot ego. Die hebben ze nodig om kwaliteit te leveren. Het verklaart waarom dit een spannende organisatie is.”