Draai het om: kortstudeerloon

De langstudeerboete, waar de Kamer morgen over debatteert, moet volgens Doekle Terpstra worden vervangen door een beloning voor kort studeren. Een briefschrijver steunt de boete, een ander juist niet.

Over de langstudeerboete wordt een bizar toneelstuk opgevoerd. De huidige Tweede Kamer wil deze boete nog voor de ingangsdatum van 1 september afschaffen. Na de ommezwaai van het CDA is er immers geen sprake meer van een politieke meerderheid. We weten inmiddels ook zeker dat de nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer de boete weer snel of langzaam zal afschaffen. De minister-president kwalificeert de maatregel zelfs als een „gehate ingreep”. Terecht stelt staatsecretaris Halbe Zijlstra dat de Kamer eerst besluit om een nieuwe wet na een intensief voorbereidingstraject in te laten gaan, om er vervolgens vlak daarna op een achternamiddag doodgemoedereerd weer afscheid van te nemen. Diezelfde Kamer wil de wet nog voor 1 september bij het oud vuil zetten, zonder financiële dekking. Logisch dat Zijlstra stelt vast te houden aan de wet, tot die dekking is gevonden.

Morgen zal een spoeddebat uitsluitsel moeten geven. Voor de langstudeerder, maar ook voor de hogescholen en universiteiten is er geen touw meer aan vast te knopen, terwijl het collegejaar begint. Wellicht is het tijd voor het hoger onderwijs om met een nieuwe gespreksinvalshoek te komen.

Zowel de politiek als de onderwijsinstellingen vinden dat de afstudeerrendementen in het hoger onderwijs te laag zijn. Gemiddeld gesproken haalt grosso modo de helft van de ingeschreven studenten het diploma binnen een tijdsbestek van vijf jaar. De reden waarom dit percentage niet hoger is, kent vele oorzaken. Zo hebben sommige studenten al een baan en willen ze pas later af studeren, sommige studenten hebben ziekte meegemaakt en dus een periode van uitval, sommige studenten kunnen niet voldoen aan het gestelde eindniveau en hebben iets meer tijd nodig om het diploma te halen, sommige studenten kiezen voor een topsportcarrière en lopen studievertraging op, sommige studenten kiezen voor een bestuurlijk jaar, vertragen daardoor, maar leveren wel een maatschappelijke bijdrage. Het is al met al een veelkoppig monster, waar zonder meer iets mee gedaan moet worden. De politiek miskent met de langstudeerboete echter het maatwerk dat voor het vraagstuk gewenst is. Een generieke aanpak via een boete lost niets op en demotiveert. Alle langstuderende studenten worden ongeacht de oorzaak geconfronteerd met een boete van drieduizend euro aanvullend op het jaarlijkse collegegeld, indien het diploma niet binnen de gestelde termijn wordt gehaald. Alle betrokkenen – de politiek, de studenten, de instellingen – zien de perverse nadelen van deze maatregel. Maar politici zijn nu gebonden aan de wet waar ze zelf mee hebben ingestemd en de instellingen voelen er weinig voor om het tekort dat bij afschaffing ontstaat voor hun rekening te nemen. Het is moeilijk geworden om de deze patstelling te doorbreken.

Wellicht kunnen we het paradigma keren. Het hoger onderwijs gaat dan niet meer uit van een boete voor de langstudeerder, maar geeft juist een beloning aan de kortstudeerder. Geen langstudeerboete, maar een kortstudeerbeloning. De student die erin slaagt het diploma eerder te behalen krijgt daarvoor bijvoorbeeld een diplomatoeslag.

Deze manier van denken impliceert een tweesnijdend zwaard. Het geeft een positieve prikkel aan de student en het voorkomt een steeds maar groter wordend, duur reservoir van langstudeerders bij de instellingen voor hoger onderwijs.

Op dit moment worden de stellingen politiek en maatschappelijk stevig ingenomen. Het wordt tijd voor een doorbraak. Wellicht kan het denken in termen van een beloning voor de kortstudeerder daartoe een bijdrage zijn.

Doekle Terpstra is voorzitter van het college van bestuur van Hogeschool Inholland.