Loods moet kapitein de baas kunnen

Loodsen horen met een inkomen van ruim 100.000 euro per jaar tot de best betaalden in de haven. „Filippijnse meters zijn niet hetzelfde als Russische.”

‘Vooral niet aarzelen. Als ik ‘ga’ zeg, dan ga je. Zo hoog mogelijk grijpen en niet naar beneden kijken!” De loods klimt als eerste naar boven langs de touwladder die hij heeft uitgehangen. Met een paar treden tegelijk is hij zo boven.

Voor wie minder ervaring heeft, is het een hele toer. Het touw hangt strak tegen de stalen wand. Er is nauwelijks ruimte om vast te grijpen. Voetje voor voetje gaat het omhoog. Eindeloos lang. Er is geen zekering. Moet dat niet van de arbo? „Wij loodsen hebben niks met de arbo te maken, wij zijn zelfstandige ondernemers.”

Loods Mark van Stein is met een klein bootje, een tender, naar de Marfret Sormiou gebracht, op een kilometer of zes uit de kust voor Hoek van Holland. Het is kwart over tien als zijn tweede klus van de dag begint.

Om half zes in de ochtend heeft hij al een schip de Rotterdamse haven uitgeloodst. Tussendoor heeft hij ook nog een kopje koffie kunnen drinken en een krantje kunnen lezen op het loodsschip dat voor de kust voor anker ligt en vanwaar uit de loodsen overstappen van de ene klus naar de andere.

Eenmaal aan dek gaat het rechtstreeks naar de brug, via het trappenhuis, vier verdiepingen hoger. De Litouwse kapitein komt Van Stein vaag bekend voor. „Als je ieder jaar zo’n 350 schepen in en uit loodst heb je bijna iedereen wel eens een keer eerder gezien.”

Aan het roer staat een Filippino. De rest van de officieren op de brug komt uit Litouwen. De machinekamer wordt bemand door Oekraïeners. In totaal zijn er 24 mensen aan boord. De voertaal is Russisch.

De Marfret Sormiou is een containerschip van 210 meter lang en vaart voor een Franse reder. Om de kade van de Eemhaven in Rotterdam te bereiken, waar straks gelost gaat worden, zal flink moeten worden gemanoeuvreerd. Vraag één is dan ook of de boegschroef het doet? Niet bijster goed, moet de Litouwse kapitein toegeven.

De loods bestelt twee sleepboten die het containerschip op het laatste stuk moeten helpen.

De concurrentie is groot in de internationale scheepvaart. Doordat de reders goedkopere bemanningen inhuren is er steeds minder ervaring aan boord. Bijna geen enkele kapitein vaart meer op eigen kracht de haven binnen.

De 44-jarige Van Stein neemt meteen het heft in handen. „One, one, eight”, roept hij zodat iedereen het kan horen. „One, one, eight”, herhaalt de Filippijnse roerganger en zet koers op 118 graden. Vanaf nu bepaalt de loods wat er gebeurt, al blijft de kapitein formeel de eindverantwoordelijke op het schip.

Loodsen horen met een gemiddeld inkomen van ruim 100.000 euro per jaar tot de best betaalden in de haven. Ze zijn hoogopgeleid, werken volcontinu en dragen een grote verantwoordelijk, benadrukt Van Stein. Schades in de scheepvaart lopen meteen hoog op en een ongelukje is zo gebeurd in de volle haven.

Geen werk dus voor doetjes, is de boodschap. „Je moet er wel meteen kunnen staan en eigenwijze kapiteins de baas zijn”, zegt Van Stein terwijl hij wijdbeens zijn bevelen geeft op de brug, zijn blik strak op de horizon gericht.

Loodsen zijn zelfstandige ondernemers verenigd in een maatschap, het Loodswezen. Van oorsprong was het Loodswezen een overheidsdienst. In 1988 werd het als een van de eerste overheidsdiensten geprivatiseerd. In Rotterdam verdelen 220 loodsen de diensten. Week op, week af. Als je dienst hebt, kun je elk moment worden opgeroepen, al wordt er in principe rekening gehouden met acht uur rusttijd. Er is een vervroegd pensioen vanaf 55 jaar, met 60 volgt het verplicht pensioen.

Een klein uur nadat Van Stein aan boord is geklauterd, loopt de Marfret Sormiou de Waterweg binnen. De snelheid loopt terug van 18 knopen naar 10 en 8. De loods klapt zijn laptop open en begint berekeningen te maken. Het is eb, de Waterweg stroomt met een snelheid van 3 kilometer in de richting van de zee. „Zero, nine, zero”, roept hij. En even later „midship”. De Filippino voert gehoorzaam zijn bevelen uit.

Het containerschip vaart langs de Maasvlakte. Voorbij de Europoort wordt de haven nauwer. De spanning neemt toe. Er komen steeds meer spelers in het spel. De telegrafist is uit zijn kooi gehaald om de bevelen vanaf de brug door te geven aan de machinekamer. Even voorbij de Beneluxtunnel, hebben de twee sleepboten hun posities ingenomen aan het begin van de Eemhaven.

De loods is nu dirigent van een orkest. De Marfret Sormiou zwenkt eerst naar rechts en dan naar links. Een paar honderd meter voor de kade klinkt het „stop engine”. Het gevaarte drijft op eigen massa door tot vlak bij de ligplaats. Dan gaan de motoren weer aan voor het laatste precisiewerk. Sleepboten trekken en duwen op commando van de loods: tikkie stuurboord, klapje bakboord. De roeiers hebben de eerste lijnen uitgegooid en manoeuvreren vervaarlijk tussen schip en kade.

Van Stein staat nu samen met de kapitein buiten op de brug om de laatste meters te begeleiden. Maar dan gaat er plotseling iets mis. Vanuit de machinekamer klinkt een oorverdovend Oekraïens gescheld. Het schip moet nog vier meter naar voren. De schoorsteen braakt dikke, zwarte rook uit. De scheepsmotoren hebben het zwaar.

„Beneden heeft kennelijk iemand zitten slapen”, reageert de loods laconiek en zet het schip alsnog op de juiste plaats. Hij lacht. „Filippijnse meters zijn in praktijk niet altijd hetzelfde als Russische meters.” Dan gaat hij naar huis om een paar uur te slapen tot de telefoon gaat voor het volgende schip.

Dit is deel 2 van een serie. Deel 1 stond 18 augustus in de krant.