Een hele stad vol met comedians

Op ’s werelds grootste kunstfestival, in Edinburgh, bestaat eenderde van het aanbod uit stand-up comedy. De trends: het gebruik van filmpjes, muziek en schermen op het toneel. En veel, heel veel, grove grappen.

‘Wie zijn al die comedians? Waar komen ze vandaan? Zelfs ik ken ze niet!”

Met vrolijk sarcasme constateerde comedian David Mills, zelf volslagen onbekend, vorige week tijdens zijn optreden hoe gekmakend overladen het Edinburgh Festival Fringe is.

Dit alternatieve festival voor comedy, theater en muziek staat te boek als het grootste kunstfestival ter wereld en wat bezoekers ervaren, een overweldigend aanbod, raakt ook de artiesten: zij verdringen elkaar om publiek binnen te hengelen.

Fringe bestaat sinds 1947 en wordt dit jaar gehouden van 3 tot 27 augustus. Het aantal voorstellingen is gegroeid: er zijn er ruim 2.600, in ruim 40.000 opvoeringen, waarbij naar schatting 22.000 artiesten uit bijna vijftig landen betrokken zijn. Vorig jaar werden er 1,8 miljoen kaartjes verkocht. Dit jaar lijkt de verkoop minder te gaan door de competitie met de Olympische Spelen begin augustus. „Ik moest optreden tijdens de finale honderd meter hardlopen. Hoe concurreer je met de snelste man op aarde”, vroeg komiek Elis James zich op het podium af.

Wie het zich aantrekt dat hij veel misloopt van wat hem op 279 locaties wordt geboden (met soms tien zalen per locatie), met 1.300 voorstellingen per dag om uit te kiezen, moet niet naar Edinburgh komen.

De Fringe is bovendien maar één van de zeven festivals in de stad deze maand. Er is het prestigieuze Edinburgh International Festival (à la het Holland Festival), een klassiek Festival (Gergjev was er), een boekenfestival (veel grote namen), beeldende kunst, film, blues & jazz, en de militaire taptoe.

Geen reden voor paniek, eerder voor halleluja.

Bijzonder is vooral het rijke aanbod aan stand-up comedians, eenderde van het totaal aantal deelnemers. De allergrootste Britse sterren (Eddie Izzard, Ricky Gervais, Russell Brand, Michael McIntyre) zijn Edinburgh ontgroeid, maar ze hebben er wel ooit, eerder in hun carrière, opgetreden. Edinburgh is gastvrij en fungeert als springplank en showcase – voor jong talent, gevestigde namen en wannabes.

De meest veelbelovende en originele debutant was dit jaar David Trent, met zijn ironisch getitelde show Spontaneous Comedian. Met zijn presentatie van filmpjes en animatie doorbrak hij de vaste routine van comedian met alleen microfoon. Het scherm benutte hij vooral om heel slim een extra stem toe te voegen, via teksten die zijn hand op systeemkaartjes schreef.

Inhoudelijk werkte Trent zijn ondermijning van spontaniteit uit door claims van waarheid en authenticiteit in twijfel te trekken. Nadat hij een verhaaltje vertelde waar niet om werd gelachen, zei hij: „Het geeft niet dat jullie niet reageren. Ik doe het opnieuw.” Waarna de dramatische aanzwellende pianomuziek van Hoppipolla van Sigur Rós klonk, die zijn woorden vleugels gaf en Trent naar extatische hoogte voerde. Vervolgens ging hij los tegen de BBC, die de emotie van de kijkers doorlopend chanteert met deze soundtrack. „We willen onze gevoelens terug!”

Op dezelfde doordachte manier verzint hij Facebook-pagina’s voor Abraham en God, verbetert hij Love Actually en gaat hij het verhaal te lijf dat de altijd vuilbekkende collega Chris Rock een zwangere vrouw in nood zou hebben geholpen door haar aan het lachen te maken. Trent zegt nog steeds als leraar te werken, maar met deze intelligente show verdient hij zijn doorbraak.

Het experiment met multimedia ging bij Simin Munnery nog een stap verder. Op het podium hing alleen een scherm, zelf zat hij in de zaal, voor een camera. Via een tweede cameraatje creëerde hij met kartonnen figuurtjes ‘stop motion’-animatie. Ook liet hij een filmpje zien van twee door het bos wandelende vuilnisbakken. Munnery is een eenmans-Monty Python, maar dan rommelig en niet erg scherp.

Trent en Munnery worden in Edinburgh om hun durf geroemd door de vele media die over de Fringe schrijven, en die de bezoekers kunnen helpen zich een weg te kappen door het oerwoud aan voorstellingen. Het in Edinburgh gevestigde dagblad The Scotsman heeft dagelijks een festivalbijlage van twintig pagina’s en vele tijdschriften en recensieblaadjes bespreken optredens. Elke vrije plek in Edinburgh is behangen met affiches en op al die posters zijn weer velletjes met vers uitgedeelde sterren geplakt. Wie niet ergens vier sterren scoort, bestaat niet.

Een van de grootste vijfsterrenvergaarders is Jim Jefferies, een terugkerende gast in Edinburgh, die moeiteloos zalen met vijfhonderd man vult. Jefferies is de rockster onder de comedians, de man zonder grenzen. Edinburgh is vergeven van kleine Theo Maassens, die snoeiharde, vuile grappen over seks en relaties maken, en bovenaan die piramide van shockcomedians staat Jefferies.

Onbedaarlijk geestig is zijn uur comedy, vooral door de ontspannen, bijna luie en afstandelijke manier waarop hij zelfverzekerd zijn verhalen vertelt. Vijfendertig is hij inmiddels, zegt hij, en het lijkt hem wel wat vader te zijn, van een dochter. Maar dan liefst zonder een moeder, want dat geeft maar problemen. En dus ging hij op zoek naar een terminale vriendin. Dat viel nog niet mee. Vrouwen met kanker bleken toch vooral met zichzelf bezig. Dus vroeg hij een bevriende arts die kanker bij vrouwen constateert hen met een verkeerde, positieve, boodschap naar huis te laten sturen: iedereen blij. In zijn duistere wereldbeeld wordt iedereen geboren als een ‘cunt’. Leven is een kwestie van ‘ontkutten’. In een tirade tegen de kerk stelt hij God voor als een dronken en bedillerige, maar vooral ongewenste gast op een feestje. Maar de meeste kreten van afkeer scoort hij tot zijn eigen plezier met een ranzige redenering die uitloopt op zijn constatering dat het trauma van misbruikte kinderen vooral opspeelt in hun volwassen leven. Dus kan het misbruiken van kinderen in wezen geen kwaad als ze ongeneeslijk ziek zijn.

Het zijn niet alleen mannen die zo grof tekeergaan. Diane Spencer eigent zich het woord ‘wanken’ (rukken) toe voor haar obsessieve vorm van masturberen – „totdat je vingertopje eruit ziet als de tepel van je oma”. Bij de vele grappen over haar rode haar en bleekheid meldt ze dat ze zo wit is dat we het niet zouden zien als er het hele optreden sperma op haar gezicht zou zitten.

Er zijn ook comedians die expliciet liever slim dan grappig zijn, zoals Alfie Brown. Ook hij breekt een lans voor pedofilie – als activiteit van de verbeelding. Aardig is zijn deconstructie van de platte subtekst van de Rihanna-song ‘Rude Boy’.

Zijn collega Trevor Noah demonstreert hoe humor en scherpzinnigheid samengaan in zijn empathische ‘The Racist’. Als zoon van een zwarte moeder en een Zwitser („En je weet hoeveel die van chocolade houden”) paste hij in het Zuid-Afrika van de apartheid nergens bij. Op straat kon hij niet naast zijn ouders lopen. Hij was mixed race en zij zouden anders de rassenwetten overtreden. Zijn vader liep aan de overkant, zijn moeder achter hem. Noah vertelt over zijn tocht naar Amerika om als zwarte te worden geaccepteerd – „en eindelijk deel van een team te worden, het zwarte team”. De grap is dat Amerikanen hem voor een Mexicaan houden. Noah is een charmant causeur, die tussen zijn grappen door ook emotioneel weet te raken.

Tussen al die welbespraakte ratelaars maakt een stille act de diepste indruk. ‘The Boy with Tape on his Face’ trekt voor het derde opeenvolgende jaar volle zalen, 700 per avond dit seizoen. De 34-jarige Nieuw-Zeelander Sam Wills die de show uitvoert, creëert zonder woorden pure theatermagie, puttend uit een kinderlijke, Chaplineske verbeelding, met kleine gebaren, tegendraads gebruik van objecten en uitgekiende muziekfragmenten en geluidseffecten.

Zijn succes stoelt op de sportieve medewerking van het publiek. In de eerste van zijn twintig acts steekt hij bij een man en zichzelf ballonnen onder de oksels en tussen de knieën, waarna ze met een nietpistool een duel uitvechten. Elk nieuw nummer knutselt hij iets voor onze ogen in elkaar. Zo zet hij vier krukjes in een vierkant, laat dan vier mannen haaks op elkaar plaatsnemen en duwt hen achterover tot ze op elkaars schoot liggen. Waarna de hit ‘Lean on me’ inzet en hij de stoeltjes onder hen uittrekt, zodat ze op eigen kracht een achtpotig geleed dier worden.

Zijn woordeloze act is universeel: je kan The Boy zonder probleem een zomer in het DeLaMar zetten. In Edinburgh staat hij in de Pleasance Dome, een enorme zaal. In Edinburgh zit je vaker in krappe zolderruimtes, kale collegezalen en vochtige kelders met lage plafonds die meer geschikt lijken voor martelingen. In de kelders spelen de gratis comedians, het ‘free Fringe’ omvat honderden voorstellingen.

Zo’n zompige kelder hoeft de lol overigens niet in de weg te zitten, zoals de gratis en geestige David Mills demonstreerde. Na te hebben verkondigd dat de Paralympics hem inspireerde („Eindelijk vrijuit staren naar gehandicapten en klappen als ze iets goeds doen”), zei hij, quasi-verontwaardigd: „Maar als jij bij basketbal zonder armen een gouden medaille wint, denk dan niet dat je mijn stoel in de bus nog krijgt.”

Edinburgh Festival Fringe, nog tot en met 27 augustus. Zie: edfringe.com