Elke dag verse kruiden

In de vakantiemaanden kan het je zomaar overvallen: het gevoel dat je iets zou moeten doen. Dat het een perfect moment zou zijn voor iets nuttigs, zoals je kledingkast opruimen, een bouwmarkt bezoeken of nu echt mee gaan doen met die avondklassen boksen, ook al vrees je voor het moment dat je de warming-up niet

In de vakantiemaanden kan het je zomaar overvallen: het gevoel dat je iets zou moeten doen. Dat het een perfect moment zou zijn voor iets nuttigs, zoals je kledingkast opruimen, een bouwmarkt bezoeken of nu echt mee gaan doen met die avondklassen boksen, ook al vrees je voor het moment dat je de warming-up niet aan kan en publiekelijk moet overgeven in de radiator. Ook ik ken die plotselinge ondernemingsimpuls, en bij mij uit het zich vaak in: het beginnen van een kruidentuin. Het is een simpel verlangen, een verlangen waardoor ik me een opgeruimde jaren 50 huisvrouw voel, zo een die een doek om haar hoofd heeft geknoopt en een beetje tipsy is van de ochtendsherry. Toch heeft mijn eenvoudige wens immer een koude, wrede uitkomst. Ziehier: de vier stadia van het kruidentuintje.

Mijn keuken lijkt nu veel meer op een plek waar ik Jamie Oliver zou kunnen versieren

1. Enthousiasme

Ik bezit helemaal geen tuin en op mijn balkon kunnen enkel een oude asbak en wat tuigduiven overleven. Een kruidentuin betekent in mijn geval dan ook ‘een paar kruidenplantjes die zo’n beetje naast elkaar op mijn aanrecht staan’. Het maakt mij niet uit: sinds het idee in mijn hoofd zit, ben ik enthousiast alsof het om een setje cocaplantjes gaat waar ik mijn dagelijkse dosis mee kan aanvullen. ‘Wat een GEWELDIG idee’, denk ik. ‘Elke dag verse kruiden! Heerlijk! En als je die losse bakjes moet kopen, zijn ze zó duur! Straks kan ik gewoon in mijn keuken staan en dromerig een blaadje basilicum tussen mijn vingers verpulveren en de geur opsnuiven! Zo VOLWASSEN! Misschien ga ik nu ook wel koken – je weet het niet!’ Ik loop rechtstreeks naar de Albert Heijn en koop daar een hele trits plantjes.

2. IJver

‘Ik ga héél goed voor deze plantjes zorgen’, neem ik mezelf voor. ‘Maar écht.’ Elke dag giet ik zorgvuldig een klein beetje water op de aarde, geef ze door een open raam frisse lucht en knip maar een paar blaadjes af voor gebruik. De plantjes staan er fier en groen bij, en mijn keuken lijkt meteen veel meer op een plek waar ik Jamie Oliver zou kunnen versieren.

3. INKTZWARTE ONDERGANG EN VERDERF

En op een zeker moment loop ik de keuken in om daar mijn geliefde kruidenplantjes aan te treffen verdord als zeewier op een strand. Van de ene dag op de andere zijn alle plantjes zomaar kassiewijle. Goed, misschien had ik ze de laatste dagen net iets minder consciëntieus water gegeven, maar dit is gewoon onredelijk. Ik probeer nog halfslachtig met een petfles vol water en fluisterwoordjes iets te redden, maar het mag niet baten.

4. Bitterheid

Ik ben diep, diep teleurgesteld. Teleurgesteld in de kruidenplantjes van deze wereld: waarom geven die zo snel op? Wat zijn dat voor divaplanten? Hadden ze het soms niet goed bij mij? Is leidingwater te min voor hen? Maar ik ben vooral teleurgesteld in mezelf: ik kan dus niet eens een paar basilicumplantjes in leven houden. Mocht je het ooit overwegen: ik zou niet je hond bij mij laten logeren.

De keer daarop in de Albert Heijn negeer ik alle kruidenplantjes en koop gewoon weer zo’n duur plastic bakje. Tot de volgende vakantiemaanden aanbreken, uiteraard. Dan krijg ik waarschijnlijk weer eens een heel goed idee.