Thuis was het toch al fokt op

Quincy Soetosenojo, werd maandag in de Amsterdamse Bijlmer vermoord. Hij was lid van de Crips-gang en aspirant-lid van motorclub Satudarah.

Muziekjournalist

AMSTERDAM. Bij de plek waar Quincy ‘Sin Quin’ Soetosenojo (30) in de nacht van zondag op maandag werd doodgeschoten, houden vrienden en familie maandagmiddag een wake. Bij de Wethouder Serrurierstraat, vlakbij metrostation Gein, is een haag van rozen en waxinelichtjes gemaakt. Er staan een halfgevulde fles cognac en andere flessen drank bij. Zo nu en dan gieten jongens wat uit de fles op het trottoir; een traditie uit de Amerikaanse straatcultuur waarmee de drank wordt ‘gedeeld’ met de overledene.

„Sin was een soldaat”, zegt voorman Keylow (42) van de ‘Rollin’ 200 Main Triad Crips’, die eind jaren tachtig de eerste Crips-bende in Nederland oprichtte, gemodelleerd naar de gangcultuur in Los Angeles. Hij is met diverse Crips-leden vanuit Den Haag naar Amsterdam Zuidoost gekomen om Soetosenojo te eren.

De in het criminele circuit actieve Sin richtte in opdracht van Keylow een Amsterdamse afdeling van de Crips op, de 241 Crips. En hij was aspirant-lid van motorbende Satudarah, zo bevestigen diverse bronnen.

Sin Quin, ook actief als rapper in de groep Aso Bros, had diverse verwijzingen naar de Haagse Crips groot op zijn lichaam getatoeëerd, zoals de cijfers ‘200’ en een doodskistlogo. Keylow laat foto’s zien van Sin Quin in de outfit van motorclub Satudarah.

De politie Amsterdam-Amstelland wil alleen de identiteit van Sin Quin bevestigen en het feit dat hij meerdere keren is geraakt en aan zijn verwondingen is overleden. „We zitten volop in het onderzoek en het is te vroeg om in te gaan op geruchten vanuit de buitenwereld over de kringen waar hij zich in begaf”, zegt de woordvoerder.

Sin Quin was niet ver van zijn huis toen hij werd doodgeschoten, vertellen vrienden. „Een half uur eerder zag ik hem nog”, zegt jeugdvriend en buurtgenoot ‘Mighty Base’.

„Het is raar zonder hem te komen, hier”, zegt Keylow. „Dit is zijn hood.” Hij pakt een fles Parbo-bier en bindt er een blauwe bandana omheen die door de Crips als hun ‘vlag’ wordt gezien. Hij bekijkt de massa bij de wake argwanend, zegt hij. „Iedereen gaat je condoleren. Voor je het weet, geef je zijn killer een hand.”

Twee jaar geleden gaf Sin Quin een rondleiding door Gein, of Ghenna in straattaal, aan deze verslaggever. Het stuk werd geplaatst in Nieuwe Revu. Quin vertelde toen dat hij altijd een wapen op zak had. „Ik word liever gepakt met een wapen dan dat ik mezelf niet kan verdedigen. Er hoeft maar één dom iemand ruzie te zoeken.” Hij zei dat „een nieuw, nog niet gebruikt” wapen hem zo’n 1.700 euro kostte. „Dat is een investering”, vond hij, „dat heb je er zo uit.’

Quin beschreef toen beeldend de gewelddadige realiteit waarin hij opgroeide. Hij liet zijn ouderlijk huis zien, waar hij als jongetje door de muren heen de buren hoorde ruziën, waarna volgens hem het door messteken gehavende lichaam van de buurvrouw naar buiten werd gedragen. Hij liet de kogelgaten zien in de muur van het metrostation. En het winkelcentrum waar zijn neef Iron door zijn lever werd geschoten tijdens een ruzie. De ander bleef dood achter.

In zijn buurt was geweld voor jonge kinderen al de gewoonste zaak, vertelde Sin Quin. Net als een carrière in de criminaliteit. „Ik leerde hoe ik makkelijk geld kon pakken. De verleiding is groot hier; iedereen praat ‘straat’. Om je heen zie je armoede; je wordt gelijk gepusht om te overleven. Dan ga je iemand beroven en denken: waarom zou ik naar school gaan als ik ook zo geld kan halen? Thuis is het toch al fokt op; het maakt niet meer uit.”

Quin, die gisteren in diezelfde buurt werd vermoord, groeide uit tot een doorgewinterde gangster. Tegen hem werd twaalf jaar gevangenisstraf geëist na een schietpartij. Bij gebrek aan bewijs werd hij vrijgesproken. Hij wilde niet gedetailleerd vertellen hoe hij zijn geld verdiende, maar wel dat hij „heel lichtjes” sliep en bij elk geluidje dacht dat een arrestatieteam zijn huis kwam binnenvallen.

Tijdens de wake klinkt uit een zwarte Opel Insignia rapmuziek die Sin Quin had opgenomen. In zijn teksten blikte hij vooruit op zijn gewelddadige dood. „Ik zeg je van tevoren: zet je een hit op mij, schiet me dan van dichtbij”, rapte hij in ‘Als je mij ziet’. En: „Ik ben niet bang voor de dood en zeker niet voor lood.”