Waalse 'God' wilde onafhankelijkheid

Een grote corruptieaffaire maakte een einde aan de politieke macht van Guy Spitaels in Wallonië. Maar hij bleef invloedrijk in het debat.

Franstalige Belgen noemden Guy Spitaels (80) hun ‘God’. In de jaren tachtig en begin jaren negentig was er in Wallonië, en misschien wel in heel België, geen politicus met zoveel macht en invloed als hij. Spitaels was minister, vicepremier, partijleider van de socialisten en daarna minister-president van Wallonië. Met bijna 44 procent van de stemmen maakte hij de Parti Socialiste in 1987 groter dan ooit.

Maar volgens de rechtbank maakte hij de partij ook rijk. Onder zijn leiding had de PS smeergeld aangenomen van de Italiaanse helikopterfabrikant Agusta. Spitaels, die erbij bleef dat dit niet klopte, werd veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf en verdween uit de politiek. God werd weer gewoon Spitaels, of Le Spit zoals Franstalige Belgen hem ook graag noemden, en ging boeken schrijven over internationale politiek.

Guy Spitaels, die maandagnacht overleed aan een hersentumor, was in Wallonië zijn gezag niet kwijtgeraakt. Als actieve politicus had hij vaak gezwegen en verwachtte dat iedereen meteen naar hem luisterde als hij wel iets zei. Als gevallen politicus gaf hij bijna nooit interviews. Maar als hij dat wel deed, had hij ook meteen een boodschap die overkwam: door zijn bemoeienis voelde Elio Di Rupo, nu premier van België, zich gedwongen om in 2007 te stoppen als minister-president van Wallonië en te kiezen voor alleen het partijleiderschap. Spitaels had gezegd dat het eens afgelopen moest zijn met al die functies bij elkaar.

Zijn laatste interview gaf hij vorig jaar september aan Le Soir, net na zijn tachtigste verjaardag. De politieke crisis in België duurde toen al eindeloos, het leek onmogelijk om nog een Belgische regering te vormen. Spitaels zei dat hij er niet meer in geloofde: volgens hem moesten de Franstaligen zich nu serieus voorbereiden op de onafhankelijkheid, ‘plan B’.

Spitaels vond al heel lang dat de Franstalige Belgen meer aandacht moesten hebben voor zichzelf en hun eigen regio. En hij kon hard zijn over de Vlamingen. „De Vlaamse leeuw brult”, zei Spitaels een keer, „maar hij heeft geen tanden.”

Volgens De Standaard werd de Waalse God daardoor voor Vlaanderen de duivel.

Als tachtigjarige zei hij dat hij de Vlamingen wel begreep: ze voelden zich terecht slecht behandeld door de Franstaligen en dat had „littekens” nagelaten. Maar hij vond ook dat de Franstaligen zich zelfverzekerder moesten gedragen tegen de Vlamingen: hij ergerde zich aan hun angst om het te moeten doen zonder het geld uit Vlaanderen. Het werd hoog tijd, vond hij, dat de politieke leiders lieten zien hoe ze de toekomst van de 3,5 miljoen Franstalige Belgen voor zich zagen.