Cabaret koestert fictie van spontane grappen

Komieken spelen net als acteurs elke keer dezelfde voorstelling. Meestal verbloemen ze het. Micha Wertheim en Wim van Helsen vertikken dat.

Geld verdienen kun je door andere mensen iets te verkopen waar je zelf toch te veel van hebt, stelt Micha Wertheim in zijn cabaretprogramma Micha Wertheim voor de zoveelste keer. „En waar heb ik teveel aan dat ik toch nooit gebruik? Oude gedachtes! Dus nu verkoop ik mijn oude gedachtes aan mensen die zelf geen gedachtes hebben.”

Het is een mooi geval van publikumsbeschimpfung in een voorstelling die herhaling en recycling in de kunst aan de kaak stelt.

In de herhaling herkent men de meester. Podiumartiesten doen niets anders dan herhalen. Oefenen, oefenen en dan optreden, optreden. Er zijn acteurs die daarmee worstelen. Ze worden melig bij de tachtigste uitvoering van een toneelstuk, ver na de première en de eerste opwinding.

Cabaretiers daarentegen gebruiken graag een lange aanloop van try-outs, om aan timing en inhoud te kunnen blijven sleutelen. Micha Wertheim en Wim Helsen beginnen in september weer met try-outen en hebben premières gepland in januari en februari. Dan denken ze ‘klaar’ te zijn. Vorig jaar try-outte Theo Maassen zelfs tot maart voor hij een première van Met alle respect afkondigde. Hij speelt de voorstelling dit seizoen nog tot in november.

In het cabaret verandert dat ‘proberen’ de benadering van het optreden niet. Het doel blijft om elke avond de schijn van spontaniteit te wekken. Cabaretiers doen doorgaans niet aan ondermijning van die schijn. Grappig en spontaan lijken onverbrekelijk met elkaar verbonden – want aan spontaan verbindt iedereen, publiek en cabaretier, het idee dat de tekst authentiek is, gemeend, naar waarheid. Stand-up comedy lijdt nog veel meer onder die fictie.

Een losse sfeer scheppen waarin het lijkt alsof de woorden ter plekke worden bedacht: is er een hoger ideaal? Aan de andere kant: wie gelooft daar tegenwoordig nog in. Weet het publiek niet beter?

Afstandsbediening

In Edinburgh was deze maand op het Fringe festival een komiek, David Trent, die openlijk de vermeende spontaniteit en daarmee samenhangende claims van authenticiteit van zijn optreden doorprikte. Veel van wat hij wilde zeggen, liet hij zien als teksten op systeemkaartjes, die hij toonde als filmpje op een scherm. In plaats van een microfoon had hij een afstandsbediening in zijn hand. Zijn opgelegde doorbreking van een ingesleten afspraak tussen publiek en performer werkte even geestig als confronterend.

Een andere comedian, Simon Munnery, was zelfs helemaal van het podium verdwenen. Hij presenteerde zichzelf op een scherm, al zagen we hem vlak achter ons zitten, voor de camera die zijn bewegingen vastlegde.

Zoveel experimentele aandacht voor de vorm van de voorstelling zie je in Nederland niet vaak. Het Nederlandse cabaret heeft door het werk van Freek en Youp in de jaren tachtig wel een grote liefde voor de raamvertelling ontwikkeld. De cabaretier levert een samenhangend verhaal, waar lijntjes naar andere onderwerpen en verhalen van worden afgetapt.

Micha Wertheim en Wim Helsen behoren tot de cabaretiers die met de kwestie lijken te worstelen. Het is een van de redenen dat hun voorstellingen zo bijzonder zijn.

In Micha Wertheim voor de zoveelste keer (2010/2011) gaat Wertheim tot het uiterste in de ontleding van zijn metier, van de knagende herhaling en recycling in zijn werk. Dat verknoopt hij leep met andere thema’s: de woede van de mens en de onmacht om het leven vorm te geven.

Zijn programma begint ermee dat Wertheim vertelt over twee mannen die hun moppen hebben gecategoriseerd en alleen nog maar de nummers hardop hoeven te zeggen om elkaar aan het lachen te brengen: „433!” „Hahaha.” Hij vertelt over kamp Vught, waar men stelt: „Dit nooit weer.” Terwijl de mens bewezen heeft dat hij steeds iets ergers kan verzinnen, werpt Wertheim tegen. Geef mij maar de zekerheid van het verleden, stelt hij, dan weet je wat je hebt.

Als hij grappen over Facebook afvuurt, neemt plots zijn stem op band het over en gaat hij rustig op een stoel mee zitten luisteren. De zaal lacht, maar Wertheim gaat als het ware tegen hen en zichzelf in door te verklappen hoe humor over een verschijnsel als Facebook werkt: neem iets nieuws en zeg dat het stom is. Hij herinnert aan collega Youp van ’t Hek, die jaren geleden tekeerging tegen een andere, toenmalige noviteit: klootzakken met een mobiele telefoon. De truc is honderd jaar oud, zegt Wertheim. Toen was er al een ‘sta-op-komediant’ die penicilline belachelijk maakte. „Dit is een vrij reactionair vak”, verzucht hij.

Een psychiater legt hem uit waarom hij doorlopend zo woedend is: mensen worden gek omdat ze steeds hetzelfde meemaken. Of juist omdat niets hetzelfde blijft. En die twee ervaringen zijn niet te combineren.

Al deze en andere passages stutten zijn overtuiging dat het ideaal zou zijn om iets mee te maken, en het vervolgens nog een keer mee te maken, en dan te ervaren dat het helemaal anders voelt. Dat is de heilige graal.

Zijn precies opgebouwde voorstelling leidt naar een schitterende vondst, die vorm en inhoud doen samensmelten. Wertheim speelt doodleuk tien minuten van zijn show voor een tweede keer. En ja, dat voelt anders. Het is anders. Beter.

In de zaal geeft deze climax een schok van bewondering om zoveel durf en avontuur. „Alleen uit herhaling komt de vernieuwing voort”, schrijft Wertheim op zijn site, en als vernieuwing nog steeds het hoogste in de kunsten zou zijn, dan had Wertheim de beste voorstelling in jaren gemaakt.

Deemoedig pijpen

De Vlaming Wim Helsen had in zijn eerste twee programma's met Wertheim gemeen dat hij een soort anti-cabaret maakte: wel het publiek laten lachen, maar zonder als persoon te willen behagen. In Bij mij zijt gij veilig (2005-2007), zijn tweede programma, speelde Helsen een zenuwzieke dictatoriale verteller, die de zaal beschermt tegen ongekende dreiging buitenaf. Zijn publiek vormt de uitverkorenen. Vrouwen die hem niet willen gehoorzamen – en dat wil zeggen: deemoedig pijpen – wordt gevraagd de zaal te verlaten. Niemand vertrekt.

Aan het slot leidt hij zijn volk naar collectieve zelfmoord, in een grandioos georkestreerde finale. Niks geen gedoe met dolken en bloed, zegt hij, terwijl er een fluittoon klinkt. „Ik verzin wel iets anders. Het enige wat u zult merken is een piep in uw oren.” Om dan terug te keren bij het begin van zijn verhaal, de moord op zijn vrouw, en te erkennen dat het allemaal verzonnen is.

Helsen neemt met zijn maniakale houding de zaal in een wurggreep. Hij is beangstigend, omdat hij het publiek geen moment het ontspannen gevoel geeft dat hij zichzelf is. Maar misschien vond hij dat hij daarin na twee programma’s niet verder kon gaan. Bij zijn derde, Het uur van de prutser (2008-2010), voelde je de opluchting van een cabaretier die ook wel eens gewoon die lachmachine wilde zijn. Het uur van de prutser was een conventionelere show, met een niet vertelde mop als raamwerk, en voortdurende zijpaden en anekdotes.

Cabarettraditie

In vergelijking met Wertheim en Helsen sluit Theo Maassen veel meer aan bij de Nederlandse cabarettraditie. Ook in Met alle respect geeft Maassen je het gevoel dat je bij een groep getapte vrienden in de kroeg zit die elkaar aftroeven met steeds gekkere, hardere, geestigere opmerkingen. Het bruggetje dat hij na een half uur slaat van zijn eigen midlifecrisis naar de staat van het land is geen technisch hoogstandje, eerder nogal bruusk – net als ik heeft de westerse beschaving het beste achter zich, stelt hij.

Zo opent Maassen de ruimte naar een geëngageerde tirade tegen de ‘postideologische’ samenleving en maatschappelijke verschijnselen die „precies verkeerd om” zijn. Domheid lijkt niet te bestrijden, overpeinst hij in een zeldzaam reflectief moment, „dus wat sta ik hier dan te doen?”

Als Maassen zichzelf in twijfel trekt, is dat om zijn overtuiging te onderstrepen: „Het klopt misschien niet, maar het is wel waar.” Naar het einde toe wordt zijn kritiek steeds buitenissiger, maar dat dient een klassiek doel van cabaret: het publiek zelf te laten denken.

Het wordt spannend om te zien wat Helsen en Wertheim dit seizoen gaan doen in respectievelijk Spijtig spijtig spijtig en Micha Wertheim Voor je het weet. Keert Helsen terug naar zijn rol van antiheld of kiest hij definitief voor het comfort van de ‘grappentrommel’? In zijn carrière tot nu toe toont Wertheim de ambitie elk programma radicaler te zijn, maar wat kan hij doen na Voor de zoveelste keer? We kunnen alleen maar hopen dat hij aan die ambitie blijft vasthouden.

Micha Wertheim: ‘Voor de zoveelste keer’, 22 december bij de VARA op tv. ‘Voor je het weet’, okt 2012-mei 2013, michawertheim.nl

Wim Helsen: ‘Spijtig spijtig spijtig.’ Sept 2012-juni 2013, wimhelsen.be

Theo Maassen: ‘Met alle respect’, t/m nov, theomaassen.nl