Clubben wordt duur in Berlijn

Dankzij Berlijnse clubs bloeit de nacht én de stad. Maar de techno die er wordt gedraaid, wordt binnenkort duur betaald. De clubs dreigen met sluiten.

Verontrustend nieuws uit Berlijn. Wereldbefaamde clubs als de Berghain, Watergate en Weekend worden met sluiting bedreigd, zo maakten ze vorige maand bekend. Dat zou niet alleen een klap zijn voor de technohoofdstad van de wereld, maar ook voor al die duizenden Nederlanders die regelmatig een weekendje gaan stappen in de poor but sexy-metropool.

Reden voor de onrust zijn de nieuwe tarieven die de Duitse auteursrechtenorganisatie Gema aankondigt. De Duitse tegenhanger van het Nederlandse Buma/Stemra meent dat de clubs al jarenlang veel te weinig vergoeding voor auteursrechten betalen op de muziek die er wordt gedraaid. De tarieven gaan volgend jaar april dan ook drastisch omhoog. De Gema wil 10 procent van de entreeprijs. Clubs die langer dan vijf uur open zijn, betalen een extra toeslag van 50 procent en dan nog eens telkens 50 procent voor iedere drie uur daarna. Voor een club als de Berghain, waar je zaterdagnacht naar binnen gaat en maandagochtend weer naar buiten kunt rollen, loopt dat aardig in de papieren. Hoeveel de clubs precies gaan betalen, hangt ook af van hun oppervlakte, maar de tariefstijgingen bedragen al snel 500 procent. Waar een middelgrote club jaarlijks nu zo’n 30.000 euro betaalt, wordt dat straks zo’n 180.000 euro. De Berghain claimt voor zichzelf een tariefstijging van 1.400 procent, de Watergate meent jaarlijks 200.000 in plaats van 10.000 euro te gaan betalen. Na een laatste nieuwjaarsfeest gaan we op 1 januari dicht, was hun eerste, woedende reactie. „Hoe kan je onder deze omstandigheden nog als vrij ondernemer opereren?”, zei Watergate-directeur Steffen Hacks tegen de Tageszeitung.

Toch is zo’n sluiting voor regelmatige bezoekers van de Berlijnse clubs maar moeilijk voor te stellen. Wie op een zaterdagnacht over de ‘club mile’ langs de rivier de Spree fietst, ziet op diverse plekken rijen bezoekers van tientallen meters lang. Vanuit de hele wereld vliegen ieder weekend duizenden feestgangers naar de Duitse hoofdstad. Ze komen af op de namen van grote dj’s die zich hier concentreren. Ze zijn nieuwsgierig gemaakt door verhalen over obscure clubs in voormalige fabrieken, waar in en rondom darkrooms dingen gebeuren die het daglicht niet verdragen. ’s Werelds beroemdste ‘türsteher’ Sven Marquardt van de Berghain, prikkeldraadtatoeage in het gezicht en metalen ringen door lip en oren, weigert misschien wel de helft van de nieuwsgierigen bij de ingang. Omdat ze er met hun streepjesblouse te netjes uitzien, omdat ze de luidruchtige toerist uithangen, of god weet waarom. Verderop, bij nieuwere tenten als Katerholzig en Wilden Renate is het niet anders. Hoe radicaal de tariefsverhogingen ook mogen klinken, als deze clubs hun entreeprijs van zo’n 12 euro naar 16 euro verhogen, dan zijn die paar ton extra kosten toch zo terugverdiend? In de Berghain kunnen wel 3.000 mensen.

De Nederlandse dj Steffi, sinds vorig jaar een van de huis-dj’s in de Panoramabar in de Berghain, denkt dat de grote clubs het inderdaad wel kunnen overleven. Maar niet van harte. „Voor veel kleinere, minder populaire clubs, kan dit wel degelijk de nekslag betekenen. Je hebt het hier over een hele scene. Die is veel breder dan alleen de Berghain en de Watergate.”

Steffi erkent wel dat de producers, diegenen die de muziek maken, nu te weinig krijgen. Vanwege de geringe opbrengsten zijn veel producers ook dj, met de optredens verdienen ze hun geld. Als het aantal clubs afneemt, dan hebben zij minder werk en dus minder inkomsten. De bedragen die de producers krijgen, mogen wat Steffi betreft zeker omhoog, maar de aangekondigde tariefsverhogingen vindt ze buitensporig.

En dan is er nog het probleem dat het geïnde geld straks maar deels terechtkomt bij diegenen die de muziek in clubs als Berghain en Watergate maken. Auteursrechtenorganisatie Gema beschikt niet over techniek om te bepalen welke platen er op een avond precies worden gedraaid. De clubs klagen dan ook dat de opbrengsten straks naar grote producers gaan die bij de Gema zijn aangesloten en niet naar de makers van de meer underground techno-albums, de muziek waar de Berlijnse clubs bekend om staan. Voorlopig verzetten zij zich dan ook fel. Anderhalve maand geleden organiseerden ze een demonstratie in Berlijn waar enkele duizenden clubgangers aan deelnamen. De ‘Clubcommission Berlin’, die enkele tientallen kleinere clubs vertegenwoordigt, hoopt de komende maanden vooral met een lobby richting de politiek de Gema-plannen te dwarsbomen. Volgens woordvoerder Lutz Leichsenring, voormalig clubeigenaar, is er ook sprake van een ideologische strijd. In het armlastige Berlijn, waar de anti-kapitalistische graffiti je om de oren vliegt, willen ze niet meegaan in het idee van winstmaximalisatie dat de Gema, gevestigd in het rijke München, voorstaat. Volgens Leichsenring zou een club als de Berghain veel meer geld kunnen verdienen, bijvoorbeeld via merchandising, maar dat strookt niet met de Berlijnse clubfilosofie. „De Gema dwingt ons nu om commerciëler te gaan denken. Als je een toeslag van 50 procent moet betalen omdat je ’s ochtends nog open bent, dan geef je een onbekende dj minder snel een kans, want je hebt een volle dansvloer nodig om uit de kosten te komen. Dat gaat ten koste van de creativiteit. En voor veel jonge mensen in Berlijn is een entreeprijs van zo’n 10 euro wel ongeveer het maximum. We willen niet worden zoals Londen, of Parijs waar je er gelikt uit moet zien om binnen te mogen.”

Het zijn ook niet alleen de plannen van de GEMA, de Berlijnse clubs voelen zich al jaren bedreigd. De legendarische Bar25, een culturele vrijhaven langs de Spree met club, bioscoop, sauna en superschommel, moest in 2010 plaatsmaken voor plannen van projectontwikkelaars. Berlijn is cool geworden en mensen die het kunnen betalen, willen dolgraag in een sjiek appartement aan de Spree wonen. Ook in Berlijn krijgen clubeigenaars daarom te maken met het fenomeen van de klagende buurtbewoner die stilte eist rond zijn tonnen kostende woning. Bijna alle clubs hebben tijdelijke huurcontracten en weten niet of hun onderkomen, veelal leegstaande panden, niet opeens wordt omgetoverd tot appartementencomplex.

Anderzijds weet de lokale politiek dat het zuinig moet zijn op de clubs. Na de val van de muur verdween er veel industrie uit de stad en kwam er maar weinig voor terug. In Berlijn zitten geen multinationals, Berlijn heeft geen financiële industrie en ook geen haven. Berlijn is vooral het regeringcentrum van Duitsland en, mede dankzij de jarenlange leegstand en lage huren, heeft de stad een grote kunstenaars- en clubscene. Mede door de komst van de technotoerist is het aantal hostels in de stad geëxplodeerd. Omdat de underground deephouse en techno in Berlijnse clubs vaak helemaal niet is aangemeld bij de Gema in München, hoopt het nachtleven in Berlijn op een uitzonderingspositie. De kans dat die er komt is klein, want de Gema wil nu juist uniforme regels voor heel Duitsland. Dan moeten die Berlijnse producers zich alsnog maar aanmelden, zo vindt de Gema.

En daarom is het de vraag of clubs als de Berghain ook volgend jaar nog meer dan een etmaal lang open zullen zijn. Wellicht moet anarchistisch Berlijn uiteindelijk buigen voor kapitalistisch München.