Zeeijs, droogte of liever Paul Ryan?

Nu ik na vier weken voor het eerst weer een klimaatblogje schrijf, is het lastig kiezen. Wat moet het onderwerp zijn? De visie van de Republikeinse vice-presidentskandidaat Paul Ryan op klimaatbeleid? De droogte en de dreigende voedselcrisis? Het in steeds sneller tempo smeltende Arctische zeeijs? Hoe Nederland zijn doelstellingen voor hernieuwbare energie dreigt te missen?

Laat ik beginnen met het zeeijs, dat is snel verteld. Dankzij de in 2010 gelanceerde Europese CryoSat-2 kan de ijsdikte veel nauwkeuriger worden gemeten dan in het verleden. Uit de laatste cijfers blijkt het verlies aan zomerijs groter dan verwacht (zie ook grafiek hierboven, gebaseerd op cijfers van de NSIDC). Seymour Laxon van University College in Londen (UCL) verwacht dat het moment waarop de Noordpool in de zomer vrijwel ijsvrij zal zijn, moet worden bijgesteld. De officiële verwachting van het IPCC is nog dat dit voor het eerst rond de volgende eeuwwisseling zal gebeuren. Maar al in 2007 werd gesteld dat het mogelijk al ergens tussen 2030 en 2040 zo ver zal zijn. Tegen de BBC zei Laxon deze week:

‘The fact that we look set to get another record ice minimum in such a short space of time means that the modellers may once again need to go and look at what their projections are telling them.’

Laxons collega Chris Rapley, eveneens van UCL, zei tegen The Guardian:

‘With the temperature gradient between the Arctic and equator dropping, as is happening now, it is also possible that the jet stream in the upper atmosphere could become more unstable. That could mean increasing volatility in weather in lower latitudes, similar to that experienced this year.’

Of kan ik het beter hebben over de extreme droogte in de VS? De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) wil, samen met andere VN-organisaties, een waarschuwingsnetwerk voor droogte opzetten, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen om bijvoorbeeld een voedselcrisis te voorkomen. In het persbericht dat de WMO gisteren publiceerde wordt secretaris-generaal Michel Jarraud geciteerd:

‘Climate change is projected to increase the frequency, intensity, and duration of droughts, with impacts on many sectors, in particular food, water, and energy. [...] We need to move away from a piecemeal, crisis-driven approach and develop integrated risk-based national drought policies.’

Interessant in dit verband is de discussie over een artikel van James Hansen en anderen in de PNAS, waarover de NASA-wetenschapper een opiniestuk schreef in de Washington Post:

Our analysis shows that it is no longer enough to say that global warming will increase the likelihood of extreme weather and to repeat the caveat that no individual weather event can be directly linked to climate change. To the contrary, our analysis shows that, for the extreme hot weather of the recent past, there is virtually no explanation other than climate change.

Voor- en tegenstanders van de conclusie dat weersextremen nu al vaker voorkomen door klimaatverandering roeren zich.

Maar moet ik wel meteen met zo’n controversieel onderwerp beginnen? Kan ik niet veel beter ingaan op de conclusie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) dat Nederland bij voortzetting van het huidige beleid niet zal voldoen aan de Europese doelstelling voor 2020 op het gebied van energie uit duurzame bronnen:

‘Rekening houdend met onzekerheden, zal het aandeel hernieuwbare energie in 2020 waarschijnlijk uitkomen in een bandbreedte van 7 tot 10 procent. Indien het Lenteakkoord, waarin vijf politieke partijen overeenstemming hebben bereikt over de Rijksbegroting voor 2013, wordt uitgevoerd, neemt de inzet toe tot 9 procent, vanwege een iets grotere inzet van biogas, met een vergelijkbare bandbreedte. […] Als het voorgenomen beleid van het kabinet-Rutte wordt uitgevoerd, neemt het aandeel toe tot 11 procent, binnen een bandbreedte van 9 tot 12 procent. Ook dan wordt het Europese doel van 14 procent niet gehaald.’

Dat is kwalijk, want zelfs los van klimaatverandering is een overgang naar meer duurzame en schonere energie zeer wenselijk, maar erg verrassend is het niet.

Dan toch maar iets over Paul Ryan? In een uitgebreid ‘manifest’ (in 2010) schreef de neoconservatieve running mate van Mitt Romney:

‘At a time when economic and job expansion should be Washington’s highest priority … and as if the multi-trillion dollar Health Care debacle were not enough, the Progressivist leadership in Congress are adding insult to injury by promoting their energy and climate agenda through their Cap and Trade plan. Put aside the fact that there is growing disagreement among scientists about climate change and its causes. This bill is a big mistake for other reasons.’

Hoewel Romney als gouverneur van Massachusetts ooit emissiehandel steunde, is deze visie van Ryan, zeker in Amerikaanse kringen, nauwelijks opvallend. Een paar maanden eerder, aan de vooravond van de klimaattop in Kopenhagen, schreef Ryan in The Journal Times over de ‘agressieve klimaatagenda’ van de regering-Obama, die hij samenvat als een poging om ‘de bevoegdheden uit te breiden om de economische productiviteit te beperken in de hoop de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen’.

In dit verhaal gaat Ryan in op de wetenschap (in het algemeen), die volgens hem het slachtoffer is geworden van ‘hyperpolitisering’ – zonder overigens te zeggen wiens schuld dat eigenlijk is. Hij gaat ook in op ‘climategate’, de op dat moment net gepubliceerde, gehackte e-mails van klimaatwetenschappers en concludeert:

‘The CRU e-mail scandal reveals a perversion of the scientific method, where data were manipulated to support a predetermined conclusion. The e-mail scandal has not only forced the resignation of a number of discredited scientists, but it also marks a major step back on the need to preserve the integrity of the scientific community.’

Zo, daarmee ben ik in ieder geval weer helemaal thuis.