Door mijn kind heen hou ik van hem

Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je maakt je keuzes zelf. Maar welke dan? Vandaag: een vrouw (44) die vorig jaar een ‘liefdesbaby’ kreeg, terwijl de vader niet wilde.

‘Later kom ik nog eens iemand tegen en dan komt er een liefdesbaby, dacht ik. Heel cliché romantisch. Ik had al een puberzoon, maar straks komt er nog een kind bij wie het allemaal klopt. Dat je je werk op orde hebt, de liefde, dat je voluit van je baby kunt genieten. Ik denk dat veel vrouwen dat hebben. Die baby kwam er. Ik ben nu 44 en mijn jongste zoon is één jaar oud.

De vader van mijn oudste zoon en ik zijn uit elkaar gegaan toen hij net geboren was. We waren zeven jaar samen. Nu woont hij vlakbij en hebben we co-ouderschap. Het was voor ons allebei in het begin lang niet even makkelijk om afscheid te nemen van die relatie, maar inmiddels werkt het prima. Dat is het probleem niet. We hebben altijd wel heel veel van elkaar gehouden.

Ik ging destijds bij hem weg omdat de laatste jaren van onze relatie een duwen en trekken waren. Ik was de vrouw die de man wilde veranderen, hij was de man die zei: laat me met rust, ik wil alleen zijn. Ik ben veel meer naar buiten toe gericht, ik ben veel actiever. Hij zei vaak: ik kan beter een kluizenaar worden. Hij vond dat echt.

Hij heeft ook getwijfeld of hij kinderen wilde. Het was een moeilijke beslissing. Toen ons kind kwam, vroegen we ons af: blijven we samen? Gaan we latten? We besloten om samen te wonen, maar toch ging het mis.

Later heeft hij weleens gezegd dat hij zich in het eerste jaar dat we samen waren heel anders voordeed dan hij eigenlijk was. Hij was toen veel spontaner, speelde in een bandje, ging naar feesten. Ik was 29 toen ik hem ontmoette en hij was 32. Toen ik hem net kende, ging hij een andere studie doen en dat trok een enorme wissel op de relatie. Soms had hij op zondag één uur de tijd om met mij iets te doen. Het was allemaal zo afgebakend, daar kon ik niet tegen. Hij is veel consciëntieuzer. Ik heb veel verschillende banen gehad, ik ben veel onrustiger.

Toen ik met mijn zoon naar de peutergroep ging, kwam ik een oude liefde tegen. Als ik terugkijk was dat de katalysator. Er was meteen een vonk, en ik merkte hoezeer ik dat miste. Pas veel later heeft de vader van mijn oudste gezegd dat hij ook steken heeft laten vallen en dat hij er spijt van heeft dat hij er op bepaalde momenten niet was. Het heeft wel vier, vijf jaar geduurd voordat hij dat echt inzag. Pas nu, sinds hij twee jaar een relatie heeft, gaat het echt goed. Alsof de dingen sindsdien pas echt gereset konden worden.

Liefde is voor mij het samen delen van een wereld. Ik ken een stel die allebei een affaire ernaast hebben. Al jaren. Ze blijven bij elkaar voor de kinderen, ze zijn roommates. Dat zou niets voor mij zijn. Ik geloof dat mensen in de liefde in hun eigen mythe geloven. In hun eigen bedenksel over wat de relatie is. En dat hoeft niet altijd te zijn hoe het werkelijk is, laat staan hoe de ander het ziet. Je maakt allebei je verhaal, over hoe je zou willen dat het is.

Mijn verhaal? Ik ben opgegroeid met ouders die vanaf hun twintigste of zo bij elkaar zijn. Echt zo’n klassiek verhaal: verliefd, lange tijd verloofd, gespaard, getrouwd, samen een bedrijf en daarna kinderen gekregen. Voor hen is het onbespreekbaar om uit elkaar te gaan. Terwijl, als ik mijn moeder was geweest dan was ik allang weggegaan. Mijn vader is autoritair, mijn moeder een vrouw die zich aanpast. Ik kijk naar mijn ouders en denk: liever geen relatie dan zo in een relatie.

Ik wil close zijn. Ik wil dat je elkaar begrijpt.

Ik ben opgegroeid in Drenthe. Volgens mijn vader viel ik altijd op de grootste nozem van het dorp. Het waren de meest heftige jongens. Maar als ik koos, koos ik een betrouwbare jongen. De vader van mijn eerste was ook zo. Op hem kon je bouwen. Hij was niet zo spannend maar hij was wel bijzonder, anders dan andere mannen.

Goed. Na hem was ik lang alleen. Had korte en langere relaties.

De vader van mijn jongste ontmoette ik op een bijeenkomst van mijn werk. Hij is een grote, aantrekkelijke en charismatische man. Hij viel op. Ik sprak hem aan en maakte een werkafspraak met hem. Zo is het begonnen. We zijn een borrel gaan drinken en ik vroeg hem: ik dacht dat jij een vrouw had? Nee, nee, zei hij, ik ben gescheiden. Maar hij vergat erbij te zeggen dat hij wel een vriendin had. Dat was naïef van mij. Maar ja, toen was ik verliefd en hij was verliefd. Uiteindelijk vertelde hij mij via sms dat hij een vriendin had. Toen zei ik: dan is het einde oefening.

Een paar maanden later kregen we weer contact. Het was uit, zei hij. Die zomer hebben we een hele mooie tijd gehad. Hij heeft ook een kind. En dus leerden onze kinderen elkaar kennen. We gingen naar zee, deden leuke dingen met z’n vieren. Wij vonden het heel leuk samen. Hij had het over een grande familia. Ik dacht: onze fantasieën komen bij elkaar, want ik wil dat ook.

Er waren ook wel signalen dat het verhaal niet klopte. Achteraf bleek dat hij zijn ex terugwilde. En dat hij nog een dingetje had met een andere vrouw.

In november ontdekte ik dat ik zwanger was. Dat was helemaal niet de bedoeling. Ik dacht: ik ben ouder, ik heb in het verleden allemaal gedoe gehad met zwangerschappen en als ik het zou uitrekenen, dan had ik al drie keer zwanger kunnen zijn. Ik was er niet mee bezig.

Ik had een test gekocht, even tussen de bedrijven door. Ik was geschokt toen ik de uitslag zag. Ik heb hem meteen gebeld en hij kwam ’s avonds naar me toe. Het eerste half uur ging het oké. Hij zei dat hij niet wist wat hij ermee moest. Dat was in ieder geval eerlijk. Hij zei, ik moet even buiten een rondje lopen. Volgens mij heeft hij toen gebeld met iemand. Met zijn ex, denk ik.

Toen hij terugkwam, zei hij: ik wil het niet. Hij zei: het is nu dinsdag, voor het weekend abortus. Zo snel gaat dat niet, zei ik. Misschien is deze zwangerschap niet per se wat ik wil, maar ik ben niet ongewenst zwanger, dacht ik.

Ik had geen paniek, ik voelde me rustig. Dingen komen op je pad en nu was het dit. Het is heel groot, maar het is er wel. Dat was mijn gevoel. Ik ging naar de huisarts en die zei dat ik er twee weken goed over moest nadenken.

Mijn vriend vond het helemaal nergens op slaan. Hij wilde dat ik deed wat hij wilde. Ik heb er veel over nagedacht, met vrienden over gesproken. Het is mij nooit helemaal duidelijk geworden waar hij nu zo bang voor was. Hij had het toch over die grande familia? Hij heeft eigenlijk al die tijd dingen gezegd die net niet waar zijn. Ik kan hem niet vertrouwen. Hij riep vanaf het begin dat hij dit kind niet wilde en dat hij naar de rechter zou stappen als ik nog contact met hem zou zoeken. Ik wilde toen hem ook al niet meer zien. Ik was er klaar mee. Hij heeft zich zo met hand en tand verzet tegen ons zoontje.

Uiteindelijk ben ik naar een advocaat gegaan en heb ik ervoor gezorgd dat hij ons kind wel erkend heeft. En betaalt hij alimentatie – tenminste, áls hij betaalt. Hij heeft me onder druk gezet, maar dat is niet gelukt en dat is moeilijk te verteren voor iemand als hij. Zo wilde hij een DNA-test. Dat heb ik uiteindelijk gedaan, maar ik vond dat heel naar. Hij is zo’n man die uiteindelijk in zijn eigen verhaal gelooft.

Hij heeft zijn kind nooit gezien. Ik heb hem nog wel gesproken. Hij zegt nu: ik heb een relatie en mijn nieuwe vriendin is boos en gefrustreerd dat jij het kind hebt gehouden. Hij heeft het zelfs aan niemand verteld. Niet de moeder van zijn andere kind, ook niet aan zijn dochter. Hij is gewoon nog niet toe aan contact. Alles wat ik daaraan probeer te veranderen, draagt niet bij aan een beter resultaat, dus ik laat het maar even zo. Ik hou heel veel van mijn kleine en hij is zijn kind. Door mijn kind heen hou ik ook van hem. Maar ik moet het ook loskoppelen van elkaar. Ik mag niet boos blijven voor mijn zoon.

Ik heb nog steeds een zwak voor hem, maar ja, ik heb voor alle mannen voor wie ik ooit ben gegaan nog een zwak. Ik ga hem niet veranderen. Dat is de grootste valkuil, dat je denkt dat je iemand kan veranderen.

Misschien gebeurt het nu niet meer. De liefde. Misschien word ik niet meer verliefd. Ook daarvan denk ik: nou ja, ik zie wel. Ik kon me daar vroeger veel drukker over maken. Nu niet meer. Het is goed zo.”