Het nieuwe generatieconflict

Op 12 september treedt een nieuwe generatie kiezers aan. Daarmee wordt voor het eerst duidelijk in welke mate de nieuwe generatiekloof zich zal doen gelden. Deze nieuwe volwassenen zijn omstreeks het einde van de Koude Oorlog geboren, opgegroeid in de betrekkelijke zorgeloosheid van het poldermodel en de Nieuwe Economie waarmee volgens deskundigen het geheim van de eeuwige groei was opgelost. Optimistischer kindertijd kon je je niet wensen. Toen barstte de zeepbel van internet, niet lang daarna werden de Twin Towers verwoest, de periode van de vergeefse oorlogen in Afghanistan en Irak was aangebroken. Tegelijkertijd groeide de angst voor het moslimterrorisme.

De nieuwe kiezers van nu zijn aan hun puberteit begonnen toen Pim Fortuyn het Nederlandse bestel overhoop gooide. Op 6 mei 2002 werd hij vermoord en twee jaar later op de televisie uitgeroepen tot de Grootste Nederlander Aller Tijden. Op nummer twee stond Willem van Oranje. Zijn partij was toen al in een zee van ruzies reddeloos ten onder gegaan. Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh vermoord, wat vanzelfsprekend opnieuw een schokgolf veroorzaakte. Ik heb toen een column geschreven met de strekking dat Nederland rijp begon te worden voor een staatsgreep; kreeg meer bijval dan ik verwacht had. Het land is weer in ordelijke banen geleid. Maar wat hebben die gevorderde pubers er toen van gedacht?

In 2007 begon in Amerika de kredietcrisis. Die heeft zich naar Europa uitgebreid. Al een paar jaar doen onze economen en politici poging na poging om een oplossing te vinden. Tevergeefs. De economische crisis heeft de politiek aangestoken en het gevolg is dat in heel West-Europa de politieke klasse haar geloofwaardigheid begint te verliezen. In Nederland is het nog ernstiger. De twee politieke moorden hebben een cumulatief effect gehad. De nationale onzekerheid heeft het populisme doen herleven, maar dat heeft geen redding gebracht. Na de mislukking van de LPF en Trots op Nederland kwakkelt nu de PVV naar haar fatale ongeloofwaardigheid.

Dit is in grote trekken de omgeving waarin de nieuwe kiezers zijn opgegroeid. Het doet me denken aan de politieke opvoeding van mijn eigen generatie. Toen wij aan onze puberteit begonnen, vielen de Duitsers binnen en werd mijn stad verwoest. Een ingrijpender breuk zou je je nu niet kunnen voorstellen, maar in de praktijk van toen viel het in het begin nog mee. De grote mensen probeerden zo goed en zo kwaad als het ging hun gewone leven voort te zetten. De climax kwam in de Hongerwinter toen de Randstad in een primitieve chaos veranderde. In die acht maanden is de breuk op een onvergetelijke manier voltooid. Dat hebben we pas later goed beseft.

Na de Bevrijding begonnen de oudere generaties met de restauratie. De Doorbraak van de Partij van de Arbeid mislukte en binnen een jaar was het land het conflict met Indonesië ingezogen. De lichtingen van de nieuwe volwassenen vormden de hoofdmacht van een leger van meer dan 150.000 man dat vier jaar aan de andere kant van de wereld een vergeefse oorlog heeft gevoerd. Ingrijpender kun je je het niet voorstellen. Deze breuk is voor het eerst zichtbaar geworden in de literatuur, bij de Vijftigers. Daarna kwamen in de politiek de provo’s en in het openbare leven de krakers. Intussen was D66 opgericht waarbij Hans van Mierlo had laten weten dat hij van plan was ‘het bestel op te blazen’. De apotheose kwam op 30 april 1980, toen Beatrix tot koningin werd gekroond. ‘Geen woning, geen kroning’ was de leuze van de krakers. Het centrum van Amsterdam veranderde in een slagveld.

De nu heersende orde valt niet te vergelijken met het bestel dat de verdedigende partij was in het generatieconflict dat ik hierboven heb samengevat. Maar er is één overeenkomst. De leidende politieke klasse faalt op praktisch alle fronten, en dit in toenemende mate. Hoe zullen de nieuwe jongeren reageren? Vergeleken met de vorige breuk zijn er een paar markante verschillen. In Nederland zijn op het ogenblik anderhalf miljoen ‘laaggeletterden’, mensen die een enigszins ingewikkelde tekst, bijvoorbeeld op een bijsluiter of van een proces-verbaal niet kunnen begrijpen. Het aantal stijgt. Tien procent van de vijftienjarigen heeft de grootste moeite met lezen.

Dan zijn door de digitale revolutie de media al even radicaal veranderd. Om een verantwoorde politieke keuze te maken, moet je redelijk kunnen lezen en luisteren. Het Nederlands is veranderd, meer doorspekt met prietpraat – of zo, zeg maar – en tegelijkertijd ruzieachtiger geworden. Doe gewoon man! De sociale media zijn ook hier van invloed op de meningvorming, maar hoe groot die rol is weten we niet. Raadpleeg een paar websites. Volg eens een paar ruzies, scheldpartijen, doorspekt met Engelse woorden. Asociale media zou soms een betere benaming zijn. De openbare omgangsvormen zijn veranderd, zoals we iedere dag in het gemengd nieuws kunnen lezen. Ondanks onze welvaart is het vertrouwen in een toekomst die steeds beter zal worden, verdwenen. Hoogste tijd voor de nieuwe volwassenen. Op 13 september weten we meer.