Ronddolen op Groninger Stationsplein

Een eenzame man verlangt hartstochtelijk naar een gesprek. Hij doolt over het Stationsplein van Groningen, roept zinnen vol poëzie in de ruimte. Zo’n honderd mensen luisteren. Maar op een manier die vervreemdend is: ze houden een mobiele telefoon aan het oor geklemd. De man is acteur Marien Jongewaard in Pleinvrees door Lotte van den Berg. De toeschouwers hebben een nummer ingetoetst en bereiken Jongewaards golflengte. Pleinvrees maakt onderdeel uit van het Performing Arts Festival Noorderzon in Groningen. Sinds 1991 zoekt dit festival naar de grenzen van het theater. Met zijn hartverscheurende stem en hoekige, fysieke bewegingspatroon weet Jongewaard het immense plein te beheersen. Schitterend. Vergeefs vraagt hij om aandacht van gejaagde treinreizigers. Maar vindt geen weerklank. Op de achtergrond speelt een contrabas klagende straatmuziek. Deze vorm van theater in de openbare ruimte werkt ontregelend.

Kort na het overvolle Stationsplein bevind ik me in de eenzaamheid van een toren van de Noorderkerk. Vlak onder de klokken is een kleine kamer ingericht met schemerlamp, tafel en spiegel. De toeschouwer kan niet anders dan zichzelf aankijken terwijl het geluid van naderende voetstappen klinkt. Het heeft iets angstaanjagends. Iemand begint te spreken, het klinkt gevaarlijk dichtbij. Mikado van Hans Rosenstrom sticht verwarring. Ben ik alleen of niet alleen? Wat gebeurt er achter mijn rug? Diezelfde angst voor iets onbenoembaars spreekt uit Hoog Gras van de Vlaamse groep LOD. Op tekst van Peter Verhelst geeft regisseur Inne Goris een even schrikwekkend als poëtisch beeld van kindsoldaten. Noorderzon bewijst dat theater telkens nieuwe vormen kan vinden, dat de grenzen altijd overschreden kunnen worden.