Maar ze moeten naar de suburbs

Politieke partijen spreiden hun campagneactiviteiten over

alle provincies. Ze gaan er naar debatten en debatjes, naar winkelcentra en naar bedrijven. Iedere stem telt, is de redenering. Onverstandig, vindt ‘electoraal geograaf’ Josse de Voogd. Nederland heeft wel degelijk sleutelgebieden.

„Kijk, schotelantennes. Dan weet je genoeg over de politieke kleur.”

Josse de Voogd staat voor een galerijflat in Palenstein, een typische jarenzestigwijk in hartje Zoetermeer. Het straatbeeld: niet al te dure auto’s, mensen met boodschappentassen van de Digros.

„Schotelantennes betekent: allochtonen”, zegt De Voogd. „Vijftig tot zestig procent van de allochtonen stemt PvdA. Dus dat zal hier ook wel zo zijn.” Hij haalt een kaartje tevoorschijn met de verkiezingsuitslagen van 2010, uitgesplitst naar stembureau. En inderdaad: een bovengemiddeld hoge score voor de PvdA.

Josse de Voogd noemt zichzelf ‘electoraal geograaf’. Zet hem neer in een willekeurige wijk in Nederland, en hij vertelt je welke partij er de meeste stemmen haalt. Zijn onderzoek gaat uit van een interessant gegeven: kiezers in Nederland stemmen steeds minder langs sociaal-economische lijnen, en steeds meer op basis van leefstijl en culturele opvattingen. En die leefstijl kun je vaak al aan de buitenkant zien. „Kijk, een typische VVD-auto”, zegt De Voogd bijvoorbeeld. En, wijzend op een bordje met de beeltenis van een hond en de tekst ‘Hier waak ik’: „Dat is heel erg PVV.”

De vraag aan De Voogd was: waar in Nederland worden de verkiezingen van 12 september beslist? Overal, zouden partijstrategen en campagneleiders zeggen. Ons land kent geen districtenstelsel, en dus geen swing states. De lijsttrekkers spreiden hun campagneactiviteiten netjes over alle provincies. Ze gaan naar winkelcentra, bezoeken bedrijven, organiseren debatten in zaaltjes voor de achterban. Iedere stem telt.

Onverstandig, vindt Josse de Voogd. Nederland heeft wel degelijk sleutelgebieden, en ze heten Zuid-Holland en Noord-Brabant. Of, nog preciezer: de nieuwbouwkernen in deze twee provincies. Ten eerste omdat er ontzettend veel mensen wonen: deze twee provincies kiezen 53 van de 150 Kamerzetels, en ongeveer de helft daarvan is te danken aan de suburbs. Ten tweede omdat de kiezers daar het meest wispelturig zijn – en dus beïnvloedbaar.

In 2010 stemden deze ‘overloopgemeenten’ massaal op de VVD. Behalve de grote steden (PvdA), randgemeenten (PVV) en een handjevol dorpen (CDA) kleurde de gehele kaart van Zuid-Holland en Brabant liberaal blauw. Zo ook in Zoetermeer: daar ging de VVD van 17,8 naar 24,8 procent. Het CDA was er de grote verliezer: van 22,7 naar 8,8 procent.

„Het CDA was twee jaar geleden in shock door de klap in Limburg”, zegt De Voogd. „Maar in absolute aantallen was het verlies in de suburbs dramatischer. Zoetermeer heeft evenveel inwoners als Maastricht. Het CDA zou zich bij deze verkiezingen niet weer helemaal blind moeten staren op het zuiden. Ook voor die partij ligt de sleutel in Zuid-Holland.”

De Voogds advies aan de politieke partijen: ga daar campagnevoeren waar je kiezers zitten. Je kunt beter je aandeel vergroten in een buurt waar je sowieso goed scoort, dan kiezers overhalen die niets van je moeten hebben. Ga langs de deuren, zoals in de Verenigde Staten gebruikelijk is.

En doe dat in de juiste wijken en straten. „Hier in Palenstein”, zegt De Voogd terwijl we teruglopen naar de halte van de Randstadrail, „heeft een VVD’er niets te zoeken.”

Vier haltes verder ligt Buytenwegh, een ‘bloemkoolwijk’ uit de jaren tachtig. De bebouwing bestaat uit woonerven met kronkelige straatjes, houten bielzen en veel groen. De wijk is gebouwd toen er weinig geld was, en dat is te zien: huizen van goedkope baksteen, groen uitgeslagen dakplaten.

Dit, vertelt Josse de Voogd, is een typisch PVV-gebied. De bloemkoolwijken in het westen van Nederland zijn op dit moment het toneel van stagnatie. En, zo blijkt uit zijn onderzoek: zodra er sprake is van stagnatie of van daling, scoort de PVV goed.

„De bewoners zijn ooit uit de grote stad verhuisd vanwege de chaos en de toestroom van migranten. Nu trekken de succesvolle mensen weg uit deze wijken, en nemen allochtonen en blanke armen hun plek in.” De oude bewoners worden bang voor verloedering. „In zo’n klimaat doet Wilders het goed.”

De komende drie weken zou dit uitmuntend campagnegebied kunnen zijn voor de SP. Die partij, denkt De Voogd, zou in de bloemkoolwijken een aanzienlijk deel van het PVV-electoraat kunnen overnemen. Voorwaarde is wel dat de campagne uitsluitend over de economie gaat. „Zodra het te veel over veiligheid gaat, of over Europa, neigen ze weer naar de PVV.”

En de PvdA? Problematisch. „PvdA’ers hebben in de campagne meestal alleen aandacht voor de slechte buurten in de grote steden, waar de allerarmsten wonen. Wijken zoals deze vormen het echt kwetsbare Nederland, Maar ze staan niet op het netvlies van PvdA’ers.”

Onze laatste stop is Oosterheem, een klassieke vinexlocatie aan de rand van Zoetermeer. Opgetrokken in het afgelopen decennium. Dit is het domein van gezinnen met twee kinderen, twee auto’s en koophuis. De straten zijn uitgestorven: de bewoners – vaak tweeverdieners – zijn aan het werk, de kinderen naar school. Er staan opvallend veel caravans voor de deur.

In 2010 deed de VVD het hier buitengewoon goed. Dat is logisch, zegt De Voogd: zodra er uitzicht is op sociale stijging, is er winst te halen voor de liberalen. „Dit is de ruggegraat van het VVD-electoraat”, zegt De Voogd. „Zeker nu kleine ondernemers misschien wel op de SP gaan stemmen.”

In een straat genaamd Malta gluurt De Voogd over een tuinhek. „Kijk, zwart tuinmeubilair en een barbecue. En binnen kijken ze commerciële televisie op een groot plasmascherm. Typisch VVD.”

Wat de VVD moet doen om deze kiezers opnieuw voor zich te winnen? Niets veranderen aan de hypotheekrenteaftrek, zegt De Voogd.

Wie in een wijk als Oosterheem rondkijkt, begrijpt meteen waarom de liberalen zo huiverig zijn voor hervormingen op de huizenmarkt. „Al die jonge gezinnen hebben een paar jaar geleden voor twee ton een koophuis gekocht, dat nu in waarde is gedaald. Die willen niet nog meer gedonder.”

Oosterheem legt ook de risico’s van de komende campagne voor de VVD bloot. In 2010 wist de partij hier kiezers te trekken met economische standpunten.

Maar een jaar eerder, bij de Europese verkiezingen, bleken de vinexbewoners sterk verdeeld tussen euroscepsis en een pro-Europese houding. Veel potentiële VVD-stemmers kozen toen voor D66 of de PVV. Of ze bleven thuis.

Conclusie: als de verkiezingen te veel over Europa gaan, kunnen de VVD-kiezers in Oosterheem – en zeker twintig vergelijkbare vinexwijken in Noord-Brabant en Zuid-Holland – twee kanten op. En wordt de partij misschien wel niet de grootste.

De stilte op straat suggereert iets anders, maar op 12 september gaat het hier gebeuren.