‘Tyskie’ koop je bij een Poolse super

Nederland telt steeds meer winkels die zich speciaal richten op immigranten uit Midden- en Oost- Europa. Hoeveel het er zijn weet niemand, maar alleen in Den Haag zijn er twaalf.

Eigenlijk wilde Kamil Massely een biologische winkel beginnen. „Maar die producten zijn wel erg ingewikkeld en duur”, vertelt Massely (33) in zijn vorig jaar geopende winkel ‘Emigrant - Polski Sklep’ in de Haagse Prins Hendrikstraat. Dus verkoopt hij nu onder meer worsten, augurken en bier van de merken Tyskie en Lech uit zijn vaderland Polen.

„Het is misschien niet echt origineel, maar deze producten ken ik tenminste”, zegt Massely. Hij weet dat daar een markt voor is; enkele jaren geleden had hij ook al een ‘Poolse winkel’ in Den Haag. Voor sommige Poolse gerechten is twaróg, een kwarkachtige kaas, nu eenmaal onontbeerlijk.

In Den Haag staan zo’n 20.000 Midden- en Oost-Europeanen geregistreerd. De gemeente schat hun werkelijke aantal op 35.000 tot 40.000. Een groeiende groep ondernemers in de wijken met veel immigranten uit de ‘MOE-landen’ speelt in op deze markt.

Zo’n vijf jaar geleden telde de Haagse regio nog drie van dergelijke winkels. Nu zijn het er zeker twaalf, blijkt uit een inventarisatie van de stichting Den Haag & Midden-Europa. Het gaat voornamelijk om Poolse supermarkten en bakkers, maar er is ook een Bulgaarse winkel. En ‘Matroesjka’ in het Zeeheldenkwartier verkoopt delicatessen uit de Balkan, Rusland, Georgië en Litouwen.

Ook andere ondernemers proberen op de vraag van de MOE-landers in te spelen. In wijken als het Regentesse- en Valkenboskwartier en het Laakkwartier prijzen Turkse en Marokkaanse supermarkten Poolse biermerken op hun gevels aan. En ook steeds meer Nederlandse supermarkten vullen een of meerdere schappen met Poolse producten.

Brancheorganisatie CBL ziet die trend ook, zegt de woordvoerster, al kan ze dat niet met cijfers staven. „Vroeger zag je al dat supermarkten in wijken met veel immigranten grote balen rijst verkochten in plaats van kleine pakjes. Nu nemen supermarkten Poolse worst en bier op in hun assortiment.”

Ook buiten Den Haag groeit het aantal op MOE-landers gerichte ondernemingen, een gevolg van het groeiend aantal migranten uit Midden- en Oost-Europa. In 2011 stonden in Nederland zo’n 200.000 ‘MOE-landers’ geregistreerd, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vijf jaar daarvoor was dat nog de helft.

Ruim tweederde van de MOE-landers in Nederland is afkomstig uit Polen. Vanzelfsprekend zijn ‘hun’ winkels vooral te vinden in streken waar veel immigranten uit die landen wonen en werken, zoals land- en (glas-)tuinbouwgebieden. Hoeveel van dergelijke zaken er precies zijn is lastig te zeggen, omdat de Kamer van Koophandel, het CBL en de ambassades daar geen cijfers van bijhouden.

Sylwia Broncel zegt met haar Poolse groothandel zo’n tweehonderd winkels in Nederland te bedienen. Ze levert haar producten, zoals augurken en kant-en-klaarmaaltijden, aan „twee- tot driehonderd” Nederlandse supermarkten.

Directeur Emilia Kucharczyk van Lowiczanka, importeur van drank en lang houdbare producten, heeft ongeveer vierhonderd verkooppunten – inclusief bars en Turkse supermarkten. Elke week leveren vier vrachtwagens uit Polen bier af bij Lowiczanka. „Ik denk dat de Polen in Nederland vooral het Poolse bier missen”, lacht Kucharczyk, die zelf jaren geleden begon in Wilnis. Het aantal Poolse supermarkten schat ze op „zeker honderd”.

Tijdschrift Niedziela w Holandii en website niedziela.nl houden het op zeker 66 Poolse winkels. Hoofdredacteur Krzysztof Birlet zou graag zien dat de Poolse producten uiteindelijk ook aanslaan bij Nederlanders, volgens hem een teken dat de Polen hier definitief hun plek hebben gevonden. „Ik hoop dat op een dag een Pools gerecht de nieuwe bami of nasi wordt.” Birlet heeft zelf hoge verwachtingen van kapusniak, een rijkgevulde zuurkoolsoep.

Zover is het nog niet, blijkt tijdens een rondgang langs Haagse ‘MOE-winkels’. Ondernemers schatten het aantal klanten uit het ‘eigen land’ op zeker 90 procent. „Misschien 5 procent van mijn klanten is Nederlands, vaak mensen die in Bulgarije op vakantie zijn geweest of een Bulgaarse partner hebben”, zegt Daniel Nedyalkov (34), eigenaar van de ‘Bulgaarse Roos’ aan de Beeklaan. Hij haalt alles zelf uit Bulgarije. „Op de cola na, die koop ik in Nederland.”

Bulgaren kunnen sinds vier jaar bij Nedyalkov terecht voor onder meer banitsa (gevulde deegbladeren) of sudjuk (worst in de vorm van een hoefijzer). Hij beseft dat hij op prijs niet kan concurreren met grote supermarkten, maar „mensen missen de Bulgaarse smaak”. Bovendien bevatten zijn producten volgens hem minder conserveringsmiddelen. „Kijk maar, mijn spullen zijn veel minder lang houdbaar dan de producten uit de Nederlandse winkels.”

Socioloog Jan Rath, gespecialiseerd in etnisch ondernemerschap, ziet de toename van het aantal ondernemers als een teken dat de Midden- en Oost-Europeanen zich ontwikkelen als een doorsnee migrantengroep. Overal waar zich groepen migranten vestigen, ziet hij een middenstand ontstaan. „Sommige mensen willen niet in loondienst en beginnen voor zichzelf. Ze richten zich in eerste instantie op de eigen groep en vestigen zich dus ook in de wijken waar veel van hun migranten wonen.” Voor hen is het doorgaans geen vetpot, zegt hij. „Ze maken lange dagen en de winstmarges zijn mager.”

Volgens Rath helpt de aanwezigheid van een middenstand bij de integratie. „De winkels zorgen voor levendigheid in de oude stadswijken. Het zijn ontmoetingsplaatsen voor mensen die de taal niet spreken. Ze kunnen er kennis en ervaringen over hun nieuwe land uitwisselen.”

De ‘Poolse’ winkels worden overigens vaak gerund door niet-Polen. De Haagse avondwinkel Royaal profileert zich als Pools, maar wordt geleid door twee Turkse broers. Rath ziet dat vaker. „Kijk naar pizzeria’s, die hebben vaak Griekse of Turkse eigenaars. Of naar de Mexicaanse restaurants, terwijl Nederland nauwelijks Mexicaanse immigranten telt.”

De grootste Poolse supermarkt van Den Haag en naar verluidt van Nederland, Groszek aan de Zuiderparklaan, is in handen van een Koerd uit Irak. Dilman Abdullah (37) opende de bijna 370 m2 grote zaak dit voorjaar. Hij heeft onder andere „meer dan honderd soorten worst” in het assortiment. Hij wil zijn zaak binnen enkele maanden flink uitbreiden en is van plan om ook supermarkten in andere steden te openen. In het Engelse Doncaster heeft hij als een Poolse winkel en groothandel.