Exotisch deinen en pulseren

Chris Keating van Yeasayer op het Coachella Festival 2010. Foto AFP

Yeasayer: Fragrant World

pop

Wanneer klinkt iets werkelijk nieuw en onbekend? In popmuziek duurt de jacht naar nieuwe klanken inmiddels ruim vijftig jaar. Paul McCartney hing een microfoon in een melkfles, tijdens de opnamen van Abbey Road, om het geluid te manipuleren. Brian Wilson sleutelde aan de apparatuur totdat orgels klonken als straaljagers. Inmiddels zullen de varianten wel uitgeput zijn, kun je denken. Maar dankzij de technische ontwikkelingen blijken steeds ‘nieuwe’, niet eerder gehoorde nuances mogelijk. Digitale manipulatie zorgt nu voor een weelde aan moeilijk te determineren klanken: is het een gitaar, een vervormde trompet, of een met behulp van digitale oscillatoren en equalizers voortgebracht geluid?

De band Yeasayer uit New York heeft er sinds zijn eerste cd All Hour Cymbals, uit 2007, voor gezorgd dat zijn muzikale elementen anders klinken dan wat je elders hoort – een ritme van brekend glas, een baslijn die stuitert als elastiek, bubbelende percussie, tedere strijkers die geen strijkers zijn. Maar voor de muzikanten van Yeasayer draait het niet uitsluitend om originaliteit en vindingrijkheid. Hun klanken worden in elkaar geschoven tot warmbloedige composities die exotisch deinen en pulseren, terwijl zanger Chris Keating met zijn hoge hunkerstem de klanken aan elkaar smeedt.

De nieuwe cd Fragrant World – een sneer naar de in hun ogen juist steriele geur van de westerse wereld – biedt met tracks als Devil And The Deed en Damaged Goods opnieuw een verwonderend en fris geheel. Nummers beginnen als akoestisch folkliedje, klinken in het volgende couplet als een Arabische bruiloft, slaan een hoek om en belanden op een bruisend housefeest. Ook al is het dansbare muziek, Yeasayer vermijdt de voor de hand liggende ritmes en fabriceert zijn eigen patronen. Soms ronken de bassynthesizers, maar dan klinken ze net anders dan de rioolbuisbassen uit de dubstep. Toch ontbreken de onverbiddelijke dansvloerkrakers, zoals het hypnotiserende O.N.E. op de vorige cd Odd Blood (2010). Het nieuwe Reagan’s Skeleton, met zijn basis van synthipop, is vrolijk maar voor Yeasayer-begrippen nogal luchtig.

Het is mooi te zien hoe de geluidsexperimenten tot leven gebracht worden tijdens optredens. Daartoe bespelen de muzikanten meerdere instrumenten tegelijk. Gitarist Anand Wilder speelt gitaar en keyboard, terwijl hij, net als de drummer en bassist, met beide voeten stampt op pedalen die samples in werking zetten. Live en op cd vindt Yeasayer het geslaagde midden tussen discipline en spontane creatie.

Yeasayer treedt op: 17/9 Paradiso, Amsterdam