Syrië bereid vertrek Assad te bespreken, scepsis in VS

De vicepremier van Syrië heeft gisteren in Moskou gezegd dat zijn regering bereid is een eventueel vertrek van president Assad te bespreken in onderhandelingen met de oppositie. Maar hij zei ook dat het aftreden van Assad geen voorwaarde kan zijn voor zulke onderhandelingen.

De Verenigde Staten hebben met grote scepsis gereageerd op dit ogenschijnlijke gebaar van toenadering tot de oppositie. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken bevat de uitspraak van vicepremier Jamil „niets dat erg nieuw is”.

Jamil hield samen met de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov een persconferentie in Moskou. Beiden reageerden op het dreigement, een dag eerder, van president Obama dat de Verenigde Staten militair zullen ingrijpen als Syrië zijn chemische wapens inzet in de burgeroorlog. Obama, die tot nu toe niet heeft willen ingrijpen in de burgeroorlog, zei maandag dat zijn „calculatie verandert” als chemische wapens worden gebruikt of vervoerd.

„Het Westen zoekt naar een excuus om direct in te grijpen in de interne aangelegenheden van ons land”, zei Jamil. Hij waarschuwde dat een militaire interventie zal leiden tot „een confrontatie die de Syrische grenzen te buiten gaat”.

Hij zei dat zijn regering bereid zou zijn het aftreden van Assad te bespreken, maar pas als de oppositie ermee heeft ingestemd om via onderhandelingen tot een oplossing voor het conflict te komen. „Tijdens de onderhandelingen kan over alles gediscussieerd worden, we zijn zelfs bereid deze kwestie te bespreken.”

Jamil speelt geen belangrijke rol in het bewind van Assad, dat zonodig makkelijk afstand van hem kan nemen. De Syrische regering heeft sinds het begin van de crisis herhaaldelijk bereidheid tot toenadering uitgesproken, zonder dat er uiteindelijk iets van terecht is gekomen.

Pogingen om de Syrische crisis via de internationale diplomatie op te lossen hebben de afgelopen maanden niets opgeleverd, maar Moskou blijft hopen een oplossing te vinden binnen de Verenigde Naties, waar Rusland een permanente zetel in de Veiligheidsraad heeft, en dus veto-macht. Minister Lavrov zei gisteren dat alleen de Veiligheidsraad kan beslissen over militaire interventie.

In de Libanese stad Tripoli zetten sunnieten en alawieten de strijd van hun geloofsgenoten in buurland Syrië gisteren voort. Bij hevige beschietingen tussen inwoners van een grotendeels sunnitische en een aangrenzende alawitische wijk kwamen tien mensen om het leven en vielen 75 gewonden. De Libanese premier sprak van een „absurde veldslag”, die gevoerd werd met automatische wapens, antitankraketten en bommen. (AP, Reuters, AFP)