Een donderend jeugdorkest

European Union Youth Orchestra o.l.v. Gianandrea Noseda m.m.v. Garrick Ohlsson, piano. Robeco Zomerconcerten. Gehoord: 20/8, Concertgebouw Amsterdam. ***

Soepele Europese samenwerking, waar zie je dat nog, tegenwoordig? Bij het European Union Youth Orchestra bijvoorbeeld, bestaande uit musici van tussen de veertien en de vierentwintig jaar uit alle 27 EU-lidstaten. Het orkest is opgericht in 1978, toen de Europese eenheid nog enthousiast aan de man werd gebracht. Dat enthousiasme is geconserveerd in het spelplezier van de huidige generatie musici.

Openingswerk was de allereerste compositieopdracht van het EUYO ooit, verstrekt aan Richard Causton. Zijn Twenty-Seven Heavens (2012) toonde vooral diversiteit, in een bont geheel van crescendi en grote gebaren, met nu en dan een spookachtig mooie miniatuur. De spanningsboog leed aan afvlakking door het grote volume, zodat de climaxen elkaar aan het zicht onttrokken.

Nuages en Fêtes uit Debussy’s Nocturnes (1899) klonken uitgebalanceerd en sprankelend, met sterke soli van de houtblazers. In de flankerende werken van Tsjaikovski en Respighi was het dynamische evenwicht opnieuw regelmatig zoek, en drukten donderende fortes langzaamaan de lucht uit de muziek. Zeker bij de nogal pompeuze Feste Romane (1928) van Respighi brak dat op.

De spectaculaire solopartij van Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert (1895), aanvankelijk verguisd als te lang en te moeilijk en vervolgens uitgegroeid tot publiekslieveling, kreeg een uitstekende uitvoering van veteraan Garrick Ohlsson. Behalve over een forse toon beschikte hij over een aangename lichtvoetigheid. Maar Ohlsson, hoewel teruggeroepen voor een toegift, kon niet verhelpen dat het muzikale betoog bij vlagen ten onder ging in oorverdovend enthousiasme.