Lichtgewicht rompslomp

Tosca Niterink en Anita Janssen wandelen de komende weken The Sultan’s Trail, een voettocht van Sofia naar Istanbul. Op deze pagina doen ze verslag.

We zijn nu al een week onder de snikhete Bulgaarse zon (in de zelfde hittegolf als bij jullie?) aan het langeafstandswandelen. Dat valt niet echt mee. Wie of wat bracht ons op het onzalige idee om tijdens deze wandeltrip de padvinder uit te willen hangen, met alle lichtgewicht rompslomp van dien: tent, slaapzakken, gasje, pannetjes. Het weegt allemaal niks, behalve als je het onder een 35 graden brandende Bulgaarse koperen ploert vals plat op en af moet zeulen. We mijden het Rilagebergte en lopen door een dal (dachten wij) naar de Turkse grens, maar het reliëft toch onverwachts aardig. Dat voel je aan de zure spierpijn in de kuiten.

Maar nu niet zeuren! We doen dit voor ons plezier! Al vergeten we dat zo nu en dan. Dan loop ik mij dingen af te vragen in de trend van: wie, wat, waar, welke beul, waarom, stuurde mij op deze wandelstraf. Maar alras schaam ik me de ogen uit mijn arrogante kop als ik zie hoe mooi het leven hier is, de Bulgaarse nazomer met rijpe vruchten aan de bomen (appels, peren, tomaten, komkommers, tabak en druiven), en hoe gastvrij en royaal men is.

Ook al heeft de doorsnee Bulgaar (zonder pet met woeste stekels op het platte achterhoofd) geen nagel om zijn gat te krabben, toch worden wij almaar overladen met loodzware zakken fruit. (Alsof we het niet moeilijk genoeg hebben, moeten wij overal logeren en midden in de nacht barbecuen met mensen die wij niet verstaan, laat staan dat we uit kunnen leggen dat we Nederlandse vegetarische potten zijn.)

Dit even in zijn algemeenheid, want gut wat went het allemaal snel. Vorige week had ik nog geen idee wat Bulgarije inhield en nu is het reeds een totaal logische realiteit voor mij. En heb ik geen zin om uit te leggen wat Bulgarije is want Bulgarije is gewoon Bulgarije, iets wat we allemaal diep van binnen dondersgoed weten en altijd al geweten hebben. Bulgarije, het woord zegt het al, is Bulgarije!

Ze hadden ons gewaarschuwd, Bulgarije: Boe! Bah! Eng! Wolven en beren! Kijk maar uit! Derhalve hadden wij bij Perry Sport een „berenbel” gekocht. Een rond irritant tingelend geval, dat je met klittenband uit kan zetten en waar beren niet tegen kunnen, mensen ook niet, want het is niet aldoor tingeling kerstmis. De eerste nacht dat wij gingen kamperen stikte het meteen van de beren. Dat komt doordat je hier niet kunt kamperen: als mensen je zien stuntelen met tentstokken moet je meteen komen logeren. En de eerste Bulgaarse vrouw die ons thuis uitnodigde, had voor de gezelligheid een berenbootbloes aangetrokken. (Een bloes met Dick Bruna-achtige beertjes in roeibootjes met ankertjes op hun petjes, je kent het wel – of niet.) Een beetje kinderachtig, maar toch weer die gastvrijheid! Ik zal er komende weken vaak op terugkomen.

Even voor de duidelijkheid, we zitten in Pazardzhik. Via Sofia, Kostenets en Pazardzhik gaan we naar Plovdiv. Ezelsbruggetje volgens Annie: Ik eet door want het „kosteniks” en daarom „pastniks” en als ik dit een tijdje vol hou dan „plofdiks”.