‘Er moet in Noorwegen snel een publiek debat komen over islamofobie’

Marte Michelet

Belangrijker dan de vraag ‘wie faalde er op 22 juli’, is volgens Marte Michelet de vraag ‘hoe komt het dat Noren zo’n diepgewortelde haat tegenover moslims koesteren’. In haar columns voor de Noorse krant Dagbladet werpt zij dat soort vragen regelmatig op, maar voor haar gevoel is zij een roepende in de woestijn. „Als zelfs onze premier die vraag niet hardop durft te stellen, wie dan wél?”

Voor Michelet maakt het weinig uit of Breivik morgen ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard of niet. „Want hoe het vonnis ook uitpakt, het geeft geen antwoord op de vraag waarom de islamofobie in Noorwegen zo wijdverbreid is. Aan díe vraag zouden wij snel een publiek debat moeten wijden.”

In de weken na ‘22-7’ was Michelet ervan overtuigd dat de aanslagen voor een catharsis zouden zorgen in Noorwegen. Dat Noren zouden inzien: weg met dat wij-zij-denken. „Maar helaas is mijn optimisme wat verdampt. Critici van het multiculturalisme klieken meer dan ooit bij elkaar en hebben het gevoel dat zij monddood worden gemaakt. Dat zorgt voor spanning. En daar kunnen wij Noren niet zo goed mee omgaan.”

Breivik haatte de multiculturele denkbeelden van de politiek commentator. Hij had haar, vertelde hij de politie op de avond van de moorden, graag willen onthoofden en de beelden op YouTube willen zetten. Breivik categoriseerde zijn vijanden. Gezagsdragers plaatste hij in de A-categorie, hoofdredacteuren en opinieleiders in B. Voor Michelet creëerde hij een speciale plek: B+.

Michelet vindt het „bizar” dat Breivik haar zo’n prominente rol toebedeelde. „Het is alsof het over iemand anders gaat”, zegt zij op het zonovergroten terras van Dagbladet, in hartje Oslo.

„Ik weet dat mijn commentaren in extreemrechtse kring gehaat worden, maar zoiets had ik nooit voor mogelijk gehouden.”