Onbekend pre-Van Eyck drieluik

Museum Boijmans Van Beuningen presenteert dit najaar een tot dusverre volledig onbekend, klein drieluik uit 1410-1420. Het middelpaneel van het ruim dertig centimeter hoge werk toont de zeldzame thematiek van de balseming van het lichaam van de gestorven Christus. De zijluiken zijn voorzien van de heiligen Antonius Abt en Johannes de Doper. Het werk zal deel uitmaken van de tentoonstelling De weg naar Van Eyck, die op 13 oktober in het Rotterdamse museum opent. De expositie wil met Nederlandse, Franse en Duitse kunstwerken de artistieke voedingsbodem tonen van de schilder Jan van Eyck (ca. 1390-1441), van wie ook werk te zien zal zijn.

Pas onlangs is het drieluik, afkomstig uit een Italiaanse privécollectie, voor het eerst onderzocht. Friso Lammertse, conservator van het museum en medeorganisator van de expositie, vertelt dat de huidige eigenaar er, in de veronderstelling dat het een Duits werk was, een foto van naar de Gemäldegalerie in Berlijn stuurde. Omdat er uit het Noord-Europa van omstreeks 1400 maar zo weinig vergelijkingsmateriaal bekend is, bleek het moeilijk het drieluik te plaatsen. Lammertse wijst op de detaillering en de elegantie van een figuur als de heilige Johannes op het rechterzijluik, en op de ietwat onbeholpen constructie van architecturale elementen, die doet denken aan werk van kunstenaars uit de Nederlanden. Rechts op de achtergrond van het middenpaneel staat een zuiltje waar, als symbool van de overwinning van het christendom, een heidens afgodsbeeld vanaf valt. Drie salamanders, van wie men destijds wist dat ze niet door vuur worden verteerd, verwijzen naar de wederopstanding van Christus. Deze motieven komen ook voor in werk van Vlaamse schilders als Melchior Broederlam. Het meest waarschijnlijk lijkt daarom een herkomst uit de Zuidelijke Nederlanden, mogelijk Brugge, de latere vestigingsplaats van Jan van Eyck.