Ze zitten bij de raarste debatjes, in zaaltjes met veertig man

Iedere zichzelf respecterende brancheorganisatie organiseert een verkiezingsdebat. Veel werk voor de partijen, maar ze zien het als een effectieve debattraining voor hun kandidaten.

Ze zijn er allemaal, de Kamerleden die de komende jaren het nationale debat willen bepalen. Zes politici keurig op partijkleur van links naar rechts achter een grote tafel gezet.

Een echt verkiezingsdebat, iedereen staat vol in de campagnestand tijdens het Binnenvaartverkiezingscafé in Zwijndrecht. Onder het toeziend oog van veertig toeschouwers in Brasserie-Restaurant & Zalencentrum Kade 100 hekelt SP’er Farshad Bashir het kapitalisme. „We hebben de vrije markt zijn werk laten doen, nu gaan schippers dagelijks failliet.” Zijn pleidooi voor het invoeren van een „bodemtarief” voor binnenschippers wordt weggehoond door Ingrid de Caluwé (nummer 41 op de VVD-lijst). „Dan gaat het gewoon de vrachtwagen op.”

Vergelijkbaar met het binnenvaartdebat van vorige week woensdag zijn er in aanloop naar de verkiezingen tot 12 september in achterafzaaltjes door het hele land tientallen, zo niet honderden debatten tussen kandidaat-Kamerleden. „Ik ga naar alle debatten, al zitten er maar tien mensen in de zaal”, bezweert PvdA’er Attje Kuiken. „Ik hou ervan”, zegt CDA-Kamerlid Sander de Rouwe zonder een spoortje ironie over zijn debatdeelname. „Naarmate de campagne vordert, heb ik er twee, drie op een dag. Iedere zichzelf respecterende brancheorganisatie organiseert wel een debat.”

Waarom? Kees de Vries, secretaris van het Bureau Voorlichting Binnenvaart, legt zijn doelstelling onmiddellijk op tafel als de Kamerleden zijn aangeschoven. „Het is een moeilijke tijd. Ik hoop dat ze met zo concreet mogelijke toezeggingen kunnen komen.”

D66-campagneleider en Kamerlid Kees Verhoeven stelt dat de kleine debatjes een traditie zijn. „Nederland is nu eenmaal zo, het is een goed Hollands gebruik. Alleen al in mijn portefeuille woningmarkt heb je allerlei verenigingen, maatschappelijke clubs en brancheorganisaties die een debat organiseren.”

Er zijn grofweg twee verschillende categorieën ‘kleine debatten’. Debatten die worden georganiseerd door een belangenorganisatie en gaan over een specifiek thema, zoals het binnenvaartdebat. En debatten die door bijvoorbeeld een onderwijsinstelling of andere lokale club worden georganiseerd en gaan over lokale onderwerpen of juist over de grote verkiezingsthema’s.

Vorige week waren er naast het binnenvaartdebat onder andere het radio509-debat, dat inging op de vraag wat de politiek doet voor mensen met een visuele beperking, en het levensmiddelendebat van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie. Het droeg de titel: ‘Maakt de overheid gehakt van de grootste industrie van Nederland?’

Maandag was het Dommeldaldebat, georganiseerd door de Volksuniversiteit Geldrop samen met bibliotheek Dommeldal. Komend weekend is het Grote Dierenverkiezingsdebat. Later volgen onder meer het Nieuwe Ouder Worden Verkiezingsdebat en het grote huurdebat. Opvallend veel debatten hebben het woord ‘grote’ erin.

Partijen hebben er een organisatorische klus van jewelste aan. De SP heeft een apart uitnodigingenteam dat moet coördineren welk kandidaat-Kamerlid naar welk debat gaat. Idealiter gaat die daarvoor of daarna met de lokale SP-afdeling ook een rondje flyeren. Volgens persvoorlichter van de SP (tevens nummer 35 op de kandidatenlijst) Peter Kwint heeft zijn partij vierhonderd uitnodigingen voor debatten geaccepteerd.

Aan hoeveel kleine debatten doet D66 mee? Kees Verhoeven rekent hardop: „Alleen al voor mijn portefeuille woningmarkt heb ik vijf, zes debatten. Met andere portefeuilles erbij doe ik er deze campagne zelf alleen al meer dan tien. De top-25 van onze lijst doet het gros van de debatten, dus het zijn er honderden. We proberen 80 tot 90 procent toe te zeggen. We vinden het belangrijk dat we laten zien dat we over al die onderwerpen hebben nagedacht en actief zijn geweest in de Kamer.”

Verhoeven en Kwint wijzen erop dat het bezoeken van zulke zaaltjes geen verspilde moeite is. Eerst geven ze beleefde argumenten. Verhoeven: „Veertig mensen zijn ook veertig kiezers.” Kwint: „Het zijn misschien niet veel mensen, maar ze zijn wel geïnteresseerd in de politiek.”

Er zijn ook praktische redenen, zeggen beiden. Debatten zijn een goede leerschool voor politici: ze gaan voor een zaal met anderen in debat en er is interactie met het publiek.

Daarna wijst Verhoeven erop dat het bereik groter is dan alleen de mensen in de zaal. „Die organisaties hebben ook een website en vakblad”, zegt hij. Zo was bij het binnenvaartdebat scheepvaartkrant Schuttevaer aanwezig: oplage 9.500.

Maar in de editie van komende week, vanaf morgen in de winkel, geen verslag van het debat. „Ik ben er nog niet aan toegekomen”, zegt Schuttevaer-hoofdredacteur Dirk van der Meulen, die bij het verkiezingsdebat aanwezig was.