Zijlstra kan boete niet missen en dat is bizar

De langstudeerboete blijft een onderwerp met intrigerende aspecten. Zo intrigerend inmiddels dat de Tweede Kamercommissie voor Onderwijs morgen haar reces onderbreekt voor overleg met de verantwoordelijk bewindsman, staatssecretaris Zijlstra.

Deze politicus bevindt zich in een spagaat. Zijn partij, de VVD, wil net als de meeste andere partijen van de boete af. Die „gehate langstudeerboete”, zoals VVD-lijsttrekker Rutte het heeft uitgedrukt bij de presentatie van het verkiezingsprogramma. Hij is tevens premier van het kabinet dat de boete heeft ingevoerd. Ziedaar het dilemma van Zijlstra. Als campagneleider van de VVD bij de verkiezingen kan hij moeilijk anders dan de boete verwerpen. Als staatssecretaris heeft hij namens het kabinet besloten dat hem het formele standpunt past: de wet is de wet en die moet worden uitgevoerd: in dit geval daadwerkelijke invoering van de boete per 1 september 2012.

De staatssecretaris van Onderwijs heeft daarom afgelopen vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer uitgelegd dat alleen al op juridische gronden intrekking van de maatregel niet mogelijk is. Ook al heeft de medewetgever, in casu de meerderheid van de Tweede Kamer, er officieel op aangedrongen om de uitvoering van de wet, het innen van de boete, op te schorten.

Het zijn formele argumenten. Want een politieke bestuurder die luistert naar een parlementaire meerderheid weet een mouw te passen aan wetstechnische en uitvoeringsproblemen. Dat onderscheidt hem van de ambtenaar. Het maakt zijn gedrag bovendien voor de kiezer volgbaar.

Maar er speelt iets anders. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kan het geld niet missen. De boete, 3.063 euro per student, moet het departement structureel 370 miljoen euro per jaar in kas brengen (378 miljoen in 2013). Kortingen die het hoger onderwijs eerder zijn opgelegd, moeten worden gecompenseerd door het innen van de langstudeerboete. Zijlstra weet niet waar hij het geld, dat de universiteiten en hogescholen al is beloofd, anders vandaan moet halen.

Los van inhoudelijke bezwaren onderstreept dit hoezeer de boete een zwaktebod is. De financiering van het hoger onderwijs is op die manier mede afhankelijk gemaakt van studenten die te lang over hun studie doen. Zo bezien krijgen de universiteiten en de hogescholen een financieel probleem als alle studenten wel netjes op tijd afstuderen. Dat maakt de langstudeerboete tot een bizarre maatregel.