Mao, ben je daar?

Met de kloof tussen arm en rijk groeit ook de onvrede in China. Van de maoïstische revival die dit tot gevolg heeft, moet Peking echter niets hebben. Moest Bo Xilai daarom weg?

Correspondent China

Nog een paar weken en dan schrijdt een groepje mannen in donkergrijze of blauwe pakken, witte overhemden en rode dassen de Grote Hal van het Volk binnen. Het haar zwart geverfd, een teken van gezondheid en vitaliteit. Misschien staat er voor het eerst ook een vrouw bij.

Het is dit kleine collectief dat de Communistische Partij van China en dus China het komend decennium zal leiden: het ‘staand comité’ van het nieuwe politbureau*. De plechtige presentatie ervan, ten overstaan van de Chinese staatstelevisie en de internationale media, is het sluitstuk van het 18de Partijcongres dat in september of oktober wordt gehouden. De precieze datum is nog niet bekend.

De internationale media zullen vooral uitvoerig stilstaan bij de grote afwezige, de voor de Chinese media inmiddels onbenoembare Bo Xilai. Aan het begin van dit Jaar van de Mannelijke Zwarte Draak was nog met zekerheid voorspeld – ook in deze krant – dat hij zou doorstoten naar de top van de 91-jarige, maar uiterst taaie Communistische Partij. Nu lijkt deze televisiegenieke man met een voorkeur voor Savile Row-pakken van de aardbodem verdwenen.

Na een politiek schandaal – volgens sommigen een zuivering uit het boekje van Stalin – werd Bo Xilai (63), partijsecretaris van miljoenenstad Chongqing, uit zijn functies gezet. Gebleken was dat zijn vrouw, Gu Kailai, een Britse familievriend en zakenpartner had vermoord, in ieder geval met medeweten van Bo’s belangrijkste medewerkers en – en het kan bijna niet anders – ook met dat van hem. Gu Kailai werd deze week veroordeeld tot een voorwaardelijke doodstraf (in de praktijk levenslang). En met Bo Xilai’s verbanning uit de politiek lijkt de affaire te zijn afgelopen.

Maar dat is schijn.

Affaires in China zijn zelden verhalen met een begin, een middenrif en een duidelijk slot. De linkervleugel van de Communistische Partij – waartoe Bo behoort – lijkt bijvoorbeeld geen genoegen te nemen met de officiële lezing: een gruwelijke doch simpele moord op een chanterende buitenlander door een geestelijk gestoorde tijgermoeder. En liberale critici van de CPC zien in de affaire het bewijs dat de partij zich moet hervormen. Het gesloten, geheimzinnige model met een politbureau past niet meer bij een modern land.

De dag dat Bo Xilai uit zijn belangrijkste functies werd gezet, is de zwartste dag in de geschiedenis van de Communistische Partij van China sinds het overlijden van Mao Zedong in 1976, zegt professor Han Deqiang. „Het laatste sprankje hoop voor de CPC werd op dat moment gedoofd.” Han Deqiang is een maoïstische econoom die bedrijfseconomie doceert in Peking. Dat Bo Xilai medeplichtig is aan een moord, is volgens hem onbewezen.

In een e-mail en op een van de ultralinkse websites in China beschuldigt Han Deqiang leiders als president Hu Jintao, vice-president Xi Jinping en vooral premier Wen Jiabao ervan Bo doelbewust te hebben willen uitschakelen. „Hu en Wen hebben China uitverkocht aan het Westen, ze hebben het Chongqing-model om zeep geholpen en de familie Bo politiek geëlimineerd”, luidt een van de talrijke reacties op de alleen met speciale software toegankelijke website www.redchinacn.net.

Han Deqiang is een oprechte bewonderaar van Bo Xilai omdat hij denkt dat de voormalige partijsecretaris van Chongqing China wilde terugvoeren naar het marxistisch-leninistische pad met Chinese karakteristieken. Terug naar de Maoïstische wortels. Bo Xilai was voor hem de opvolger van Mao waarop China al meer dan 35 jaar wacht.

Han Deqiang verdedigt zelfs Bo’s gedrag tijdens de Culturele Revolutie*. Als jonge student tijdens die revolutie was Bo een van de allerfanatieksten, die er niet voor terugschrok in het openbaar zijn vader, toenmalig politbureaulid Bo Yibo, te mishandelen toen deze tijdelijk uit Mao’s gratie was geraakt. Dat zijn moeder vermoedelijk werd vermoord door Rode Gardisten* maakte hem niet minder fanatiek.

Bo’s campagnes om in Chongqing liederen uit de culturele revolutietijd te laten herleven, zijn harde optreden tegen rijke projectontwikkelaars en criminele organisaties en zijn grote sociale woningbouwprogramma’s worden door Han Deqiang geprezen als modern maoïsme. „Het Chongqingmodel dat door Bo werd ontwikkeld, zou heel goed zijn voor heel China. Maar de andere partijleiders wilden daar niets van weten omdat zij als geen ander belang hebben bij de markthervormingen. Zij zijn al verslaafd geraakt aan het kapitalisme”, denkt Han Deqiang.

Hoe groot de maoïstische vleugel nog is in de CPC en in China als geheel is niet duidelijk, maar Bo Xilai was in Chongqing zeer populair. Die populariteit zou het argument zijn om hem niet, zoals zijn vrouw, nu te berechten en te veroordelen tot een voorwaardelijke doodstraf. De vleugel wordt het leven wel moeilijk gemaakt. Websites die stellingen als van Han Deqiang verdedigen en daar harde aanvallen op president Hu Jintao en premier Wen Jiabao aan koppelen, zijn de de laatste tijd gecensureerd. Een online petitie, waarin werd gepleit voor een maoïstische revival, werd verboden.

Als bewijs dat Bo Xilai van het toneel moest verdwijnen, citeert Han Deqiang uit een reconstructie van de Britse zakenkrant Financial Times, waarin een anonieme partijfunctionaris zegt dat Bo Xilai door de zittende en toekomstige leiders werd gevreesd. Hij werd gezien als een „nieuwe Hitler”. Daarom moest hij worden uitgeschakeld.

Op ultralinkse sites in China wordt nu ook beweerd dat de dikke vrouw met het pafferige gezicht in de rechtbank van Hefei niet Gu Kailai was, maar een actrice. De echte Gu zou, net als Bo Xilai zelf, al zijn geëxecuteerd. Onwaarschijnlijk, maar typerend voor het klimaat en het gesloten systeem. Het zou ook zomaar waar kunnen zijn. Aanvankelijk geloofde ook niemand het verhaal over de betrokkenheid van de Bo’s bij de dood van Heywood.

Vaststaat dat de toekomstige president van China, Xi Jinping, Bo Xilai niet in „zijn” politbureau wilde hebben. Als kinderen van de rode elite speelden beide mannen met elkaar op het strand van Beidaihe, het vakantieoord van de partijelite, maar hun vaders waren het al oneens over de koers van de partij. De vader van de aanstaande president Xi was Xi Zhongxun, (1913-2002), een hervormer die een van de eerste vrijhandelszones in China stichtte. De vader van Bo Xilai, Bo Yibo, was een revolutionaire strijder die trouw was aan Mao’s rode boekje. Ook de zoons zijn het fundamenteel en ideologisch met elkaar oneens.

„Voor de uiterste linkervleugel is de ondergang van Bo moeilijk te verteren, want hij was hun held en laatste hoop”, zegt historicus Han Gang (1958) die in Beidaihe een korte zomervakantie houdt. „Zij geloven dat het hele schandaal doelbewust is opgezet om Bo uit te schakelen.” Niet ver van Hans hotel ligt de afgegrendelde wijk waar Chinese leiders sinds Mao Zedong de zomers doorbrengen. Vrijwel zeker wacht in een van de villa’s, die ruim honderd jaar geleden werden gebouwd voor westerse diplomaten en zakenlieden in Peking, Bo Xilai af wat de partijleiders over hem zullen beslissen.

Voor Han Gang, die geschiedenis heeft gedoceerd aan de Centrale Partij School in Peking en nu leraren opleidt in Shanghai, is de populariteit van Bo’s denkbeelden niet verwonderlijk. „De kloof tussen arm en rijk, de inflatie, de voortdurend stijgende kosten van levensonderhoud, de lage pensioenen, de dure zorg – het zorgt voor heel veel onvrede. Bo leek daar oplossingen voor te hebben. Maar dat waren schijnoplossingen”, denkt de in Chinese machtswisselingen gespecialiseerde historicus.

Voor hem was Bo Xilai niet anders dan een machtsgeile politicus die recht meende te hebben op een plaats aan de belangrijkste tafel van het land, het staand comité van het politbureau, het absolute centrum van de macht in China.

Pogingen de hele affaire „op te tillen” naar een politieke discussie over de koers van China vindt hij overtrokken. Best mogelijk dat er allerlei aspecten nog niet zijn opgehelderd en dat het proces tegen Gu Kailai van de eerste tot de laatste minuut is geregisseerd. Maar dat het vooral om een ideologische strijd en niet een strijd om topfuncties gaat, wil er bij hem niet in. „De tijd terugdraaien is niet meer mogelijk in een land waar meer dan 70 procent van het bedrijfsleven tot de particuliere sector gerekend moet worden en de economie alleen maar door middel van markthervormingen gemoderniseerd kan worden.”

Han Gang vertelt hoe onder Deng Xiaoping de klassenstrijd op sterk water werd gezet en het utopische „datong-ideaal” werd ingeruild voor de „xiaokang-samenleving”.

Dit zijn de klassieke culturele, confuciaanse concepten die een essentiële rol hebben gespeeld en nog steeds spelen in de ideologische discussies in China.

Datong is de confuciaanse term voor de ideale samenleving waarin alles behoort tot de gemeenschap en iedereen deelt in rijkdom en grondstoffen. Het is een van de diepere verklaringen voor het feit dat China in de vorige eeuw het communisme accepteerde. Xiaokang staat voor een samenleving waarin families eigenaar zijn van land en rijkdommen, het recht prevaleert en waarin regerende elites ervoor zorgen dat de verschillen tussen rijk en arm niet al te groot worden. Het is een begrip dat vaak voorkomt in beschouwingen over de opkomende middenklasse in China.

Historicus Han Gang: „Het ideaal van de CPC anno 2012 is een xiaokang-samenleving zonder grote tegenstellingen tussen verschillende bevolkingsgroepen. De partij is al onder Mao’s opvolger Deng Xiaoping tot de conclusie gekomen dat een datong-samenleving onpraktisch en onhaalbaar is. Een voor de hand liggende conclusie na de grote experimenten van Mao Zedong. Bo Xilai wekte de indruk dat hij opnieuw wilde proberen van China een datong-samenleving te maken. Xiaokang is nu echter als concept algemeen geaccepteerd, maar nog lang niet gerealiseerd.”

Dat neemt niet weg dat voor en achter de schermen intensief wordt gediscussieerd over China’s toekomst. Na dertig jaar van groei, waardoor honderden miljoenen paupers, boeren en arbeiders uit de armoede werden getrokken, nadert China een kruispunt. Het exportafhankelijke model is door het mismanagement van de Amerikaanse en Europese financiële sectoren en door binnenlandse problemen (milieu, corruptie, machtsmisbruik) onder grote druk komen te staan.

De tijden van spectaculaire groeicijfers en bijbehorende inkomsten voor de schatkist lijken af te lopen. Problemen op het gebied van pensioenen, zorg, onderwijs en vergrijzing vragen om nieuwe oplossingen en bijbehorende bestuursmodellen. Dat China nog steeds wordt bestuurd door een politbureau van een kleine groep van zorgvuldig geselecteerde mannen – vrouwen kwamen er tot nu toe niet aan te pas – is volgens Han Gang en vele andere China-watchers een anachronisme. Het systeem dateert uit 1917 en is nog door Lenin opgezet. Geen model dus voor de tweede economie van de wereld.

Han: „China bevindt zich duidelijk in een overgangsfase, de hele affaire rondom Bo Xilai heeft dat nog eens extra duidelijk gemaakt. Persoonlijk ben ik voor een transparant systeem met een scheiding van machten en meer partijen. Ik verwacht echter niet dat onze nieuwe leiders daar ook zo over denken. Ik vrees dat er geen lessen worden getrokken uit deze zaak.”

Het zal dus nog wel even duren voordat de CPC wordt omgedoopt tot de Confucionistische Partij van China.